Wie vertrouwd is met de muziek van het Duitse duo Swod zal snel invloeden terughoren bij Dictaphone. Echt verwonderlijk is dit niet, aangezien de twee bands Oliver Doerell als gemeenschappelijke factor hebben. Als Dictaphone laat deze zich bijstaan door Roger Doring die met sax en klarinet dit project een rijker kleurenpalet bezorgt dan het eerder op de piano georiënteerde Swod.

De fond voor de muziek van Dictaphone wordt gelegd door zachte, spaarzame elektronica. Subtiel klikken, tikken, kraken of pulseren wordt aangevuld met het snorren en ratelen als van kleine mechaniekjes, een zachte breakbeat, filmsamples of de geconcentreerde geluiden van snooker- of biljartwedstrijd. Hierop worden al even voorzichtig wolkjes sax, klarinet, keyboard (en accordeon?), elektrische gitaar of piano gespoten waarbij de bas hier en daar voor de voorzichtige diepte zorgt. De sterkte van Dictaphone zit er in dat ze met de combinatie van deze instrumenten en elektronica niet zo nodig jazz moeten spelen. De blazers en de piano worden niet gebruikt voor halfslachtige solo's, maar fungeren eerder als kleurelement of ze leveren korte, gefragmenteerde melodieën van maar enkele, meestal lange, noten. Zo zijn elementen als melodie en harmonie steeds aanwezig, maar dan wel in een embryonaal stadium, zonder echt uitgesproken te worden. En dat concept werkt. Door de veranderingen in de muziek te laten plaatsvinden in de details of door de verschillende ritmische lagen net wel of net niet te laten "kloppen" (zoals in 'Rising Minimal') zweeft de muziek in het lichtledige zonder muzikaal lichtzinnig te worden.

Bovendien varieert het duo het gebruik van het materiaal en zorgen extra bijgevoegde samples voor nieuwe sferen. Wanneer de klarinet in 'K 1 04.' een hikkende melodie brengt, vol sprongen en de ritmische figuren net boven elkaar passen, gaat de muziek de richting van klezmer uit. Het al even abstract getitelde 'K 2 05.' heeft dan weer de sfeer van een nachtelijke wandeling door Parijs, waarbij fijne ruis en regenklanken (hoewel geregeld onderbroken) de suggestie van een fijne motregen geven. Een duidelijke jazzverwijzing komt er in 'Le Chasseur (Danke)', door de rijkdom aan blazers. In de geest van 'Vertigo II' laten de twee zich hier echter ook niet zomaar gaan en worden jazzcliché's ook hier gemeden. De blazers zorgen hier niet voor een wilde bigbandsound, maar klinken uiterst afgemeten en krijgen zo eerder een "blank" geluid. Als Dictaphone een blik strijkers opentrekt, gebeurt dat gegarandeerd breed en zacht als in een oude, sentimentele film, maar dan wel in de originele, bescheiden opnamekwaliteit. In combinatie met de lange saxtonen van 'The Last Song' ontwaakt zo een romantische generiekmuziek die echter overwaait wanneer de elektronica regelmatig wordt en de muziek lijkt te versnellen. Door dit manoeuvre is 'The Last Song' een unieke track op de cd, namelijk de enige die drastisch van sfeer verandert.

Dat de muziek van Dictaphone dienst kan doen als achtergrond valt niet te ontkennen. Wie de muziek alleen als decor gebruikt gaat echter heel wat verfijning mislopen. Een vergelijking met mooie muurschilderingen doet de band en de muziek meer recht dan de stempel "behang".

Meer over Dictaphone


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.