Piet Swerts' tweede symfonie dateert uit 2000 en werd geschreven in opdracht van de provincie Vlaams Brabant, die dat jaar haar vijfentwintig jarige bestaan vierde. Swerts zelf omschrijft het als zijn meest persoonlijke werk tot dan toe en deze meer dan een uur lange compositie behandelt enkele gewichtige thema's uit de westerse muzeikgeschiedenis: dood en ouderdom, muziek en liefde. Daarom is dit werk ruwweg onder te verdelen in twee grote delen. De eerste drie delen zijn muzikale zettingen van de eerste drie delen van de Latijnse requiemmis maar dan gooit de componist het over een andere boeg: het vierde deel, het 'hart' van de symfonie is geschreven voor a capella koor op tekst van Rilke en is getiteld 'an die Musik'. De volgende drie delen zijn veel lieflijker van karakter en openen in hun thematiek een optimistische toekomstvisie.

Swerts bouwt in de eerste drie delen, op Latijnse Requiem, Kyrie en Dies Irae teksten tegen een erg langzaam muzikaal ritme op. Dat wil zeggen, de muziek herhaalt zichzelf nogal vaak, klinkt erg monofoon en bezit een traag harmonisch ritme. Ook in de instrumentatie werkt hij met grote vlakken die op dezelfde manier ingekleurd worden. Het tweede deel van de symfonie, de delen vier, vijf, zes en zeven worden op een totaal andere manier behandeld, veel lichter van textuur en solistischer in de instrumentatie. Het koor fungeert in het 'interludium' als een van de instrumentale groepen uit het orkest. Swerts schuwt het gebruik van enkele modernistische technieken, toonclusters en glissandi (zoals in het 'interludium', waarbij het koor massaal naar beneden glijdt) niet maar als de luisteraar krijgt vaker het gevoel dat die momenten louter als effect geïntroduceerd zijn en niet het logische gevolg van het muzikale discours.

Op meer energieke passages komen de blazers in het algemeen goed en accuraat over maar de strijkers missen over het algemeen wat scherpte – de klank van de sectie strijkers van het Vlaams Radio Orkest blijft eerder wollig, ook op snelle passages. De houtblazers, vooral dan de eerste fluit, die in dit werk een prominente partij toegewezen krijgt, komen echter meer dan behoorlijk over, met heel doorzichtige passages die de natuur lijken te symboliseren (horen we in 'Abschied', het zesde deel, geen overvloed aan verwijzingen naar Mahler?) en soli die als het moet gelaten en intriest kunnen klinken.

De balans tussen koor en orkest is goed genoeg, ook op meer bombastische passages waar dit kamerkoor tegen een groot orkest moet opboksen. Jammer alleen dat sommige koorpassages niet meer geïnspireerd zijn geschreven en nogal monolithisch kunnen over komen en jammer ook dat de sopranen niet altijd even egaal klinken. De fijne klank van het koor komt echter wel ten volle tot uiting in het middendeel, voor koor solo, dat met een kamermuzikale transparantie weerklinkt. Alleen jammer dat weer niet elke sectie even egaal overkomt en sommige inzetten wat aan subtiliteit missen. Sopraansolo Bernadette Degelin zingt met een emotioneel geladen stem en moet hoorbaar moeite doen om haar hoogte ver te laten dragen, zeker in delen met een dikke orkestbegeleiding.

Deze cd betuigt op gepaste manier eer aan de muziek van Piet Swerts. Hoewel dit geen complexe muziek is, maakt zijn vrije gebruik van atonaliteit en clusters van dit werk toch geen al te gemakkelijke beluistering. Het Vlams Radio Orkest en –koor kwijten zich aardig hun taak en brengen een eerder introverte maar vaak erg intimistische interpretatie van deze requiem-symfonie.

Meer over Piet Swerts


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.