Weberns korte uitgekristalliseerde stukken hebben ogenschijnlijk niets gemeen met de architecturale meesterwerkjes die Haydns strijkkwartetten zijn maar dat maakt een symbiose van Weberns Bagatellen op. 9 en een reeks van Haydns latere kwartetten daarom niet minder interessant.
De afwisseling van muziek uit de eerste (Haydn) en tweede (Webern) Weense school zorgt voor een erg genietbare cd. Haydns kwartetten werden geschreven rond de eeuwwisseling 18de-19de eeuw aan en maken deel uit van het latere werk van deze componist. De geest van Beethoven laat zich al horen in deze werken die eer brengen aan het aristocratische Oostenrijk van keizer Franz-Jozef. Hoewel elk van de zes kwartetten volgens hetzelfde vierdelige stramien is opgebouwd weet de componist elke keer weer iets origineels neer te schrijven waarmee de luisteraar verrast wordt. Het tweede kwartet bijvoorbeeld begint gedecideerd met twee kwintsprongen terwijl het vierde eerst erg rustig en meditatief start om dan pas later over te gaan naar een onstuimiger tempo. Haydn staat erom bekend dat hij uit een enkel motief of melodie een volwaardig stuk kon componeren en deze late strijkkwartetten zijn daar een mooi voorbeeld van. Het eerste thema van het zesde kwartet is opgebouwd uit een opeenvolging van wat in essentie telkens dezelfde vier noten zijn, boven hetzelfde ritme. Dit gebruik van karakteristieke toonafstanden of ritmes geeft ieder deel zijn eigen persoonlijkheid. Elk kwartet is ook een getuigenis van Haydns eeuwige optimisme en bevat dan ook een aantal knipoogjes naar de luisteraar. Zo heeft Haydn in het eerste deel van het derde kwartet (dat dan ook gepast 'Keizerskwartet' heet) het Oostenrijkse volkslied, 'Gott Erhalte Franz Den Kaiser' dat hij zelf het jaar daarvoor geschreven had, verwerkt. De drie overige delen beginnen met dezelfde reeks tonen, in letterbenaming G-E-F-D-C (van « C/Kaiser ») oftewel de eerste letters van elk woord van het volkslied. Elk kwartet eindigt met een opgewekt snel deel (behalve het eerste kwartet dat op een meer onheilsspellende manier afsluit). De trage delen daarentegen zijn voorbeelden van perfect beheersde emotie, gegoten in de vorm van een zangerige aria.
Meer dan honderd jaar later schreef Webern zijn bagatellen, korte stukjes (er is er maar een dat langer dan een minuut duurt) voor stijkkwartet waarin hij elk gevoel voor maat of toonaard van tafel veegt. Elke bagatelle is zo economisch mogelijk geschreven, zonder noten te veel en dat maakt dat de luisteraar aan elke toon zijn volle waarde kan geven. Bijna elk stukje is vinnig maar nooit luid of echt agressief. Eerder meditatief alsof de componist een ingeving krijgt, die zo lang mogelijk wil vasthouden maar uiteindelijk toch onvermijdelijk kwijtraakt. Zo begint de derde bagatelle met een « zoeken-naar-noten » in de eerste viool dat al vlug terugvalt in een uitbarsting van korte schijnbaar willekeurige noten waarna het werk in de mist lijkt te verdwijnen. De afwisseling Haydn-Webern maakt dat de onschuld van Haydn op geregelde tijdstippen onderbroken wordt door het duistere atonale van Webern en de blijdschap van Haydns muziek des te groter is als een nieuw kwartet inzet.

Meer over V/C


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.