Wie de bezettingen van Eri Yamamoto's cd's naast elkaar legt, kan niet naast twee trends kijken. Enerzijds is er de constante aanwezigheid van drummer Ikuo Takeichi, terwijl er anderzijds voor elke cd van bassist gewisseld wordt. Op 'Cobalt Blue', Yamamoto's vierde album en het eerste voor Thirsty Ear, viel haar keuze op David Ambrosio.

Deze wisselende bezetting is er mogelijk verantwoordelijk voor dat het trio op dit album nooit als een opvallend goed geoliede machine klinkt. Niet dat het samenspel echt rammelt, want op de technische kant van het samenspel valt weinig af te dingen. Van echte onderlinge interactie is echter nooit sprake waardoor 'Cobalt Blue' heel lauw klinkt.

Nochtans hebben de composities van Yamamoto het potentieel om een aanzet te vormen naar meer. Stukken als 'Melodica Chops' en 'Hot Coffee' drijven op grooves in oneven maatsoorten en zouden stof kunnen bieden tot funky jazz met voorzichtige weerhaakjes. Helaas laat het trio het nooit zo ver komen. De composities worden strak genoeg gespeeld, maar door de voorzichtige benadering schiet de vlam nooit in de pan.

Een gelijkaardig probleem stelt zich wanneer de muziek een andere richting uitgaat. Zo bieden het mooie Japanse volksliedje 'Takeda no Komoriuta' en het heldere klankbeeld van het klassieke pianotrio in 'I Love You' de mogelijkheid om melodisch dieper en breder te gaan. Dit gebeurt echter niet, aangezien Yamamoto er solistisch nooit uitkomt en blijft steken in losse ideeën. Van muzikale opbouw of dynamische ontwikkeling is zelden sprake, waardoor haar muzikale verhaal dunnetjes wordt. Bovendien zit haar piano vaak op hetzelfde geluidsniveau als dat van haar begeleiders, waardoor ze ook qua toonsterkte niet naar voren komt. Het afsluitende 'The Quiet of the Night' laat Yamamoto solo horen: de track is in rustige akkoorden gedacht en gespeeld, maar ontwijkt mooi de om de hoek loerende cliché's. Toch is Yamamoto's spel ook hier te voorzichtig om de hele duur van het nummer te blijven boeien.

Het moet daarbij gezegd worden dat Yamamoto ook zelden uitgedaagd wordt door haar collega's. Hoewel Takeichi en Ambrosio zich degelijk van hun taak kwijten, leggen ze elkaar noch Yamamoto ooit het vuur aan de schenen. Takeichi doet nochtans meer dan enkel een swinggroove of een ander basisritme neerleggen. Bij momenten ontwikkelt hij een voorzichtige eigen partij die echter nooit de gemoedelijke sfeer verstoort. Het meest opvallend is zijn rol in de Gershwin-klassieker 'They Can't Take That Away From Me', waar hij voor een nerveuze, maar tegelijkertijd lichte drum'n'bass-achtige groove met fijne accenten zorgt. Ambrosio laat zich dan weer het meest opmerken in 'I Love You', waar hij een volwaardige tegenstem biedt bij het thema in Yamamoto's piano. Als solist blijft ook Ambrosio echter aan de voorzichtige kant en hier en daar laat zijn intonatie te wensen over.

Ondanks enkele leuke nummers en arrangementen blijft 'Cobalt Blue' een heel voorzichtige cd die nooit lelijk, maar evenmin boeiend wordt. Meer muzikale ideeën bij het soleren hadden voor meer opbouw kunnen zorgen. Nu blijft het gissen naar wat er met de stukken op deze cd mogelijk is.

Meer over Eri Yamamoto


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.