In 1991 behaalde Dominique Pauwels zijn einddiploma compositie en filmcompositie. In de jaren die volgden legde hij zich toe op elektronische en computergestuurde muziek. Tegelijkertijd begon hij te schrijven voor televisie (o.a. Man Bijt Hond, De Mol), reclame, theater, film en dans.

Van deze opmerkelijke gespletenheid is in zijn muziek voor 'Onegin', een productie van Het Muziek Lod, weinig te bespeuren. Met een bezetting van strijkkwartet, piano, sopraan en elektronica trekt Pauwels uiteraard de klassiekere kaart, maar zonder daarom meteen heel experimenteel te worden. De elektronica, door Pauwels zelf aangestuurd, krijgt daarbij de rol van een geïntegreerd instrument, waardoor effectbejag vermeden wordt. Van het spacekoor, de percussieve klanken met hier en daar een hoog pot-en-pan-gehalte tot de sinustoontjes, de pulsen of het vervormen van een menselijke stem, weet hij alles mooi te integreren in het totale geluid.

Zoals wel vaker het geval is bij muziek voor film of theater, mist de cd-opname de omkadering van het verhaal. Pauwels weet hier echter de schade te beperken door niet uitbeeldend of muzikaal commentariërend te werken, maar louter ondersteunend te schrijven. Het open einde dat sommige delen ontegensprekelijk hebben, suggereren dan weer dat met het eindigen van de muziek het verhaal normaal gezien terug opgepikt zou moeten worden.

Dat de muziek ten dienste stond van het theaterstuk betekent gelukkig niet dat Pauwels er zich gemakkelijk vanaf gemaakt heeft. Hoewel de muziek slechts sporadisch dissonant is, vermijdt hij repetitief doorgevoerde begeleidingen. In 'A Crab Sits Astride a Spider' laat hij op het einde de piano en de strijkers zelfs kriskras door elkaar lopen. Door deze muzikaal integere benadering blijft zijn transparante muziek geloofwaardig. Bovendien weet hij de tracks waarop de sopraan Barbara Hannigan te horen is heel melodisch te houden zonder zich te verliezen in gratuite riedeltjes.

Het ondersteunende karakter van de muziek wordt vooral veroorzaakt door het overwegend trage tempo. Zelfs in 'Duel', een fragmenten waarvan de titel nochtans naar actie verwijst, laat Pauwels zich niet op stang jagen. Het meest extreem is de stilstand in de stukken waar de muziek lijkt te bevriezen, zoals in het minimalistische begin van 'The Estate'. De muziek suggereert hier een trage cameravoering die alle tijd neemt om het hele domein in beeld te brengen.

De meeste expliciete link tussen titel en muziek is te horen in 'Waltz I', al slaagt Pauwels er ook hier in om het geheel een draai te geven. Door de combinatie van de wals in de akoestische instrumenten met de elektronica op de achtergrond krijgt de track een bizar saloneffect en wordt het clichébeeld verstoord. Wanneer hij dan naar een andere dans grijpt, gaat Pauwels hierin nog verder. In 'Tango, Ball II' drijft hij ver weg van de drive van de traditionele Zuid-Amerikaanse dans, waardoor zijn versie klinkt als een abstracte benadering.

Buitengewoon boeiend is de muziek voor 'Onegin' niet te noemen, maar het siert Pauwels dat hij niet de gemakkelijkste weg genomen heeft en dat op zich is al een verdienste voor muziek, geschreven ter ondersteuning van een andere kunstvorm.

Meer over Dominique Pauwels


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.