Marsen Jules is één van de muzikale aliassen van Martin Juhls uit Dortmund, Duitsland. In 2005 bracht hij - na enkele goed ontvangen mp3-projecten – zijn eerste fullcd uit op City Centre Offices. 'Herbstlaub' laveerde op adembenemende wijze tussen experimentele klassieke muziek en abstracte, gelaagde soundscapes en verraste vriend en vijand zozeer dat het Duitse label hem al snel vroeg een opvolger te maken.

Marsen Jules opent 'Les Fleurs' met repetitieve vlagen klokkenspel die uitgebreid de tijd krijgen om uit te galmen en diep te resoneren. Als na een tijdje een voorzichtige doffe baslijn wordt toegevoegd en slierten feedback voorbij waaien, klinkt 'Oeillet Sauvage' ei zo na als een Tibetaanse tantra. Ook 'La Digitale Pourpre' wordt gekenmerkt door een gelijkaardig slingerend, esoterisch sfeertje, maar dit keer met scheuten ruis, snaargetril en frivole met effecten bewerkte harpakkoorden in de hoofdrol. Als een melancholisch wiegeliedje dompelt 'Coeur Saignant' de luisteraar vervolgens onder in een dagdroom van harp, echoënde strijkers en op en neer golvende geruis en geritsel. Marsen Jules weet zijn geluiden hier wederom zorgvuldig te kiezen, maar de opbouw van de track laat toch wat te wensen over. In 'Datura' roepen een rits rusteloos galmende snaar- en tokkelgeluiden en een diep glijdende bas in een mum van tijd een futuristisch westernbeeld op, iets wat nog versterkt wordt wenneer even later een slidegitaar zijn intrede doet. 'Anemone' speelt dan weer met Aphex Twin-achtige stuitergeluiden, opborrelende synthesizerdrones en fretgeluiden van een akoestische gitaar, al dan niet achteruit afgespeeld. Hoewel opnieuw onderhoudend, dreigt met deze track langzaam maar zeker een gevoel van voorspelbaarheid de kop op te steken. Gelukkig pakt Juhls op dat moment uit met het wonderlijke 'Geule de Loup', waar tegen een duistere achtergrond eenvoudige, organische loops laag na laag opgestapeld worden tot een ritmisch en melodisch kleurrijk geheel dat perfect overgaat in de donkere, eenzame inquisitiesfeer van 'Coquelicot'. Afsluiter 'Oeillet en Delta', een lang uitgevallen variatie op het desolate klokkenspelthema van de openingstrack, is een wat stuntelige manier om ook de plaat een 'cyclisch' karakter te geven.

Op 'Les Fleurs' creëert Martin Jughls opnieuw een zweverig universum van klankkleuren dat zowel fans van het stevigere werk Eric Satie als ambientmeester Brian Eno zou kunnen bekoren. Met een minimum aan verandering weet de Duitser een maximum aan emoties los te weken, al moet het gezegd worden dat bepaalde tracks toch iets ingekort hadden mogen worden of net dat tikje meer beweging hadden kunnen gebruiken. Dit is te klasseren onder fris 'muzikaal behang' dat na enkele minuten staren wel eens verrassend veel diepte zou kunnen prijsgeven.

Meer over Marsen Jules


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.