‘David et Jonathan’ van Marc-Antoine Charpentier (1643-1704) is een gecamoufleerde opera: Lully, de hofcomponist van Lodewijk XIV behield een strikt monopolie op het uitvoeren van opera’s en andere componisten, waaronder Charpentier zagen zich genoodzaakt om in de plaats semireligieuze werken te schrijven en op te voeren onder andere in het Jezuïetencollege van Louis-le-Grand in Parijs. Dat zorgt ervoor dat, ondanks de thematiek die uit de Bijbel komt en niet uit de antieke mythologie, ‘David et Jonathan’ alle kenmerken bezit van een Franse opera uit die tijd in vijf aktes en een proloog.

Tekst en het reciteren van tekst is belangrijk in Franse barokke opera en wie op zoek gaat naar melodieuze aria’s in Italiaanse stijl komt bedrogen uit. Die nadruk op poëzie zorgt er ook voor dat de traditionele nummerstructuur van Italiaanse opera, waarin gesproken recitatief en gezongen aria elkaar keurig afwisselen, vervangen wordt door een bijna doorlopende combinatie van beiden. Het orkest geeft zo continu commentaar op de tekst en gebeurtenissen op het podium. Instrumentale nummers, dansen en balletscènes zijn aanwezig maar lang niet zo prominent als in de ‘echte’ Franse hofopera, wat veel meer een totaalspektakel was waarin zang, dichtkunst en ballet met elkaar op gelijke voet werden gesteld. Volgen doet men deze opera dus ook met het cd-boekje in de hand, omdat muzikale hoogtepunten zeldzamer zijn en de zangers op deze dubbel-cd bovendien niet altijd even verstaanbaar zingen.

De ouverture is een prachtig voorbeeld van de majestueuze Franse stijl, een imitatie van de pracht en praal aan het hof van Lodewijk XIV waar Charpentier niet voor mocht schrijven. Het Australische Orchestra of the Antipodes gaat er enthousiast op in en opent zo de opera in de meest grandioze stijl. Men is zelfs geneigd om veel te vergeven na een schitterende opening als deze. Veel hoeft er echter niet vergeven te worden: het orkest speelt met vuur en energie in elke maat en ondersteunt de zangers actief in elke nuance. De korte tussenspelen en dansnummers die de opera verder opluisteren zijn eveneens de moeite waard en krijgen van de muzikanten een opzwepende cadans mee die een solide stijlbesef verraadt.

De zangers doen echter een graadje minder goed. David (Anders J. Dahlin) verzorgt zijn rol, met een slanke stem die het jeugdige maar heldhaftige van de toekomstige koning van Israel benadrukt en puur muzikaal gezien geen enkele moeite heeft met het soepel zingen van Charpentiers melodielijnen. Jonathans rol (een rol die in Charpentiers tijd door een jongensstem vertolkt werd) wordt gezongen door sopraan Sara Macliver, die net zo delicaat en onschuldig kan overkomen. Wat typecasting betreft, zijn de twee hoofdpersonages alvast goed gecast want niet alleen muzikaal maar ook dramatisch werd gekozen voor stemmen die de juiste zuivere, frisse toon aanslaan.

De rol van de oude koning Saul wordt echter vertolkt door bas Dean Robinson, die zijn karakter een pompeuze theatraliteit meegeeft. Franse barokke opera mag echter wel eens pompeus zijn en Sauls innerlijk drama wordt zo levensecht verklankt. Toch bezitten Robinsons lage noten niet echt de accuraatheid die men van barokzangers mag verwachten en dat zorgt ervoor dat hij wat geforceerd gaat overkomen, zeker wanneer hij volume wil maken.

In de bijrollen hebben zowel La Pythonisse, gezongen door Paul McMahon en Joabel (Simon Lobelson) hetzelfde probleem van een mooie kleur in een ‘piano’ dynamiek maar een lichtjes verkrampte klank en dus een gebrek aan trefzekerheid wanneer ze luide muziek moeten zingen.

Ook in het koor Cantillation zijn de solorollen niet steeds evenmatig verdeeld. In de langere koorscènes beelden verscheidene koorzangers kleinere personages uit de opera uit maar die zijn noch melodisch, noch op het gebied van Franse dictie altijd zo sterk. De vrouwenstemmen van het koor zorgen echter voor korte momenten van schoonheid, aan het eind van de eerste akte bijvoorbeeld waar ze enkele fijnzinnige interventies mogen zingen.

Een prachtig orkest en een groep zangers die het iets minder doen maar hun mannetje staan zorgen voor een uitvoering die de grandeur en trots van Franse barokmuziek goed uitbeeldt. De plot en de poëzie van de opera nemen minstens een even belangrijke plaats in als de muziek en dat maakt ‘David et Jonathan’, ondanks Charpentiers inventieve muziek voor moderne oren echter minder toegankelijk. Feit blijft dat ‘David et Jonathan’ een monumentaal en doordacht werk is en een mijlpaal in de Franse opera. Het is alleen jammer dat tegenover zo een uitstekend orkest een goede maar niet even consistent uitstekende vocale cast staat.

Meer over M.-A. Charpentier


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.