Bruckner herwerkte zijn negen symfonieën erg vaak, een gevolg van negatieve reacties van het publiek enerzijds en goedbedoeld maar niet steeds even deskundig advies van vrienden en sympathisanten anderzijds en het resultaat is dat van haast elke symfonie van Bruckner meerdere versies bekend zijn. Dat is niet verschillend met de bekendste van de negen, de vierde of 'romantische' symfonie. De bijnaam van dit werk is een algemene beschrijving van de geest die over de symfonie hangt en die teruggrijpt naar een geïdealiseerde middeleeuwse wereld van kastelen, ridders en uitgestrekte wouden, zoals Bruckner het verwoord zag in Wagners opera Lohengrin. Wat deze opname echter speciaal maakt is dat het een van de weinige uitvoeringen is van de allereerste versie die Bruckner van deze vierde symfonie schreef, de, zoals men in het Duits zegt 'Urfassung' uit 1874. De doorgaans uitgevoerde versie is een namelijk sterk herwerkte versie van vier jaar later.

Over het algemeen is deze 'oer-versie' veel donkerder en wat zwartgalliger dan de algemeen bekende versie. Niet alleen is het scherzo een geheel nieuwe compositie, grotendeels in mineur dit keer, maar verscheidene passages in het eerste en tweede deel, die Bruckner nadien verving, krijgen een donkere, dreigende inkleuring. En de finale, een tour-de-force zoals in elke andere Bruckner symfonie is in deze versie aardig wat langer dan we gewoon zijn.

De textuur van deze vierde symfonie is op vele plaatsen, ook die plekken die de luisteraar bekend in de oren klinken, dikker en vele lijnen in de strijkers komen veel beter naar voren, zeker in het eerste deel. Vele passages die later werden verwijderd klinken klassieker, doen wat meer aan Mendelssohn en Schumann denken. Het basismotief van de symfonie, voorgesteld door de hoorn aan het delicate begin van het werk treedt veel vaker en duidelijker op de voorgrond.

De uitvoering is expansief zoals Bruckner dat volgens elke klassieke lezing hoort te zijn, met meesterlijke koperblazers en een warm orkest dat in 'tutti' passages genoeg kan overdonderen. Aangezien dit een live-opname was, zijn hier en daar wat kleine intonatiefoutjes hoorbaar maar daar kan niemand zich al te sterk aan storen. Op vele plekken trok Bruckner nadien pas het tempo van de symfonie nog wat naar beneden en zo komt het dat het tweede deel in deze oorspronkelijke versie eerder een 'andantino' karakter krijgt, een wat bezwaard marsritme met vlotte soli in de hoorns en houtblazers. De pizzicati die dit deel veel prominenter ondersteunen en een sprookjesachtig gevoel opwekken zijn een van de aantrekkelijke kantjes van deze 'oerversie'. Het is vooral in het scherzo, een voor velen totaal nieuwe, onbekende compositie, dat de storm volledig losbarst in een uitvoering die alle dramatiek die Bruckner in zijn muziek stak mooi naar voren brengt.

Deze originele versie van Bruckners vierde hoeft op geen enkele manier onder te doen voor de veel bekendere, latere versies. Het is een ware ontdekking om te horen hoe deze bekende muziek vaak nieuwe en onbekende wendingen neemt. Bovendien is deze live-opname er eentje van grote kwaliteit en dus zeker een aanrader voor iedere Bruckner liefhebber.

Meer over Anton Bruckner


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.