Barokke opera, met zijn sterk formele aspect en strakke balans tussen het gezongen en het gereciteerde woord, verschilt grondig van de meer theatraal en melodieus gedachte latere negentiende-eeuwse opera. Daarom ook dat het merendeel van de barokke opera's van bekende meesters als Handel, Vivaldi of Scarlatti in de vergetelheid is geraakt totdat toegewijde barokspecialisten er zich in de twintigste eeuw achter schaarden. De Amerikaanse klavecinist Alan Curtis maakte er zijn werk zijn Handels tweeënveertig opera's op plaat te zetten. 'Ezio', het verhaal van Aetius, een van de laatste grote Romeinse generaals, die in 451 Attila de Hun versloeg op de Catalaunische vlakte in Gallië illustreert goed het probleem met het ensceneren en interessant houden van barokke opera. Handel deed beroep op een libretto van de grote Italiaanse dichter en librettist Metastasio maar zag zich genoodzaakt veel van de recitatieven en gesproken tekst weg te knippen want Metastasio's verfijnde poëzie werd door te weinig Engelse luisteraars verstaan. Het resultaat was een opera met superieure muziek maar een verhaal dat nauwelijks in detail te volgen is tenzij met een lange uitleg in de hand. Vandaar ook dat 'Ezio' een van Handels minste succesvolle operaproducties is gebleken en na vijf voorstellingen in 1732 al werd afgevoerd.

Handels orkestratie in 'Ezio' is opmerkelijk inventief en kleurrijk. Hij opent zijn opera met een zicht op de grootsheid van Rome, met een rijkelijk georkestreerde marsmelodie maar ook verder in de opera gebruikt hij zijn blazers (hobo's, traverso's, blokfluiten, hoorns of solotrompet) met meer regelmaat dan gewoonlijk. Zo zijn is er Fulvio's aria 'Caro Padre, a me non Dei' waarin het smekende karakter van de muziek onderlijnd wordt door een zachte begeleiding van twee traverso's.

De twee vrouwelijke hoofdrollen van keizer Valantiniano (Sonia Prina) en Ezio zelf (An Hallenberg) bezitten vrij donkere, wat matte stemmen. Van de volledige cast zangers mag de luisteraar erg veel stijlbesef, een haast vibratoloze klank en erg accurate loopjes verwachten. Toch krijgt men het gevoel dat het partij voor Ezio net ietsje te laag ligt voor Ann Hallenberg want het is pas op haar hoogste noten dat haar stem helder openbreekt. Erg mooi is echter de rustige aria van Ezio 'Se la mia Vita dono è d'Augusto', met zijn doordachte orkestratie van soloviool, -cello, blokfluiten en hoorns. Ook Sonia Prina lijkt af en toe in een net te laag register te moeten zingen om volledig expressief over te komen.

Karina Gauvins grootste troef is dan weer haar heldere stem en gemakkelijke hoogte, waarmee ze in haar rol van Fulvia erg kleurrijk uit de hoek kan komen. Tenor Anicio Zorzi Giustiniani komt echter wat afgevlakt over in zijn rol als patriciër Massimo maar enkel in vergelijking met het hoge niveau dat Il Complesso Barocco doorgaans aanhoudt. Storen doet dit dus nauwelijks, zeker niet omdat hij in aria's als 'Tergi l'ingiuste Lagrime' wel expressief en karaktervol kan zingen.

De rol van Varo is iets van een unicum in de toenmalige operageschiedenis. Handel schreef hem voor de jonge bas Antonio Montagnana, een getalenteerde zanger met een schitterende techniek en grote tessituur. Waar bassen in barokke opera's doorgaans kleinere rollen van priesters of vaderfiguren uitbeeldden, schrijft Handel voor Ezios vertrouweling Varo enkele van de meest virtuoze aria's uit de opera, met als hoogtepunt de triomfantelijke aria 'Gia Risonar d'Intorno' net voor het slot van de laatste akte.

'Ezio' is een opera met veel minder van de gebruikelijke langere recitatieven. Dat werkt in een theater wellicht minder goed om het verhaal te volgen maar wie op cd zonder meer van Handels muziek wil genieten, kan weinig beters vinden dan de zoveelste heerlijke uitvoering van Il Complesse Barocco.

Meer over George Frideric Handel


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.