De zeventiende-eeuwse barok wordt, naar het eind van die eeuw toe, overheerst door Alessandro Scarlatti, zelfs in die mate dat Scarlatti’s tijdgenoten onder de radar verdwenen zijn. Een van die tijdgenoten was de Toscaan Alessandro Melani (1639-1703), een actieve operacomponist die net als Scarlatti in Rome werkte. Melani’s knapenstem werd getraind in de kathedraal van Pistoia en nadat hij de positie van kapelmeester aan verschillende kerken in Toscane vervuld had, volgde hij kardinaal Giulio Rospigliosi naar Rome toen die in 1667 tot paus Clemens IX gekroond werd.

Motetten vormen dus een belangrijk onderdeel van Melani’s oeuvre. Het Concerto Italiano, geen instrumentaal maar een vocaal ensemble stelt er hier enkele van voor. De tien motetten gebruiken teksten die wie wat vertrouwd is met religieuze muziek, bekend in de oren moeten klinken: van een ‘Ave Regina’, een ‘Laudate Pueri’ of een ‘Salve Regina’ tot een ‘Magnificat’ om af te sluiten.

In de zeventiende eeuw voltrok zich de overgang van het oude renaissance-idioom naar de moderne barokke manier van schrijven en Melani’s muziek illustreert de verwezenlijkingen van die ommezwaai. Opvallend is de solistische manier waarop met de verschillende stemmen omgegaan wordt en die contrasteert met de dikke, polyfone schrijfstijl van weleer. Op verschillende plaatsen gebruikt Melani een of meerdere solostemmen, die hun virtuositeit mogen tonen in een reeks versieringen en (bescheiden) coloraturen. Wanneer de bovenstemmen alleen of in paar zo een versierde sololijn aanvatten, doet deze muziek denken aan de praktijk van barokke instrumentale concerti, waarbij solistische passages afgewisseld worden met ‘tutti’ passages die hun akkoorden in blok presenteren. Melani, de componist van een hele reeks oratoria en opera’s hoeft een aangeboren gevoel voor dialoog, tussen solisten en koor zoals in het ‘Clamemus ante Deum’, het ‘Ave Regina Coelorum’ of het ‘Laudate Pueri’  niet te verbergen. Motetten voor twee koren waren geen zeldzaamheid in Rome en ook Melani maakt er dankbaar gebruik van, onder meer in het ‘Magnificat’.

De baslijn – de basso continuo is trouwens een andere verwezenlijking van de Italiaanse barok – wordt verzorgd door twee theorbes en orgel die haast onmerkbaar de zangers ondersteunen en dat is de enige rol die de instrumenten spelen op de opname. Zelfs in de inleiding van ‘Ave Regina Coelorum’, voor sopraan en continuo blijven de instrumenten op de achtergrond en laten ze sopraan Alena Dantcheva volledig in het voetlicht staan.

Melani’s muziek mag opvallen door een eigenzinnig gebruik van harmonie en dissonantie. Hij is zeker niet de enige zeventiende-eeuwer die wringende samenklanken gebruikt om de ‘affetti’ van de tekst in de verf te zetten. Concerto Italiano mag zich echter uitleven in het aanbrengen en weer laten oplossen van spanningen, zoals dat gebeurt in de eerste regels van ‘Clamemus ante Deum’. De vlekkeloze en heel natuurlijk klinkende manier waarop de muziek gebracht wordt is een belang rijk pluspunt van deze opname. De gevoelens van de tekst worden met passende theatraliteit gespeeld en qua intonatie zingt het Concerto Italiano helder genoeg zodat men de harmonie van de motetten moeiteloos kan volgen. Enkele stevige basstemmen verlenen motetten als het ‘De Necessitatibus’ een welkom gevoel van ruimte en spankracht. Weinig muziek van Melani bestaat al op cd maar deze motetten bewijzen dat hij een componist was die een heropleving kan gebruiken. De vindingrijke manier waarop hij met de tekst van de katholieke liturgie omgaat, doet uitkijken naar opnames van zijn (Italiaans gesproken) opera’s.

Meer over Alessandro Melani


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.