Crisis of niet, aan de banken zal het niet gelegen zijn dat de klassieke muziekwereld aan subsidies verliest. BNP Paribas zette laatst nog zijn schouders onder een release van jong solist Evgeni Bozhanov in een Chopin-programma en deze keer is het ING die als trotse sponsor op de achterflap opduikt. Dat banken hun steun niet alleen aan voetbalclubs en andere populaire aangelegenheden verlenen, is uiteraard een goede zaak. Opvallend is wel dat vooral ongevaarlijke programma's met relatief geliefde muziek op deze manier wordt uitgebracht, maar beter zo dan niet natuurlijk. En dus hoeft niemand te klagen dat de in Armenië geboren Hrachya Avanesyan hier drie werken van de Tsjechische componist Antonín Dvořák onder handen neemt. Avanesyan geniet nog maar weinig bekendheid, en wie hem in het Paleis voor Schone Kunsten soms ziet rondstruimen in gezelschap van Yossif Ivanov en Lorenzo Gatto voor een of ander vioolconcert, kan in hem zelfs een underdog zien. Die status verdient hij echter niet, toch zeker niet op basis van wat hij op deze cd laat horen. Hoewel qua fysieke verschijning een beetje nonchalant en ruig, laat hij Dvořák erg verfijnd en vooral op een zeer persoonlijke manier horen, wat weinig jonge violisten hem voordeden. De vraag is of hij nog zal deelnemen aan de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Inmiddels studeert hij immers al een aantal jaar aan de gelijknamige muziekkapel, maar met zijn zesentwintig jaren doet hij er goed aan niet al te lang meer te wachten vooraleer zijn kans te wagen.

Met Augustin Dumay, de topviolist die hier van zich laat horen als dirigent, heeft Avanesyan hoe dan ook een uitstekend mentor. Dumay is vooral gekend omwille van zijn referentieopnames in Beethoven, en met zijn orkestdirectie is hij altijd in de schaduw gebleven van wat hij als solist heeft gepresteerd. Zijn internationale vioolallure kon hij als dirigent nog niet verzilveren en deze opname zal daar allicht geen verandering in brengen. Niet dat Dumay het orkest de dieperik in stuurt, maar wel laat het Sinfonia Varsovia, het voormalige Poolse kamerorkest, zich niet als een extreem verfijnde groep musici horen. De begeleidingen zijn bijvoorbeeld nogal statig. Inherent aan Dvořáks partituur, waarvoor de componist te rade ging bij het Brahms-concerto, is deze muziek nogal stijfjes, en dat gevoel maakt Dumay alleen maar groter. Zijn invulling is niet zozeer vrij-romantisch als wel accuraat-klassiek, wat tot op zekere hoogte afbreuk doet aan het genie van Avanesyan. Wel moet gezegd dat het orkest heel zuiver klinkt en zeker niet slordig speelt. Alleen zijn de contrasten soms wat te beperkt en kan Dumay geen echte magie uit de het concerto puren.

In de 'Romance voor viool en orkest, opus 11' valt hetzelfde gegeven des te meer op. Met tonnen suiker is uiteraard niemand gebaat, maar deze versie is wat al te droog. Ook Avanesyan lijkt zich deze keer wat te laten meeslepen door de enorm straight forward-visie van Dumay, wat geen echt beklijvende versie van dit werk oplevert. Gelukkig plaatsen de 'Four Romantic Pieces, opus 75' toch een gepast slotakkoord, vol ingehouden passie gespeeld, met een ietwat gezwollen Stradivarius-klank om bij weg te smelten. Begeleidster Marianna Shirinyan zit haar kompaan hier zeer dicht op de huid, wat een pregnante, gevoelvolle versie van het werk oplevert. Dit cd-debuut van twintiger Hrachya Avanesyan loont dus de moeite, want hoewel er geen overstijgende ideeën uit deze opname te halen zijn, bewijst Fuga Libera dat opkomende virtuozen even veel artisticiteit in het grote repertoire aan de dag kunnen leggen als de gevestigde waarden.

Meer over Antonín Dvořák


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.