Het Ensemble Khan Bogd vertegenwoordigt de onversneden muzikale traditie van de desolate Mongoolse steppen. In haar authenticiteit klinkt die muziek op 'Ayalguu' nu eens bevreemdend en exotisch, dan weer opvallend vertrouwd. Centraal op deze cd staat de stem van Duuren Uuriintuya die verhalen vertelt over lief, leed en ... paarden.

In grote lijnen kunnen de liederen op deze cd ingedeeld worden in twee categorieën, waarbij de long songs het meest de exotische, Aziatische sfeer uitademen. Hier wordt de vrouwenstem het meest op de proef gesteld. De melodieën zitten vol melismen en vallen geregeld stil op lange noten om vervolgens weer in gang te schieten. Trillers, snel overslaan en vibrato zijn hier schering en inslag. De precisie en de controle waarmee Uuriintuya deze vocale technieken toepast (ze lijkt ze simpelweg aan en af te kunnen zetten) maken duidelijk dat het hier om bewust gekozen effecten gaat. De lang uitgesponnen lettergrepen maken de vorm van deze liederen minder duidelijk, wat nog versterkt wordt door de instrumentale omlijsting. Hiervoor wordt meestal slechts beroep gedaan op een morin khuur, die geen echte begeleiding speelt, maar de gezongen melodie schaduwt. Door het vrije ritme van deze liederen moet het instrument wachten tot de stem beslist om verder te gaan, waardoor de instrumentalist vaak net iets achter komt. De minuscule canonsituaties die zo ontstaan maken deze stukken uiterst geconcentreerd. Af en toe schemert in deze long songs het extreem verfijnde toonhoogtegebruik van de Chinese muziek door, met noten die qua hoogte dichter bij elkaar liggen dan in de westerse muziek gebruikelijk is. Zo ver als in bijvoorbeeld Chinese opera's wordt er echter niet gegaan, waardoor de scherpe kantjes bij voorbaat wat afgevijld worden zonder de muziek te laten verwateren.

In de short songs is verregaande melodische complexiteit echter helemaal niet aan de orde. Met een duidelijk strofische structuur en vloeiende, bij momenten folky melodielijnen, klinken sommige van deze liederen opmerkelijk herkenbaar. Ze zullen dan ook een melodische oase vormen voor luisteraars die bij het volgen van de long songs tot op de grens zijn moeten gaan. Bovendien zorgen blaasinstrumenten (limbe en surnai) en snaarinstrumenten (khuuchir, yoochin en yatga) naast de morin khuur voor extra kleuren. Van echte arrangementen is echter zelden sprake. Terwijl veelal één snaarinstrument de begeleiding op zich neemt met arpeggio's, spelen de andere de melodie mee met de stem. Trage short songs klinken heerlijk romantisch, haast melancholisch, terwijl de snellere een aanstekelijk danskarakter hebben.

Wie de muziek van Ensemble Khan Bogd gedurende de hele cd mee volgt, wordt naar het einde toe getrakteerd op een paar muzikale verrassingen, zoals het ontstaan van een ware baslijn, los van de melodie, in 'Khamgiin Dundaas Ontsgoi'. De echte uitschieters zijn echter 'Dörvön Tsagiin Tal' en 'Govilin Öndör – Anduuchin'. Het eerste lied is het meest westerse van de hele cd, aangezien de begeleidende instrumenten meerstemmig gaan spelen, waardoor er echte akkoorden in de begeleiding komen te liggen. Bovendien wordt hier ook een tekstloze, natuurlijk vervormde mannenstem aangewend. Die duikt ook in het afsluitende 'Govilin Öndör – Anduuchin' op, waarin het binnenschuiven van de morin khuur voor echte dissonaten zorgt. Het snellere tweede deel 'Anduuchin' zet in met een herhaalde noot en imitaties van paardgeluiden, waardoor de cd een Mongools Bonanza als slot krijgt. Dat dit op geen enkel moment lachwekkend of zelfs maar geinig klinkt, onderstreept de kwaliteiten van deze cd die erin slaagt de (ondanks alles) nog steeds goed verborgen Mongoolse muzikale wereld te openbare aan muziekliefhebbers uit andere windstreken dan het oosten.

Meer over Ensemble Khan Bogd


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.