Het idee om Mahlers laatste, onvoltooide symfonie aan Shostakovich' veertiende te binden is niet zo raar als op het eerste gezicht wel lijkt. Het zijn late werken in het oeuvre van beide componisten: Mahler stierf voor hij de tiende kon afwerken en enkel het langzame eerste deel (en een erg kort derde) geraakten volledig georkestreerd. Shostakovich schreef de veertiende toen zijn gezondheid al sterk was afgenomen en was er vast van overtuigd dat dit zijn laatste zou zijn. Een vijftiende symfonie volgde echter nog twee jaar later. Bovendien delen beide werken dezelfde thematiek. Zowel Shostakovich als Mahler waren licht geobsedeerd met sterven en het hele late oeuvre van Mahler staat in het teken van het 'afscheid nemen', van het leven in de eerste plaats. De veertiende van Shostakovich is een grote liedcyclus voor sopraan, bas, strijkers en slagwerk. Shostakovich koos zijn teksten, van onder andere Lorca, Appolinaire en Rilke omwille van hun onderwerpen, de dood enerzijds en de liefde anderzijds.

Om met Mahler te beginnen: De Kremerata Baltica speelt een eigen arrangement van deze tiende symfonie, naar een eerdere bewerking van Hans Stadlmair voor het Münchner Kammerorchester. Het is een erg geslaagde onderneming geworden want Mahlers kleurenpalet blijft grotendeels behouden, wat ook getuigt van de kwaliteit van Gidon Kremers muzikanten. De snijdende trompetnoten in het origineel, net na de grote uitbarsting van geweld in het eerste deel, verliezen ook in een strijkorkest niet hun kracht. Een ander mooi moment is de uiterst intieme, stille passage net voor die grote climax. Bovendien krijgt Mahlers muziek in deze meer kleinschalige uitvoering een mate van vrijheid mee waarmee een groot symfonisch orkest veel meer moeite heeft.

De interpretatie van de Shostakovich-symfonie blijft klassiek maar is wel oerdegelijk. Binnen het tamelijk monochrome kleurenpalet van Shostakovich' strijkorkest wordt toch nog veel kleur gemaakt. Ook de slagwerkers zijn erg overtuigend en bovendien onmisbaar om de juiste sfeer te scheppen, zoals aan het einde van 'Die Loreley' of voor nagelbijtende suspens in 'Der Selbstmörder'. Kremer brengt een verstaanbare structuur aan in dit elfdelige werk door de delen 1 tot 4, 5 tot 7, 8 en 9 tot 11 bij elkaar te zetten en ertussen meer tijd te laten.

Sopraan Yulia Korpacheva klinkt erg geladen op hoge, lyrische frasen, vol pathos. Bas Fedor Kuznetsov bezit een typisch Russische stem, over het algemeen donker en zwaar in de laagte. Hij is een echte bas, geen bariton zoals op andere opnames en dat hoort men duidelijk in het eerste lied, waar hij gebruik maakt van zijn stevige laagte, die trouwens erg goed mengt met de lage strijkers van de Kremerata. Nadeel is dat hij in die diepte wat aan accuraatheid mist. Beide zangers zijn natuurlijk goed thuis in het Russisch, wat voor een natuurlijke interpretatie zorgt.

Deze uitvoering van Shostakovich' veertiende symfonie heeft iets wat andere recente uitvoeringen, zoals met Simon Rattle en de Berliner Philharmoniker (EMI 0946 3 58077 2 1) of met Mariss Jansons en de Bayerische Rundfunk (EMI 0946 356830 2 8) vaak missen. Noch de zangers, noch de orkesten op die andere opnames moeten onder doen voor deze uitvoering maar deze versie klinkt heel toegankelijk en toch diepzinnig, speelt veel meer op subtiliteit en niet in de eerste plaats op dramatische effecten (al krijgen die ook hun plaats, bijvoorbeeld in het lied 'Madame, schauen Sie!'). De bewerking van het openingsdeel uit Mahlers tiende is dan weer een ontdekking die liefhebbers niet mogen missen.

Meer over Gustav Mahler, Dmitri Shostakovich


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.