Drie eenhoorns die elkaar a tergo nemen: het moet wel één van de vreemdste hoezen van het jaar zijn. De dames van CocoRosie slagen er dan ook keer op keer in hun promo te verzorgen. Zo was hun debuut 'La maison de mon rêve' het resultaat van een zatte nacht in Montmartre, nadat de twee zusjes elkaar na jaren opnieuw tegenkwamen. Deze tweede plaat zou dan weer opgenomen zijn bij hun moeder in de Camargue. Wellicht een promosprookje, maar men kan er niet om heen: CocoRosie is een vreemd groepje.

Tweede platen zijn altijd moeilijk, zo wil het cliché. En dat wordt des te moeilijker als je eerste plaat zichzelf al wat herhaalt. 12 nummers om te bewijzen dat ze meer zijn dan een gimmick: het is geen gemakkelijke opdracht. Waar ze op het eerste zicht niet helemaal in slagen. Zo klinkt een nummer als 'Tekno Love Song' krèk hetzelfde als 'By Your Side' van hun vorige plaat. Het krakkemikkige gitaarspel, de al te stereotiepe harp en de lieflijke samenzang van de zusjes lijken hun beste tijd te hebben gehad.

Maar de dames hebben meer in petto. Zo klinkt openingstrack 'K-hole' bijzonder fris. De speelgoedsamples hebben plaatsgemaakt voor achterstevoor gespeelde sfeersamples en het beatboxen van Spleen – die ook al op de eerste plaat te horen was – komt meer naar de voorgrond. Ook Bianca trekt meer laken naar zich toe: haar voorzichtige Björk-achtige vocalen – denk aan een nors kind – krijgen meer frontvrouwallures en dragen het nummer. Bovendien is 'K-hole' gewoon een sterke song. En precies dat zorgt ervoor dat 'Noah's Ark' moeiteloos naast CocoRosies debuut mag staan: de nummers blijven overeind.

Ook is er flink wat variatie te horen op 'Noah's Ark', iets wat op hun debuut nog ontbrak. Zo klinkt de triestige mix van Sierra's operazang, hoekige hiphopbeats, dierengeluiden en een babyorgel op 'Bear Hides and Buffalo' helemaal anders dan de vrolijke, up-tempo hitsingle 'Noah's Ark'. Ook de bijdrage van flink wat gastzangers houden de plaat levendig. Meest opvallend is 'Beautiful Boyz', met de trillende stem van geestesgenoot Antony (and the Johnsons) in het refrein. Een prachtige ballade over het leven van de androgene vibratomeester himself. Ook Devendra Banhart, new weird folk-held en tevens Bianca's (ex-?) vriendje, mocht niet ontbreken. Met 'Brazilian Sun', eerder een atmosferische geluidscollage dan een echt nummer, tekent hij meteen voor een van de talrijke hoogtepunten van de plaat. Zijn overstuurde, bevende stem past uitstekend bij de zweverige operavocalen en harp van Sierra, zonder dat het nummer een recyclage van hun eerdere werk wordt. Op 'Bisounours' neemt Spleen dan weer het woord. Zijn Franse raps zijn misschien niet de meest geïnspireerde, maar opnieuw werken ze uitstekend bij Antony's voorzichtige achtergrondvocalen en de geluidscollage van de Casady's.

Het mag onderhand duidelijk zijn: 'Noah's Ark' is een bijzonder sterke tweede plaat geworden. Ze nestelen zich in de new weird folk-traditie, maar tonen tegelijk dat ze meer in hun mars hebben. Toch is 'Noah's Ark' geen plaat met een lange houdbaarheidsdatum. Dit is geen cd om zes keer na elkaar op te zetten, maar wie er spaarzaam mee om springt en zich niet stoort aan het arty-farty karakter van de dames, heeft een prachtig plaatje om de donkere winter tegemoet te gaan.

Meer over CocoRosie


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.