Aaron Copland en George Gershwin zijn de twee iconen van de Amerikaanse klassieke muziek uit de 20ste eeuw. Terwijl hun Europese collega's verder bouwden op een grote traditie gingen deze Amerikanen op zoek naar Amerikaanse muziek. De Verenigde Staten stonden in het begin van de vorige eeuw aan de vooravond van wat een gouden eeuw zou worden, maar het land had nog geen culturele traditie. De bevolking was een samenraapsel van immigranten uit alle hoeken van de wereld met elk hun eigen cultuur. Het enige teken van Amerikaanse muziek was de jazz. Dit zou nu net de inspiratiebron worden van de twee belangrijkste Amerikaanse componisten uit deze periode. Het verhaal van de twee is erg verschillend vanwege hun verschillende invalshoek, en tegelijk ook erg gelijk. Beide met geboren in Brooklyn,met nauwelijks twee jaar leeftijdsverschil en opgeleid door dezelfde harmonieleraar in Amerika en alle twee met een studieperiode in Parijs.
Aaron Copland trok als jonge kerel naar het Parijs van de jaren '20. De stad liep vol kunstenaars van alle rang en stand en was bij dus een opwindende plaats voor de jonge Amerikaan. Hij volgde compositielessen aan het conservatorium van Parijs bij Nadia Boulanger en werd dus geschoold binnen de Europese traditie. Dit hoor je aan de klassieke manier van orchestreren die hij toepast in zijn eigen composities. De lokroep van het vaderland was echter te groot en Copland keerde naar de Verenigde Staten terug. Daar kwam hij in aanraking met de jazz die ondertussen sterk geëvolueerd was. De componist schreef met 'Appalachian Spring' zijn eerste 'All American' muziekstuk. En vanaf nu zou zijn stijl een combinatie worden van jazz met de klassieke traditie. Op deze CD staan de twee werken die misschien nog het meest Amerikaans zijn van zijn hele oeuvre: Rodeo en Billy The Kid. Dit zijn twee balletten die cowboyverhalen als basis hebben. Het is de concertsuite die hier gebracht wordt. De muziek is luchtig en uitgesproken vrolijk. Vooral de belangrijke rol van de slagwerksectie is opvallend. De frisse melodieën wisselen elkaar in een hoog tempo af en de ritmiek is vernieuwend. De kleur van het orkest doet ook vaak denken aan filmmuziek. Dit is omdat vele filmmuziekcomponisten onder invloed staan van Copland.
Het verhaal van George Gershwin verliep totaal anders dan dit van Copland. De jonge Gershwin kwam aan de kost als barpianist en komt dus uit de jazztraditie. Gerhwin trok ook naar Parijs en studeerde er zelfs bij Ravel, maar hij stak er eigenlijk weinig op van de grote Europese traditie. Bij Gershwin kan je dus eigenlijk stellen dat hij het orkest gebruikt als een enorme Big Band en dit hoor je ook direct. De hoeveelheid jazzeffecten is veel groter en ook het instrumentarium is verschillend. Terwijl Copland het klassieke symfonische orkest gebruikt zet Gershwin er ook saxofoons, een drumstel en zelfs een Banjo bij. Porgy & Bess behoort ongetwijfeld tot de bekendste werken van deze componist. De muziek is enorm sfeervol en is vooral melodisch. De begeleiding is dikwijls zeer eenvoudig en de harmonie wordt nooit gecompliceerd. De ritmische kracht van zijn werk is opvallend en de componist verrast de luisteraar voortdurend met onverwachte wendingen.
Deze twee Amerikanen hebben ronduit fantastische muziek geschreven en hebben de muziekgeschiedenis van hun land onmiskenbaar veranderd. De werken op deze plaat behoren stuk voor stuk tot de meesterwerken van deze heren en ook de uitvoering door het Bournemouth Symphony Orchestra is heerlijk. Deze plaat is een absolute aanrader.

Meer over Aaron Copland & George Gershwin


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.