Kwadratuur interview

Op 1 maart speelt het Belgisch-Nederlandse collectief Varkenshond een zeldzaam optreden in volledige bezetting op het Kraak Festival. Wat ooit begon als een trio is nu een kwintet, maar echt meer gestroomlijnd is het geluid van de groep er niet door geworden. Wat transparanter wel, maar of dat de band nu “toegankelijker” maakt…

Als zelfs de mannen van Kraak er niet meer gerust in zijn, dan is het uitkijken geblazen. Helemaal op safe gespeeld, gaat de bio van Varkenshond op de website van het Kraak Festival ongeveer zo: “De legende gaat dat de Varkenshonden elkaar vonden op een lezing over kosmische straling. Kort erna trokken ze zich terug in een Russisch klooster om hun artistieke visie in therapeutische sessies uit te puren.”

De legende dus, al bevestigen Varkenshonden Ed van der Ven en Sebastian Dingens, dat het verhaaltje effectief klopt. Dingens: “We kwamen daar terecht in een groep mensen die heel geitewollensokkerig over bloesemtherapie en heling praatten en daartussen vielen wij dus op. Tijdens de eerste middag zijn wij daar samen buiten gewandeld, babbelend over Van Gogh en van het een kwam het ander.” Dat was eind 2006. Enkele maanden later, in februari 2007 had Varkenshond al een cd klaar. Dat die net in februari gerealiseerd werd, was geen toeval. Op zoek naar een stok achter de deur om echt iets af te leveren, schreven de drie (van der Ven, Dingens en Kris Delacourt) zich in op RPM Challenge, een website die mensen aanmoedigt om in de maand februari iets muzikaal te verwezenlijken.

Sebastian Dingens: “Het idee van de RPM Challenge is eigenlijk wel mooi. Februari is de kortste maand, en dus stellen ze voor om in die maand aan een cd te werken. Dat moet niet de cd van je leven zijn: begin gewoon op 1 februari en eindig op 28 februari. Dat hebben wij gedaan en tot op het laatste zijn we nog bezig geweest met afmixen en het maken van het hoesje. Pas om 15.30u zijn we op de fiets gesprongen om toch nog de juiste poststempel te hebben.”

Ondergrondse garage

Voor de opnames trokken Dingens, van der Ven en Delacourt naar een oud Russisch klooster: een doorgaans afgesloten bouwval die dateert uit de jaren 1600 en door de eeuwen heen drie meter in de grond weggezakt is. Het klooster werd het decor voor opnames van kerkklokken en zangpartijen, inclusief de akoestiek van de gewelven en de zolders van het gebouw. Toch klinkt de eerste release van Varkenshond, zeker in de eerste helft van de cd, opvallend elektronisch. State of the art was het materiaal echter niet, want veel meer dan elektrische gitaren (het eerste instrument van elk lid van het oorspronkelijke trio, maar nu niet meer gebruikt in de band), zang, orgel en twee floortoms kwamen er volgens van der Ven niet aan te pas. “Dat waren twee echte slechte floortoms die alleen goed gingen klinken omdat Kris er zo hard op sloeg en omdat we ze opgenomen hebben in een ondergrondse garage.”

Dat herinnert ook Dingens zich nog maar al te goed: “Ik zat toen op kot in Leuven, in een groot gebouw dat helemaal onderkelderd was. In die kelder hebben we opnames gemaakt met een bandopnemer op dubbele snelheid. We hadden de micro’s zo opgesteld dat ze niet de attack van de basdrums registreerden, maar alleen de nagalm die dan natuurlijk alle kanten uitging. Alleen bleek achteraf dat een van de twee micro’s kapot was en dat er op een spoor alleen maar gekraak stond.” (lacht)

Primitief of niet, het resultaat was in elk geval desoriënterend, zoals op de Varkenshond-pagina op Bandcamp gehoord kan worden. Zo mag het eerste nummer ‘Ustokrankrangantus’ dan behoorlijk industrieel klinken, volgens van der Ven is dat louter het resultaat van een gemanipuleerde orgelklank. “In dat nummer zit alleen zang en orgel. Het marsachtige dat je hoort, zijn eigenlijk clusters van een klein orgeltje. Toen we het nummer begonnen te mixen, begon dat geluid plots te klinken als een marcherend leger, al weet ik niet meer hoe we dat effect exact verkregen hebben.”

Dat niet meer exact kunnen traceren lijkt vooral voor van der Ven te intrigeren: “In elk ding dat ik interessant vind qua muziek of kunst, zit er steeds een belangrijk deel dat ik niet snap. Iets wat er voor zorgt dat het tot een andere wereld behoort. Als ik niet weet waar iets vandaan komt, ook al heb ik het zelf gedaan, dan is het toch meer van een andere wereld.”

Dingens bekijkt die zaak dan weer op een heel wat praktischer manier. “Ik weet nog wel graag hoe ik iets gemaakt heb, omdat je dan weet hoe je het opnieuw moet doen. Bij het eerste cd’tje speelde dat echter veel minder mee, want hadden we helemaal niet het idee van op te gaan treden. Nu dus wel en als we nu opnemen, denk ik toch wel eens hoe we dat live gaan doen, wat het meteen allemaal wat compacter maakt.”

Buitengegooid

Maar even terug naar het begin. RPM Challenge, kosmische stralingen en Russische kloosters, allemaal goed en wel, maar waarom zijn de mannen eigenlijk begonnen met muziek maken? De redenen van Dingens en van de Ven blijken in dezelfde lijn te liggen, hoewel de muzikale achtergronden van beide heren aardig verschillen. Dingens had net een muziekschoolopleiding met alle daarbij horende theorie afgewerkt, maar had daar geen boodschap meer aan. “Ik had jaren klassieke gitaar gespeeld en de laatste drie jaren van mijn opleiding heb ik in een jazzband gespeeld, wat een echte ramp werd. Je leert klassieke muziek en dan plots moet je een solo spelen, erg frustrerend. Enkele maanden na mijn afstuderen ben ik dan Ed en Kris tegengekomen en dat bleek voor mij wel therapeutisch. Muziek gaat immers over expressie en niet zozeer over wat de regels zijn. Weet je, ik ben buiten gegooid bij alle bandjes waar ik in gespeeld heb, omdat ik niet kon stemmen of dit of dat. In die zin was Varkenshond voor mij een bevrijding, een loutering. Plots ging het echt over muziek maken.”

“Bij mij ook,” vult van der Ven aan, “maar ik wilde eigenlijk geen muziek meer maken, maar dan wel niet omdat ik er net te fanatiek mee bezig geweest was. Muziek werd voor mij te veel een prestatie tegenover mezelf. Ik heb een tijd compositie gestudeerd en dan kom je ooit op een punt dat je je probeert te meten met componisten uit het verleden. Nou, dan gaat muziek dus helemaal nergens meer over. Daarbij vergeleken was de aanpak met ons drieën totaal anders. Het ging plots om de expressie en niet meer om het op voorhand bedenken van wat interessant zou moeten zijn. Het moest niet meer theoretisch kloppen, er moesten gewoon interessante dingen uit voortkomen.”

Clashen

Dat ruikt naar improvisatie en dat is ook waar Varkenshond grotendeels rond draait. Alleen hebben de heren het niet zo met het improviseren op akkoordenschema’s. Van der Ven: “We hebben in het begin ook heel wat dingen geprobeerd waarvan we echt niet wisten of ze zouden werken. Als het dan plots wel werkt, dan is dat wonderlijk, natuurlijk. Tegelijkertijd is het even vreemd als het niet werkt, hoewel het in theorie zou moeten kloppen. Wel, met die theorie waren wij dus net niet bezig: we lieten het verschillende kanten opgaan en wisten bijgevolg ook niet wat voor muziek Varkenshond ging worden.”

Vrijheid, het aloude ideaal is in de muziek geregeld een fetisj, net als expressie of onafhankelijkheid. Geen band die zich niet alternatief noemt, geen mainstream popgroep die niet beweert indie te spelen en geen improvisator die niet op “totale vrijheid” kickt. Toch valt op dat ook, of zeker, in de vrije improvisatie, muzikanten vaak nieuwe regels creëren. Al is het maar dat een “gewone” melodie niet kan of niet mag. Naar eigen zeggen hebben de muzikanten van Varkenshond daar geen last van, al blijkt dat bij hen niet zomaar een bewuste keuze. “Want”, zegt van der Ven “ik denk dat wij dat nadenken over wat kan en wat niet persoonlijk doen zonder er samen over te spreken. Gewoon omdat als we over muziek praten - en dat hebben we echt geprobeerd - we er totaal niet uitkomen. Het heeft dus geen zin om het te hebben over grenzen. Als we daarentegen communiceren met muziek, dan werkt het perfect. Ergens hebben we dus het voordeel dat we het niet onder woorden kunnen brengen, anders zou het zeker clashen.”

Dingens valt hem bij: “Vanaf het begin ervoer ik Varkenshond als een persoonlijke zoektocht die je met z’n drie doet. Net omdat die zo persoonlijk is, gaan we zeker niets over elkaar zeggen, maar wel uitzoeken hoe we zelf op een bepaald moment hadden kunnen reageren, wat we hadden kunnen spelen.”

Dat er geen echte regels zijn betekent echter volgens van der Ven niet dat er geen structuur is of gezocht wordt, al geeft hij grif toe dat zijn pogingen in die richting niet altijd evenveel effect hebben. “Omdat ik onze manier van werken pure chaos vind, probeer ik wel eens grafische of een tekstpartituren voor te stellen, waar dan moet ik toch vaststellen dat de interesse bij de anderen beperkt is. Dat is een poging van mij om vat op het geheel te krijgen. Het mooie is echter dat dat totaal niet lukt.” (lacht)

Kotfeesten

Het mag dan in eerste instantie niet de bedoeling geweest zijn om met Varkenshond te gaan optreden, na de release belandde de band wel op verschillende podia, waarvan de eerste op studentenfeesten stonden. Wanneer van der Ven en Dingens daarop terugblikken is het hilariteit alom. “Die snapten echt niks van wat wij aan het doen waren”, zegt van de Ven. “Op den duur begonnen ze het echter wel grappig te vinden dat wij daar telkens weer stonden, tussen al die singer-songwriters, vooral dan wanneer we onze akoestische muziek speelden.”

Dingens merkt daarbij op dat het succes van het optreden wel sterk gekoppeld was aan het uur waarop het plaatsvond. “Ik herinner me het concert waarop we het meeste respons kregen. We speelden toen een grafische partituur op een kotfeestje en begonnen er aan toen het nog donker was om te eindigen toen de zon er al door kwam. Iedereen was al ver genoeg heen om volop mee te zingen, wat minder goed lukt als je moet spelen om zeven uur ’s avonds.”

Nog zo’n memorabel concert was een optreden in Scheldapen in 2008, samen met onder andere de Turkse band Hazavuzu. Met Varkenshond was voor dit concert aardig gerepeteerd en volgens van der Ven “is het nog steeds het beste concert dat we ooit gegeven hebben, hoewel er op het einde maar twee mensen in de zaal overbleven. En dat in Scheldapen, dat zegt natuurlijk genoeg.” (lacht)

Erg zaten de muzikanten daar niet mee. “Want”, zo zegt Dingens “we maken liever muziek die mensen wegjaagt dan muziek die mensen koud laat. Ik vind niks zo frustrerend als spelen en merken dat niemand luistert en dat ze gewoon klappen wanneer het gedaan is.” Anderzijds halen de muzikanten er naar eigen zeggen geen kick uit dat er bezoekers vertrekken. Meer zelfs: van der Ven zegt expliciet er zich zelfs nooit van bewust te zijn dat er bezoekers vertrekken tot op het einde van het concert. “Ik ben alleen bezig met het doen van mijn verhaal en dat lukte net bijzonder goed tijdens het optreden in Scheldapen. Als mensen daar geen gehoor voor hebben, dan is het take it or leave it.”

Gouden tanden

Dat Varkenshond na de eerste release vooral rond live spelen ging draaien, had zo zijn gevolgen. Kris Delacourt kon zich wegens activiteiten bij Monza en later Meuris minder en minder vrijmaken en aangezien de groep vooral samenkwam ter voorbereiding van een concert, troffen de drie elkaar heel onregelmatig. Ook muzikaal werkte het soms wat minder. Van der Ven: “In 2008 hebben we wat dingen geprobeerd die niet echt bleken te werken. We wilden toen akoestische noise maken met prepared guitars en zo en dat werkte live wel, maar niet echt bij een opname. Het werd allemaal wat te fragmentarisch.” Dingens: “Ik zat toen in een echte Frank Zappa-periode en dan is fragmentarisch wel een pluspunt, maar het klopt wel: ik heb nog wat aan de opnames geprutst en heb er zo een kwartier muziek uit gehaald heb, waarvan ik er nu uiteindelijk zeven goed vind.”

Dingens en van der Ven gingen als het duo Leszbikus verder tot er eind 2011 meer regelmaat kwam in de Varkenshond-werking en er aan een nieuwe release gedacht werd. Opnieuw trok de groep als trio op reis en dat is aan de tweede release, een titelloze cassette (verschenen op tape-label No Basement is Deep Enough) te horen. Dingens: “We zijn onze improvisatiesessies gaan hernemen over heel de wereld, bij kleine groepen mensen die op de een of andere manier in afzondering leven, zoals in Hongarije waar je dorpen hebt waar de kippen nog over straat lopen. Als je daar met de trein aankomt, dan kom je een zigeuner tegen die zijn twee gouden tanden bloot lacht en in het locale taaltje vraagt wat voor instrument je daar bij hebben.”

Het resultaat is een heel eclectische release geworden, met tracks die beurtelings klinken als een Poolse volksdans, middeleeuwse gezangen, een sjamanistisch ritueel of Afrikaans-Aziatische percussie-ensembles. “Toch”, zegt Dingens “zijn alle opnames gemaakt in Korbeek-Lo, waar ik gewoond heb na mijn studies in Leuven. Daar hadden we een huis waar we hele dagen en nachten muziek konden maken, geïnspireerd door onze improvisaties tijdens de reis.” De opnames van de trip zelf, zijn dus niet op de uiteindelijke tracks te horen, wat volgens Dingens vooral om praktische oorzaak heeft. “Wanneer je iets wilt editen, moet je namelijk sterk op het geluid ingrijpen en dan heeft het gebruiken van de op de reis gemaakte opnames geen zin. We hebben echter wel locale instrumenten meegebracht of zelf dingen gefabriceerd die op die instrumenten geïnspireerd waren.”

Macht grijpen

De tweede release van Varkenshond kan dus gerust als een reisdagboek begrepen worden. Toch zullen luisteraars die op zoek zijn naar een Rough Guide of een Trotter bedrogen uitkomen, want de muzikanten hebben er bewust voor gekozen om geen exacte info te geven welk nummer door welke locatie geïnspireerd werd. De muziek moest immers voor zich kunnen spreken. “Want” zo vindt Dingens “het mocht gerust wat mysterieus worden. We leven toch al genoeg in een onttoverde wereld. Alle muziek is beatmatig gesegmenteerd: dat is juist en dat is fout. Omdat veel dingen digitaal worden, worden het toch zo snel rekensommetjes.”

Voor van der Ven gaat het ontbreken van duidelijke informatie nog een stapje verder. “Leonard Bernstein maakte ooit een onderscheid tussen deep structure en surface structure, concepten die hij bij de literatuur en Chomsky haalde, maar toepaste op muziek. Proza is dan deep structure en poëzie is surface structure, omdat je dingen weglaat en met suggesties werkt. Dat laatste willen wij ook: mystificeren en niet uitweiden tot een deep structure.

Dat suggestieve wordt op de tweede release nog bevestigd door het sobere geluid, waarbij stilte een belangrijke plaats inneemt. Daarmee zeggen dat de muziek serieuzer klinkt, is echter iets waarover binnen de band geen eensgezindheid bestaat. Van der Ven: “Grappig dat je de muziek serieuzer vindt, want Kris en de man van No Basement is Deep Enough vinden die net echt hilarisch, terwijl ik hem ook net iets serieuzer bekijk.”

Dat de cassette anders klinkt dan de eerste cd, daarover zijn echter beide muzikanten het eens. Die verandering in benadering was volgens Dingens geen toeval. “Ik denk dat we met het vorige album een veilig wereldje hadden gecreëerd , iets dat werkte. Om daar niet in te blijven vastzitten, zijn die grafische partituren waar we het daarstraks over hadden heel interessant geweest. Die dwingen je namelijk om van structuren af te wijken, om dingen te doen die niet uit je eigen logica voortkomen die je later dan weer zelf kan gaan gebruiken.” Waarop van der Ven meteen aanvult: “De regel blijft: als je iets moet doen, volgens een partituur of een afspraak, maar je denkt dat je iets beters hebt, dan moet je dat laatste doen!”

De grafische partituren mogen dan hun nut gehad hebben, zowel van der Ven als Dingens blijven het er over eens dat de free jams van Varkenshond het beste resultaat opleveren. Van der Ven: “We zitten met het voor- en nadeel van een soort democratische band. Ik probeer vaak de macht te grijpen door met partituren af te komen, maar dat wordt totaal niet serieus genomen. Ik kan geen vat op deze band krijgen en ik heb het echt geprobeerd.” (lacht)

Desalniettemin valt op dat tijdens het optreden in Amsterdam van 2013, deels te horen op de Soundcloud van Aurélie Lierman (het vijfde en nieuwste lid van Varkenshond) bepaalde tracks van de nieuwste release echt als nummers gebruikt worden, ook al hebben ze dan een andere naam gekregen. Een foutje, geeft van der Ven meteen toe en hij gaat verder: “We hebben inderdaad geprobeerd om bepaalde nummers ook echt live te brengen, maar dan niet zozeer volgens de vorm of de compositie, maar eerder qua feel. In het begin was dat wat ongemakkelijk, maar op een gegeven moment ontwikkelt zich daar toch iets nieuws uit en heb je dus nieuwe nummers. Immers, als je geen zin hebt om het instrument te spelen dat je op de opname op het stuk speelde, dan mag je live steeds een ander nemen.”

Klep open

Met de komst van nummers heeft de muziek van Varkenshond een iets vastere gedaante gekregen, maar geldt dat ook voor de band? Wat begon als een trio, is met de komst van Jo Caimo en Aurélie Lierman ondertussen immers een kwintet geworden. Toch is Varkenshond niet geneigd om losse gasten op het podium of in de studio toe te laten. Volgens van der Ven ligt de oorsprong van die beslissing bij Dingens: “Jij hebt ons er eigenlijk een beetje voor behoed. Ik dacht dat we wel wat mensen konden uitnodigen voor wanneer Kris eens niet kon meedoen, maar jij hebt ons toen overtuigd dat niet zomaar te doen.”

Dingens van zijn kant had een hele goeie reden om van Varkenshond geen duiventil te maken. “Bij een optreden is het wat anders, maar als wij met Varkenshond repeteren, dan is dat voor mij bij momenten een heel intieme aangelegenheid. Het gaat over expressie die soms van heel diep komt en dan kan je wel een zeker comfort gebruiken en dat vind ik niet bij iedereen. Je moet je durven belachelijk maken, want zeer diepe menselijke emoties worden niet altijd geaccepteerd. Hoewel iedereen ze wel kent, krijg je gekrulde tenen en gegniffel en dat willen we niet.”

“Na een optreden van een andere band van Jo zei hij eens dat het in die groep “toch wel jazz bleef”. Ik begreep dat niet zo goed, want de muziek was meer noise, en vroeg hem wat hij daarmee bedoeld. Hij antwoordde dat het toch maar wat egotrippers samen waren. Dat gevoel had hij niet bij Varkenshond, waar het niet gaat om de individuen, maar om het geheel. Er is ook niemand die de neiging heeft de frontman te zijn: nu eens treedt de ene op de voorgrond, dan weer iemand anders. Ik kan met voorstellen dat dat iets anders wordt, wanneer je altijd met nieuwe mensen werkt. Dan wil je de ganse tijd laten zien wat je kan en waard bent.”

Van der Ven is er zowaar even stil van geworden en vult later aan: “Weet je, als ik opnames beluister en Sebastian gaat helemaal los, dan lig ik vaak plat van het lachen. Dan raakt hij zulke essenties, omdat hij een klep openzet waar alles dan door naar buiten komt en hij schaamt zich nergens voor. De meest onverwachte dingen, met de kleinste gedachtespelingetjes worden zo herkenbaar, omdat ze van zo diep komen. Wat dat betreft is Sebastian een hele andere muzikant dan ik, want dat openen van die klep, dat is iets wat ik niet kan.”

Applaus

Intimiteit en geborgenheid, in een studiosituatie is dat allemaal ok, maar hoe zit het op een podium? Dat bleek vooral in het verleden geen evidentie voor Dingens. “Tijdens de meeste optredens die ik met andere groepen gedaan heb, was ik enorm nerveus tot het eerste applaus. Pas daarna kon ik echt plezier hebben. Met Varkenshond heb ik dat probleem niet, omdat ik daar in een veiligere groep zit. Bovendien weten we tegenwoordig ook meer wat we live gaan doen. Daarvoor hadden we bij concerten geen idee wat we gingen spelen, maar nu is er een setlist in de gedaante van een instrumentarium of een structuur. Daarmee ga je natuurlijk ook meer eerdere gespeelde dingen reproduceren, maar echt dezelfde expressie, dat lukt natuurlijk niet. Je kan proberen terug te gaan naar het oorspronkelijke gevoel van het stuk dat je speelt, maar het spontane van dat moment ben je natuurlijk kwijt.”

Het comfort op het podium beperkt zich voor Dingens echter niet alleen tot de andere muzikanten. Ook het publiek speelt bij hem een grote rol. Want waar Varkenshond vroeger vooral voor studenten speelde die het allemaal eigenlijk weinig kon schelen, heeft de groep volgens hem nu een eigen publiek gevonden: “een publiek dat begrijpt of minstens apprecieert wat we doen. Dat maakt dat je in een heel kleine groep van mensen terecht komt die het wel ok vinden en nieuwsgierig zijn en dat is heel geruststellend. De laatste keer dat we in Antwerpen speelden, bijvoorbeeld, was er geen applaus tot op het einde. Dat deed er voor mij ook niet meer toe, want de mensen waren blijven staan en waren stil en dat was voor mij zeker een even groot signaal als een applaus.”

Ook van der Ven ervaart een optreden ondertussen als iets heel anders dan een thuis opgenomen sessie. “Voor mij is live spelen iets meer ontspannen, omdat ik niet zo’n improvisator ben als Sebastian en graag een kader heb waarbinnen ik kan werken. Als we hier thuis opnemen, dan snap ik vaak echt niet wat we aan het doen zijn en als ik die opnames dan achteraf hoor, dan denk ik: fantastisch. Of net niet, natuurlijk. Soms heb ik echt tijd nodig om te beseffen wat we hier doen en dan is het goed dat er anderen zijn die wel snappen wat er gebeurt. Want weet je, het zijn vaak de meest bizarre dingen die het beste werken en dan is het ok dat er mensen bij zijn die niet helemaal mee zijn en hun eigen tripje doen. Ergens werkt dat wel, want dan krijg je energie van elkaar. Energie om door te gaan.”

Meer over Ed van der Ven & Sebastian Dingens (Varkenshond)


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.