‘The Face of the Earth’ (2012) is het tweede album van het duo Jessika Kenney en Eyvind Kang, na ‘Aesturium’ uit 2005. Beide muzikanten zijn docent aan het Cornish College of the Arts in Seattle en werkten samen met bands als Sun City Girls en Sunn O))).
Kenney is een zangeres en componiste die een werkterrein heeft dat zich uitstrekt van traditionele Javaanse en Perzische muziek tot 20ste en 21ste-eeuwse componisten als John Cage en Lou Harrison. Eyvind Kang volgde als violist zowel een klassieke als een jazzopleiding en is tevens actief op altviool, erhu (Chinese viool) en tuba. Hij is een veel gevraagd sideman die onder andere te horen was naast John Zorn, Marc Ribot, Mike Patton en Bill Frisell.
De Britse saxofonist John Butcher (1954) beleefde zijn eerste optreden als keyboardspeler in een avant-rockband, maar besteedde het grootste deel van zijn jonge leven aan de wetenschappen. Pas nadat hij in 1982 zijn doctoraat in fysica behaald had, besloot hij de academische wereld vaarwel te zeggen en zich helemaal op de muziek te richten.
Hoewel hij aanvankelijk eerder septisch stond tegenover vrije improvisatie en zich beter thuis voelde in de “klassieke” jazz, geldt hij momenteel als een van de meest vooraanstaande free saxofonisten. Zijn technische controle (o.a. multiphonics en diverse speciale speeltechnieken), experimenten met versterkte en overdubde saxofonen en het bewust omgaan met de akoestiek van een bepaalde ruimte (zoals te horen op het album ‘Resonant Spaces’) maken hem niet alleen tot een man voor verschillende settings, zijn lyrische kwaliteiten geven hem bovendien een unieke plaats in de wereld van de geïmproviseerde muziek.
Butcher was en is actief in heel uiteenlopende formules. Zo is hij solo op sopraan- en tenorsax te horen, maar speelde hij ook in een band als Polwechel en projecten van Butch Morris, Richard Barret en Fred Van Hove of met zijn eigen John Butcher Group.
Ook drummer Mark Sanders wisselt graag van muzikale partners. Naast vaste afspraken met collega’s als Evan Parker, Paul Rogers en Paul Dunmall is hij occasioneel ook te horen met DJ Sniff en speelde hij met Joh Wobble, David Sylvian, Matthew Shipp en Christian Marclay. Hij maakt deel uit van het London Improvisers Orchestra en de Kris Wanders Unit (met ook Johannes Bauer en Peter Jaquemyn). Al het werken met en voor anderen heeft zo zijn gevolgen, want hoewel Sanders al sinds het midden van de jaren ’90 naam begon te maken, duurde het tot 2004 voor hij met ‘Shallow Chase’ een album onder eigen naam uitbracht. Het is meteen zijn voorlopig enige persoonlijke release.
Intronaut is een groep die even onwerelds klinkt als de naam doet vermoeden. Deze heren mogen dan al invloeden van stoner en postrock in hun wereld doorwrocht met wietdampen gebruiken, het eindresultaat is telkens iets onwezenlijks en vooral: iets onaards goed. De algehele tendens van de band is dat de subtiliteit stelselmatig meer gewicht in de schaal werpt dan domweg doorgaan en Intronaut is vermoedelijk een van de weinige acts waar de basgitaar een veel prominentere rol speelt dan de reguliere gitaar. Dat alles culmineert in het lang uitgesponnen epos 'The Way Down' op hun laatste wapenfeit.
Evan Parker en Paul Lytton, weinig combinaties zijn zo emblematisch voor de vrije improvisatie als dit Britse tweetal. Sinds 1969 spelen ze als duo en treffen ze elkaar in andere formaties, zoals het Globe Unity Orchestra van Alexander von Schlippenbach, het trio dat ze hebben met Barry Guy, diens London Jazz Composers Orchestra of het Evan Parker Electro-Acoustic Ensemble.
Parker (1944) werd als saxofonist aanvankelijk beïnvloed door Paul Desmond en John Coltrane, maar geraakte na het horen van Cecil Taylor geïntrigeerd door de vrijere improvisatie. Met zijn plaats op Peter Brötzmanns ‘Machine Gun’ en in ensembles als het trio van Alexander von Schlippenbach en het Globe Unity Orchestra schreef hij mee aan de geschiedenis van de Europese geïmproviseerde muziek. In 1974 verscheen zijn eerste solo-cd.
Met bijna 70 jaar op de teller denkt Parker nog niet aan afbouwen. Ensembles en combinaties waar hij al jaren mee actief is, blijven zijn agenda vullen, naast eigen projecten, zoals zijn Electroacoustic Ensemble waarin verschillende generaties akoestisch spelende muzikanten en elektronica-artiesten elkaar treffen.
De eerste opname van het duo Parker-Lytton verscheen op de in 1971 uitgekomen compilatie ‘Not Necessarily "English music"’, twee jaar nadat Lytton (1947), die aanvankelijk jazz speelde, de overstap maakte naar de vrije improvisatie. In datzelfde jaar begon deze zijn eigen instrumenten te bouwen wat zich ook nu nog laat horen in Lyttons muziek. Het gebruik van allerlei niet met muzikale doeleinden gefabriceerd materiaal en het aanwenden van elektronica stellen hem in staat een heel eigen klankenpallet aan te spreken. Hiermee vormt hij een gedroomde tegenspeler voor Parker die het reguliere vocabularium van de sax uitbreidt met diverse blaas- en speeltechnieken.
Hardcoregiganten Terror zijn zo solide als de grondvesten van een middeleeuws kasteel: deze heren brengen hardcore met een hart en wijken niet af van het gekozen muzikale pad. Wie denkt dat ze daardoor vastroesten in een bepaalde stijl, heeft het helemaal mis. Terror blijft bij elke release opwindend en sterk, maar vooral trouw aan de idealen van wat hardcore nu precies inhoudt. Dat de groep na het meer dan uitstekende 'Keepers of the Faith' nog zou afkomen met een even overtuigend album, leek een quasi onmogelijke opdracht, maar met 'Live By The Code' flikten ze het toch maar weer.
Mick Harvey is een Australische multi-instrumentalist. De jonge Harvey, zoon van een dominee, zong jarenlang in een kerkkoor, maar bekeerde zich later tot de punk en de new wave. Met schoolkameraden Nick Cave en Phill Calvert begon hij een band die later, bij de verhuis van de muzikanten naar Londen, The Birthday Party zou worden. Cave en Harvey zouden elkaar later weer treffen bij Nick Cave and The Bad Seeds. In 2009 verliet Harvey de groep. Veertien jaar eerder was zijn eerste solo-album verschenen: ‘Intoxicated Man’ waarop hij naar het Engels vertaalde nummers van Serge Gainsbourg brengt. ‘FOUR (Acts of Love)’, eind april verschenen bij Mute, is Harvey’s zesde soloalbum. Naast albums met eigen songs schreef Harvey ook filmmuziek. Hij werkte samen met PJ Harvey en Einstürzende Neubauten en vervolledigde The Triffids voor een tour in 2008 en 2009.
Alec K Redfearn heeft een afkeer van hypes. Bewijs: toen de grunge begin jaren '90 haar opmars richting mainstream inzette, gooide de Amerikaan zijn gitaar in de hoek en ging hij accordeon spelen, zowat het minst hippe instrument van dat moment. Het was zijn "fuck you" naar de rockwereld, maar zijn statement kreeg een staartje toen hij geobsedeerd raakte door het instrument.
Hij ging luisteren naar Turkse en Arabische muziek en zowat alle andere muzikale uitingen waarin Europa en het Oosten elkaar ontmoeten. Op die manier werd de accordeon zijn primaire instrument en introduceerde hij het in bands die qua genre uiteenliepen van New Orleans over folk tot rock en industrial. Naast Beat Circus en Amoebic Ensemble, waar hij het gros van de composities voor aanbracht, maakte Redfearn vooral naam met The Eyesores, een genreoverstijgende groep met een onconventionele instrumentatie (onder andere hoorn, orgel, contrabas en zelfgemaakte percussie).
Met The Eyesores bracht Redfearn sinds 1999 al zeven albums uit waarvan het laatste verscheen in 2012. Op Cuneiform werd toen 'Sister Death' uitgebracht, een betoverende verzameling songs en instrumentals die schipperen tussen pop, rock en folk.
Liesa Van der Aa, afgestudeerd in de richting kleinkunst aan het toenmalige Herman Teirlinck Instituut, verandert graag van gedaante: niet alleen als actrice, maar ook in haar muzikale persoonlijkheid van zangeres-violiste. In 2012 verscheen haar debuut ‘Troops’, grotendeels solo opgenomen met de hulp van Boris Wilsdorf, de vaste technicus van de Einstürzende Neubauten. De klassiek geschoolde Van der Aa (in het verleden nog frontvrouw van de band Louisa’s Daughter) bracht de plaat alleen op het podium, versterkt met effectpedalen en loopstation, maar ook in het gezelschap van drie bevriende (rock)muzikanten. Een jaar na ‘Troops’ nam ze het grootste deel van de songs van haar debuut opnieuw op, nu in het gezelschap van haar drie vrienden en een koor. Dat Van der Aa momenteel aan een opera werkt met het Solistenensemble Kaleidoskop laat vermoeden dat ze nog niet besloten heeft om zich in een gedaante te nestelen.
De duistere aardwezens van Finntroll slaan weer toe! De band was ooit bij de eerste acts die folkmuziek gebruikten in hun metal, werden immens populair ten tijde van de 'Trollhammaren'-era en gaan de laatste jaren weer meer richting venijnige black metal, evenwel zonder hun luchtiger momenten uit het oog te verliezen. Finntroll is altijd trouw aan zichzelf gebleven en dat leverde hen al een bijzonder sterke discografie op. Laatste wapenfeit 'Blodsvapet' is wat dat betreft niet anders: een knallend album dat giftig uit de hoek kan komen, maar nooit de vrolijke noten schuwt en toch nergens plat jolig wordt.













Arve Isdal (Audrey Horne)
Vrolijke Fransen en psychedelica
Craig Taborn
Spelen zonder persoonlijke bijdrage is lame
Anja Jacobsen (Selvhenter)
Denemarken heeft te weinig vrouwelijke muzikanten
AlasNoAxis
De grote comfortzone
Samuel Blaser & Pierre Favre
Hoezo generatiekloof?
Liesa Van der Aa & koor
Geen jukebox
Jon Irabgon Trio feat. Mark Helias & Barry Altschul
Play that shit!
Sinds 2003 belicht de Belgische muziekwebsite Kwadratuur voornamelijk artiesten, groepen en ensembles die minder aan bod komen via de traditionele mediakanalen. Met gratis volledige audiotracks, heldere cd-besprekingen, een uitgebreide agenda, interviews, aankondigingen en wedstrijden wordt sterk ingespeeld op de concertactualiteit en wil Kwadratuur alle genres (van klassiek over jazz tot metal) toegankelijk maken voor een breed, niet-gespecialiseerd publiek.