De bassiste Linda Oh (geboren in Maleisië, opgegroeid in Australië) is voornamelijk actief in New York, waar ze te horen is op basgitaar en contrabas. Voor haar debuutplaat ‘Entry’ beperkt ze zich tot dat laatste instrument en wordt ze bijgestaan door trompettist Ambrose Akinmusire en drummer Obed Calvaire.

Het resultaat is een wisselvallige plaat, maar dat kan bezwaarlijk de schuld van Linda Oh zelf genoemd worden. Met haar stevige toon, groovende articulatie en trefzekere intonatie is ze de sterkhouder van de plaat. Zonder franje, maar erg beweeglijk en los van clichés zijn haar begeleidende en solistische passages bij momenten indrukwekkend zonder pocherig te worden. Flexibiliteit en muzikaliteit gaan voor haar duidelijk boven het demonstreren van technisch vernuft. Ook melodisch en harmonisch loopt ze er niet de kantjes af, maar toch weet ze voldoende te verrassen om een eigen gezicht te ontwikkelen.

De wisselvalligheid van de plaat ligt dan ook niet aan haar prestatie, maar in die van haar sidemen. Obed Calvaire weet aanvankelijk Ohs muzikaliteit nog te volgen met licht en transparant drumwerk, nu eens droog strak (de vellen van de drums mogen stevig aangespannen worden), dan weer met een zweem van vrijheid. Helaas is hij niet in staat om deze combinatie boeiend te houden en na enkele nummers lijkt zijn verhaal uitverteld.

Trompettist Akinmusire lijkt nooit echt in de cd te komen. Hij mag dan een mooie, heldere en klassieke toon hebben, de punch die nodig is om te wegen op het geheel is bij hem afwezig. Grote ideeën en dwingende lijnen heeft hij niet in huis, waardoor zijn solopassages erg vrijblijvend klinken. In ‘201’ slaagt hij er in wat meer beweging in zijn spel te leggen, maar de flauwe articulatie verhindert ook hier het doorstromen van de adrenaline.

Aan de composities van Linda Oh hoeft het allemaal niet te liggen. Het is duidelijk dat ze niet alleen als bassiste, maar ook als componiste heel wat te vertellen heeft. In ‘Before the Music’ zorgt ze voor een mooie contrapuntische basmelodie tegenover de lijn van de trompet en in ‘Gunners’ is het spel met subtiele, quasi spontane tempoveranderingen mooi om volgen. ‘Numero Uno’ wordt dan weer ingezet met een mooi gordijn van gestapelde trompetklanken die op onregelmatige momenten van toonhoogte veranderen, waarna Oh een lekker groovende baslijn inzet.

De vraag die na het beluisteren van de cd overblijft is hoe ‘Entry’ had kunnen klinken met een trompettist en een bassist die Linda Oh hadden kunnen opjutten, of toch minstens bijbenen. Wie zich daartoe uitgedaagd voelt, kan zich best even gaan vergewissen van de muzikale kwaliteiten van deze jonge dame. En die zijn gelukkig op deze plaat ook te horen.

Meer over Linda Oh


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.