Het optreden van het Smith-Cuber kwartet was het eerste in de reeks "Roots and grooves". En naar goede "roots & grooves" traditie was het een mengeling van muziek en amusement. Zo mocht het publiek genieten van de meer dan opvallende mimiek van gitarist Michael Powers, mocht het meebrullen in "Scream" - van de originele titels moest dit optreden het niet hebben - en was het aanvaardbaar een glimlach te tonen wanneer er een bekend thematje voorbijkwam, al dan niet aangekondigd door Dr. Lonnie Smith. Hoewel deze Hammond B-3 legende de 60 reeds voorbij is, blijkt het hier toch te gaan om zijn eerste doortocht in België. Roots en grooves dus ... maar ook meer dan dat. Wie kwam voor een traditioneel groovy - tja, de term is nu echt niet te mijden natuurlijk - feestje kreeg wat hij verlangde... maar moest er wel andere zaken voor lief bijnemen. Andere zaken zijn steeds een dankbare verrijking … alleen was het geheel hier zelden meer dan de som van de delen.

Het klassieke gedeelte van de sound wordt grotendeels verkregen door het knorren van de baritonsax van Ronnie Cuber en het drumwerk van Jonathan Blake. Deze laatste slaagt er in een strakke basis te leggen, zonder zich hiervoor te beperken tot rudimentaire ritmes. Hij weet het funky kader dat van hem verwacht wordt zodanig in te vullen dat er voldoende voer overblijft voor een bewust luisteraar, zonder dat de flow van het geheel in het gedrang komt. Het feit dat Lonnie Smith orgelgewijs ook zijn steentje tot dit geheel bijdraagt is op z'n zachtst gezegd een open deur intrappen. De vreemde eend in de bijt blijkt dus gitarist Michael Powers te zijn.

Niet dat Powers geen bluesy sound kan neerzetten die zo geliefd is in Hammond-gerichte ensembles, maar hij wil duidelijk het klankpallet verrijken. Enerzijds door het regelmatig gebruiken van allerlei effecten, anderzijds door verschillende speelstijlen te hanteren die voor de nodige variatie kunnen zorgen. Zo slaagt hij er in het ene moment lekker melodisch en lui achter de beat aan te spelen, om enkele seconden later zijn heil te zoeken in akkoordimprovisaties, om te eindigen bij het met zijn linkerhand afrennen van de hals van zijn gitaar, waarbij de klankkleur die op dat moment ontstaat belangrijker is dan de noten die gespeeld worden. Met andere woorden: een combinatie van traditionele en modernere visies op de (on)mogelijkheden van het gitaarspelen. Als luisteraar kan je dan beginnen twijfelen of je de solo's nu gevarieerd of richtingloos vindt. Nochtans kan dit gegeven bij de eerste nummers best helpen om geboeid te volgen wat er gebeurt, maar na een kwartiertje begint dit toch sterk af te nemen. Powers blijft dezelfde ingrediënten herhalen en als luisteraar heb je dit snel begrepen, waardoor het niet meer dan trucjes worden. En daar kunnen de reeds eerder genoemde effecten - hoe spectaculair ook - helaas niets aan veranderen.

Dat het hebben van een bepaald stramien geen handicap hoeft te zijn bewijst Lonnie Smith. Ook tijdens zijn solo's zijn er constanten te ontdekken. Zo begint hij steevast met zacht en ritmisch rust geriedel in het middenregister, waarbij de stiltes die vallen minstens even belangrijk zijn als de noten die gespeeld worden. Geleidelijk aan laat hij de melodie ritmisch dichtslibben, waarbij de toonhoogte en de dynamiek recht evenredig mee volgen, om uit te monden - na eventueel enkele terugschakelingen - bij het improviseren in akkoorden. Dit geeft dan het geluid dat zo velen associëren met het Hammondorgel. Het grote verschil met de werkwijze van Powers is dat Smith dit systeem combineert met een harmonische, melodische en ritmische inventiviteit die bij de gitarist niet altijd terug te vinden is.

Zo wordt het systeem van Smith een kader dat telkens anders ingevuld wordt. Hoe deugdelijk deze manier van werken is komt het best tot uiting wanneer minder voor de hand liggende stukken gespeeld worden, zoals de ballad "Tenderly". Waar men op het eerste zicht zou denken dat een stevige akkoordimprovisatie hier naast de kwestie zou zijn, blijkt Smith dit toch te kunnen bolwerken zonder het nummer geweld aan te doen. De ritmische onderlaag die hij bij de akkoorden legt is van die aard dat een luisteraar geen andere keuze heeft dan mee te gaan in Smith's visie op deze standard.

Deze brede visie op het materiaal is ook te merken in het Hammondgeluid op zich. Smith bewijst dat een Hammondorgel niet één instrument is, maar een hel scala van mogelijkheden biedt. Van de bekende Al-Van-Dam-in-De-Tijd-Van-Toen-sound, over het en-daar-komt-het-showblok-gevoel van Nederlandse spelprogramma's uit lang vervlogen tijden, tot een ambiance die je de indruk geeft dat je in een niet al te goed verlicht café met Sartre zelf het existentialisme aan het bespreken bent. Al deze sferen - en veel meer - kan je beleven naast de bekendere "typische" Hammondsound. Zo is Lonnie Smith in staat een overtuigende "Tenderly" te spelen en een half uur later een meer dan calorierijke groove neer te leggen voor "Play it back". Roots en grooves ... en veel meer!

Meer over Lonnie Smith & Ronnie Cuber Quartet


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.