De triosonate, een sonate voor drie evenwaardige stemmen is een barok genre bij uitstek. Het oeuvre van Arcangelo Corelli bestaat bijvoorbeeld voor meer dan de helft uit zulke driestemmige sonates, die perfect geschikt waren als kamer- en tafelmuziek. Johann Sebastian Bach schreef echter nauwelijks triosonates, op de sonate voor twee traverso's en continuo BWV1039 en de triosonate uit het 'Musikalisches Opfer' na.

Wat Bach wel schreef, zijn zes sonates voor orgel, "à 2 claviers e pedal" BWV525 tot 530. Hun driestemmige opzet, voor twee manualen en pedalen, maakt zulke orgelsonates erg geschikt voor allerlei instrumentale bewerkingen. Dat is dan ook wat het Engelse barokensemble Florilegium met deze muziek deed. Ze arrangeerden Bachs sonates voor een – telkens verschillende - combinatie van instrumenten, iets wat in de achttiende eeuw een courant gebruik was.

De bezetting varieert dus per sonate. Een traverso speelt een sleutelrol in de eerste en tweede sonate en wordt het enige melodie-instrument in de vijfde. Fluitiste Ashley Solomon voert haar sonates met elegantie en een gevoel voor melodie en frasering uit. Haar heldere klank bezit een sterke focus en minder het wazige dat een barokke traverso wel eens wil hebben.

Het flexibele samenspel tussen de muzikanten van Florilegium mag trouwens ook vermeld worden: zowel in de solosonates als in de sonates met meerdere instrumenten valt op hoe vlekkeloos traverso en klavecimbel, viola da gamba en viool of (alt)viool en cello op elkaar ingrijpen. Zo krijgt de opening van de tweede sonate, voor traverso, viool, gamba, luit en klavecimbel de allure van een concerto grosso, met een levendige dialoog tussen solo-instrumenten en continuo.

De vijfsnarige violoncello piccolo die Bach verscheidene malen in cantates gebruikt, maakt zijn opwachting in de derde sonate, een solosonate voor het instrument en continuo. Het instrument klinkt, zelfs in het 'vivace' waarmee de sonate eindigt wat zwaar maar compenseert dat wel met een warme, zangerige klank.

De continuo zelf wordt trouwens gevarieerd genoeg gehouden, met een cello, klavecimbel en luit die in verschillende combinaties gebruikt worden. Cello en luit werken bijvoorbeeld goed als basstem in de vierde sonate, waar viool of altviool (violist Rodolfo Richter bespeelt beide instrumenten), viola da gamba en cello een leuk strijktrio vormen.

Florilegiums kundige uitvoering zorgt voor zes tamelijk korte maar boeiende en gevarieerde sonates. Een opname als deze is bovendien tamelijk uniek maar voelt allerminst artificieel aan. Bachs orgelsonates laten zich moeiteloos naar andere instrumenten over zetten en de melodielijnen klinken precies alsof ze ook oorspronkelijk voor traverso, viola da gamba of violoncello piccolo geschreven werden.

Meer over Johann Sebastian Bach


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.