Het eenenvijftig leden tellende The Element Choir uit Canada is geen doordeweeks vocaal gezelschap. Naast een grote stilistische heterogeniteit onder de individuele leden, gaande van klassiek geschoolde sopranen over singer-songwriters tot zangers van Japanse volksmuziek, legt het koor zich namelijk uitsluitend toe op geïmproviseerde muziek. Of hun debuut ‘At Rosedale United’ daarmee het allereerste koorimprovisatie-album is kan niet met zekerheid worden gezegd, maar het is alleszins een opgemerkte bijdrage aan het improvisatiegenre.

Het gezelschap staat onder leiding van zangeres en dirigente Christine Duncan, die via gospel en r&b pas vrij recent bij de moderne gecomponeerde muziek en vrije improvisatie terechtkwam. Onder haar impuls kwam enkele jaren geleden The Element Choir tot stand, een groot koor dat improviseert dankzij Duncans zelf ontwikkelde dirigeertechniek. Voor de opnames van hun eerste album werd de hulp ingeroepen van Jim Lewis (trompet), Jean Martin (drums), Jesse Zubot (viool) en Eric Robertson, die het grote kerkorgel van de Rosedale United Church in Toronto bespeelt.

Improvisatie krijgt in deze context een heel specifieke invulling. De tientallen zangers kunnen namelijk niet zomaar hun zin doen, want dan zou onvermijdelijk chaos volgen. Er moeten op voorhand afspraken worden gemaakt en die liggen vooral besloten in Duncans aanwijzingen. Men zegt wel eens dat een dirigent zijn koor als een instrument gebruikt en waarschijnlijk is dat binnen deze context meer dan ooit het geval. Er wordt hier namelijk niet met uitgeschreven partijen gewerkt, waardoor de zangers uitsluitend zijn aangewezen op de instructies van hun dirigent.

Toch lijkt het koor op sommige momenten te worden losgelaten, wat eigenlijk alleen maar de indruk van een taterende mensenmassa opwekt. Ook de talloze effecten via plotse kreten en onduidelijke klanken hebben muzikaal weinig bij te dragen. Het zijn simpelweg de zuivere zanglijnen die het meest kunnen bekoren, al blijkt de heterogene samenstelling van het koor meer dan eens een pijnpunt. De klank is vaak ruw en in bepaalde passages blijken sommige zangers subtiliteit te verwarren met een lager volume, wat vooral in het met call and response afsluitende ‘Cloud Hands’ duidelijk wordt.

De begeleidende musici houden opvallend veel rekening met het logge, vocale instrument. Er wordt veel ruimte gelaten en van bruuske overgangen of alerte interactie is helemaal geen sprake, alles evolueert erg langzaam en diffuus. Zo geven muzikanten aanzetten die soms pas na tientallen seconden worden opgepikt en blijft men lang stilstaan bij bepaalde ideeën. Op die manier komen er opmerkelijke dingen bovendrijven in het griezelige ‘Funhouse’. Een plagend walsritme van het orgel neemt iedereen langzaam op sleeptouw en komt op die manier wel eens in de buurt Saint-Saëns’ ‘Danse Macabre’. De intensiteit wordt nog opgedreven wanneer de zangers de twee laatste maten van het ritme gaan accentueren.

Indrukwekkend zijn voorts de in verschillende tracks terugkerende clusters van individuele zanglijnen (vergelijkbaar met het ondoordringbare tonenveld van Ligeti’s ‘Lux Aeterna’, maar dan met drie keer zoveel zangers), de ijle glissandi van de onderlinge groepen binnen het koor en de intense afsluiter ‘Sun Up’, een muzikale verbeelding van een zonsopgang. Ondanks al dat moois stuit The Element Choir toch regelmatig op zijn beperkingen wat twijfels doet rijzen over de levensvatbaarheid van koorimprovisatie. Maar al bij al brengen Christine Duncan en co het er nog goed vanaf en zijn lofbetuigingen voor het op poten zetten van dit unieke en omvangrijke project dan ook op hun plaats.

Meer over The Element Choir


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.