In wezen is Erland & The Carnival een echte supergroep, wat wil zeggen dat deze vooral opgebouwd is uit muzikanten die reeds bij andere bands hun strepen verdienden. Zo is er Simon Tong die zich hier (onder meer) op gitaar en harmonium laat horen, wat hij eerder ook deed bij onder andere The Verve, Blur, Gorillaz en The Good, The Bad And The Queen. Achter het drumtoestel zit David Nock verscholen die zich onderscheidde met zijn werk voor The Orb, The Cult en Paul McCartney’s The Fireman. Enkel Gawain Erland Cooper kan zich niet beroepen op een mooi gevuld palmares. Toch lijkt dit met zijn podiumallure slechts een kwestie van tijd. Deze op de Orkneys geboren en getogen jongeling laat zich omschrijven als de spil van de groep. Hij is het namelijk die met zijn liefde voor de oude troubadourtraditie de grondslag bepaalde: ouderwetse folk metamorfoseren naar een hedendaags geluid. Bovendien kan ook de groepsnaam in deze atmosfeer worden belicht. De mosterd hiervoor haalden ze bij het nummer ‘My Name Is Carnival’ van Jackson C. Frank, een onterecht vergeten muzikant die zich in de jaren zestig lieerde met de traditionele troubadours en die E&tC op hun van veel te weinig ruchtbaarheid voorziene debuut uit 2010 coverden.

Op hun eerste album leefde Erland & The Carnival nog meermaals in de troubadoursgeest. Met ‘Nightingale’ is deze oude traditie echter veeleer verworden tot een inspiratie voor woord en muziek. Als dit nu wordt toegepast op openingsnummer ‘So Tired In The Morning’ dan lijkt dit nummer met zijn kort en strak golvend ritme (door middel van gitaar en synths) wel iets te hebben van oude Britse folk. Nog sterker klinkt deze invloed door in ‘Emmeline’, wat onder meer via haast galopperende elektronica in een hedendaagse jas is gestopt.

Tekstueel zit de traditie vooral verweven in een lied als ‘The Trees They Grow So High’: “As I walked by the church yard / I asked for my true love to come / It’s a cold, cold winters night alone / but my Young boy is growing old”. Voor dergelijke hoofse woorden had een middeleeuwse minstreel waarschijnlijk menig duiten veil. Onfortuinlijk genoeg verdwaalt deze compositie – na een aardige liturgische orgelpartij – eerst wat in zijn eigen elektronische eenvoud, om daarna te verzanden in veel te lang uitwaaierende electrosnufjes. Ook het gelijkaardige ‘Wealldie’, waarvan de eerste helft klinkt als ‘Eye Of The Tiger’ dat sterk door de molen is gehaald, weet niet te beklijven.

Toch zijn elders nog veelvuldige pluspunten aan te duiden. Zo mag de eerste single ‘Map Of An Englishman’ zonder al te veel omwegen bejubeld worden als een ijzersterk nummer dat refereert aan de eminente beginperiode van Beck. Verder verdient ook het avontuurlijke en uiterst catchy popnummer ‘I’m Not Really Here’ een onderscheidende vermelding, net als het met analoge synths beladen ‘I Wish, I Wish’, dat zelfs in zijn complexiteit sober klinkt. Tot slot kan niet om de fluisterende afsluiter ‘Nothing Can Remain’ worden gegaan. Ver weg van hun eigen muziektraditie weten ze met wat minimalistische elektronica een warm einde aan ‘Nightingale’ te breien. 

Dat de traditionele muziek in het Verenigd koninkrijk nog welig tiert is geen geheim. Dat deze bovendien met zorgvuldige ijver probleemloos eigentijds kan klinken bewijzen Erland en de zijnen met ‘Nightingale’. Hierop spreiden ze hun universum van op de traditie gestoelde muziek breed uit en weten ze via een eigentijdse indie-, britpop- en elektronica-aanpak het doembeeld van de gedateerdheid nog voor het opdoemt te verjagen.

Meer over Erland & The Carnival


Verder bij Kwadratuur
  • Helaas geen extra info meer.

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.