Ze komen uit Polen, 'doen iets met jazz' en doen het pakken beter dan veel van hun bekendere collega's. Meer nog: dit kwintet veegt op zijn (pas) tweede cd vrolijk de vloer aan met de meeste nu-jazzers. Op 'Instytut Las' geen melig glimlachende lounge jazz of dance die door een verdwaalde saxofoon op zoek gaat naar een sprankeltje geloofwaardigheid. De buitenaardse, spacy klanken van de oude Moogsynthesizers, de solide contrabasgrooves en de uitzonderlijk uitgewerkte drumpartijen brouwen samen met het rockende en zelfs soms noisy gitaargeluid, de elektronische effecten, de psychedelische Fender Rhodes en de blazers een stevig overkokend potje. De smaak ervan wisselt permanent tussen jazz, funky grooves, generiekmuziek voor James Bond en jaren '70 politieseries, psychedelica en oude science fiction geluidjes.
Niet alleen klinkt Robotobibok zoveel rijker dan gemiddeld, de intrinsieke muzikale waarde van sommige bandleden ligt ook gevoelig hoger dan gewoonlijk het geval is. Waar trompettist Artur Majewski's tijdens zijn solo's nogal snel naar effecten grijpt en weinig ideeën kan bovenhalen, is saxofonist Adam Pindur opvallend sterker. Het zal veel jazzliefhebbers deugd doen eens een saxofonist te horen die dit soort muziek verrijkt met degelijk opgebouwde solo's, zoals in 'Muzyka do Filmu'. Op een de agressieve begeleiding van de rockende gitaar en een doorratelende drum demonstreert Pindur hoe eenvoudige, maar ter zake zijn improvisaties kunnen zijn. De grootste muzikale meerwaarde onder de musici ligt echter bij het juweel van een drummer. Door de prachtige livepartijen van Kuba Suchar worden steriele beats vermeden en geraakt de muziek nooit opgesloten in niets meer dan een groove. Verfijnd en steeds veranderlijk zijn de bijdrages van Suchar op zich al de prijs van de cd waard.
De kers op de taart is dat al dat lekker vettig geluid en dito muzikale kwaliteiten in fraaie structuren gegoten. De tracks beperken zich niet tot één basisformule. Bovendien is alleen 'Wymiana Tlenu na Stacji Mir' gebaseerd op het louter stapelen van lijntjes. De rest van de nummers evolueert op andere en grondigere manieren, waardoor ze meer dan eens doorgecomponeerd klinken, onder andere door terug opduikende thema's en de soepele sfeerwisselingen. Zo ontstaan structuren waarin alles en iedereen zijn eigen plaats heeft. 'O Czym Szumią Wierzby' is zo'n knap uitgewerkte compositie met contrapuntische claxoneffecten van de blazers en een nerveuze, oppompende drumpartij. In 'Instytut Ruperta S.' krijgt de flipperende elektronica zelfs de rol van solist. Dat het stuk in een weerbarstige maatsoort staat bevordert alleen maar de muzikale waarde en het luistergenot, zeker wanneer het geheel uiteindelijk openspat in een zinderende, collectieve improvisatie.
Robotobibok laat hier zien hoe gevaarlijk een mengeling van jazz met elektronische stijlen kan klinken. Eindelijk een cd uit deze muzikale hoek die die plaats in de jazzrekken ook echt verdient.

Meer over Robotobibok


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.