Yat-Kha is een band uit Tuva (een Russische deelrepubliek grenzend aan Mongolië) die in 1991 in Moskou werd opgericht door Albert Kuvezin en de Russische avant-gardecomponist Ivan Sokolovsky.  Kuvezin was ook betrokken bij de geboorte van Huun-Huur-Tu, dankzij wie de Tuvaanse boventoonzang bij ons bekend werd. Amper twee jaar later gingen hun wegen al uit elkaar en werd Yat-Kha een band met steeds wisselende bezetting. Misschien deed dat Albert Kuvezin besluiten zijn naam los te koppelen van zijn begeleidingsband.

Twee jaar geleden reisde hij vanuit Tuva naar producer en multi-instrumentalist Giles Perring op Jura, een amper bevolk eiland voor de Schotse westkust, vooral bekend bij whiskyliefhebbers. Voor deze gelegenheid werd Yat-Kha opgetrokken uit een al even bonte mengeling van muzikanten, waaronder de al genoemde Perring, bassist Simon Edwards (o.a. Talk Talk, Billy Bragg, Beth Gibbons), gitarist Lu Edmonds (PiL, The Damned) en klarinettiste Sarah Homer (Sarum Orchestra en Royal Shakespeare Company) de belangrijkste zijn.

Het resultaat is een mysterieuze akoestische mengeling van Tuvaanse en Keltische folk, waarbij de boventoonzang deze vreemde maar tegelijk rustgevende atmosfeer nog versterkt. Een breed gamma aan instrumenten geeft de plaat extra afwisseling. De teksten zijn Tuvaans of Russisch,  aangevuld met enkele Engelse vertalingen van Japanse poëzie.

In het luchtige titelnummer met hemelse hoge tonen van gitaren en klarinet zorgen de bijna scheurende basklarinet en Kuvezins stem voor het tegengewicht in de lage registers, terwijl ‘Kara Deer Ugtug Kham’ het strijdtoneel is van slagwerk, cumbus (een Turkse oud, gelijkend op een banjo, die met een strijkstok wordt bespeeld) en boventoonzang. Basklarinet en basmondharmonica maken ‘Sad Morning Song’ zo mogelijk nog melancholischer en de combinatie stem, baslyra, gong, guitaron en appalachiaanse dulcimer transformeert van ‘The Way My Poetry Should Go’ bijna tot een danse macabre. Donkerder dan ‘Are You Scared of Death?’ echter zal de plaat, overigens opgedragen aan Kuvezins overleden vader, nooit klinken: daar zorgt ook de marimbula (een Caraïbische soort basduimpiano zoals Ben Harper en Ozomatli al eens gebruiken) voor. Gefundenes Fressen voor fans van Tom Waits, zoveel is duidelijk.

De Keltische en oosterse invloeden vermengen misschien wel het mooist in ‘Daglar Eezi-bile Chugaa’ (met enkel keelzang en een soort doedelzak) en ‘The Philosopher’, waarin Melanie Pappenheim garant staat voor de bloedmooie backing vocals. Dat laatste nummer had, net als ‘Baiyrlyg’ trouwens, perfect gepast op ‘No Deeper Blue’, de laatste studioplaat van Townes Van Zandt. Het licht opgejaagde ‘The Cry’ refereert dan weer aan de punkjaren van Yat-Kha, waarbij het nummer toen ongetwijfeld de distortion van een elektrische gitaar zou hebben meegekregen.

‘Poets and Lighthouses’ komt na de eerste keer als niet onaardig over. Elke volgende luisterbeurt legt de universele, tijdloze en licht melancholische schoonheid van het monstertje dat Kuvezin en Perring hebben geschapen telkens een beetje meer bloot. Een plaatje om te koesteren.

Meer over Albert Kuvezin & Yat-Kha


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.