Het is niet meer als vroeger, toen Franstalige hits hier schering en inslag waren. Tegenwoordig raakt de muziek uit dit taalgebied, of ruimer zelfs de niet-Engelstalige muziek, nog nauwelijks de linguïstische grenzen over. Het is dan ook beslist tijd om een lans te breken voor wat muziek van de andere kant van de taalgrens, want het mag een fabeltje wezen dat hun muziek hier geen voet aan de grond zou kunnen krijgen. Groepen als het teloorgegane Venus, Été 67, MLCD en Girls In Hawaii waagden met wisselend succes hun kans in Vlaanderen, maar toonden alvast dat ze konden terugvallen op de belangrijkste troef: kwaliteit. In dit lijstje zou ook de naam van Mièle bijgeschreven kunnen worden. Oorspronkelijk bestond de groep uit drie leden. Enerzijds waren dat Stéphane Dauberry en Cathérine Di Biasio (ook gekend als drumster en achtergrondstem bij Kris Dane) die zowel de lead- als backingvocalen voor zich nemen en zich geregeld wagen aan een duet, anderzijds was er Franck Baya (ook actief bij Françoiz Breut) op drums. Hun eerste album kwam uit in 2006. Nu komen ze op de proppen met hun tweede lp die vorm kreeg tussen Halle en Parijs, met Marc François aan de knoppen, een man die eerder met Ozark Henry en Novastar z’n sporen verdiende.

Ten opzichte van hun eerste muzikale werkstuk is er het één en het ander veranderd. De groep haalde namelijk met Cédric Castus (Soy Un Caballo) en François Gustin (Hallo Kosmo) twee nieuwe muzikanten binnen, waardoor de meer rockende klank evolueerde naar een vorm van sferische pop. Ook zijn er veel doorkijkjes naar dromerige americana te bespeuren en wat knipogen richting het Franse chanson. Enkel ‘La Chose’ en vooral ‘l’Inventaire’ hebben nog rockende kantjes.

Het album is vooral opgebouwd rond de stemmen van Cathérine Di Biasio en Stéphane Dauberry. Nét daarin ligt één van de sterkste punten van ‘Le Jour et La Nuit’: de samenzang. Zo kan het héérlijke duet, en tevens orgelpunt van het album, ‘Dans La Nuit’ doorgaan als hoogtepunt om duimen en vingers bij af te likken. Ook andere duetten behoren tot de meest boeiende passages van de plaat. Waar één van beide stemmen evenwel het voortouw neemt dreigt het soms wat voorspelbaar of middelmaats te worden. De onschuldigheid waarmee di Biasio zingt weet de luisteraar wel nog te bekoren, zéker tijdens het uiterst lieflijke, zelfs licht naïeve ‘Chateaux de Sable’. Het probleem zit ‘em vooral in het gegeven dat de verschillende nummers waarvoor zij de leadzang verzorgt vrij sterk naar elkaar neigen (‘Tu n’Est Pas Là’, ‘La Lumière’, ). De op americana geïnspireerde opener ‘Le Jour et La Nuit’ en meer nog ‘Corps Fluorescents’, waar Dauberry het alleen waagt, kunnen evenmin volledig overtuigen. Niet dat de composities zwak zijn, integendeel, maar op een klok van een stem kan hij nu eenmaal niet terugvallen. Zeker het openingsnummer kon door een andere zanger of zangeres naar ongekende hoogtes zijn gebracht.

Alles bij elkaar is ‘Le Jour et La Nuit’ een geslaagd album geworden dat het vooral moet hebben van de dromerige en lieflijke sfeer die gecreëerd wordt door de man/vrouw-samenzang en de sterke composities. De rockende nummers zijn vervolgens een onvermijdbaar relict uit hun vorige, iets ruwere, fase en illustreren perfect de evolutie van de groep. Het enige waarin Mièle nu nog moet slagen is de twee complementaire stemmen meer samen uit te spelen en de solo-uitingen wat naar de achtergrond te plaatsen. Tot dan is er een plaatsje aan het Belgische hemelfirmament vacant.



Meer over Mièle


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.