Wie zich in het Weense muziekleven van rond 1900 wil verdiepen kan moeilijk om Mahler, Schönberg en Zemlinsky heen. Mahler was een groot verdediger van Zemlinsky's muziek, Zemlinsky stuurde Schönberg in de richting van de compositie. Kortom: er is meer dat hen bindt dan enkel Wenen. Het Wiener Klaviertrio brengt op deze cd drie van hun jeugdwerken samen.

Zemlinsky's trio opus 3 ontstond in 1895, naar aanleiding van een compositiewedstrijd. Oorspronkelijk was het werk bedoeld voor klarinet, cello en piano, maar de versie waarin de viool de klarinet vervangt heeft meer opgang gemaakt. De opening zet meteen de toon: een lyrisch, ietwat melancholisch hoofdthema dat Zemlinsky in alle drie de delen zal verwerken. Zo schept hij een eenheid van vorm die herinnert aan wat zijn grote voorbeeld Brahms doet in zijn kamermuziek. Ook harmonisch is de invloed van de hoogromantiek nog merkbaar, al is er hier en daar een uitstapje naar complexere, meer chromatische passages. Vooral in het langzame middendeel zoekt Zemlinsky zijn eigen weg. De lichtjes zeemzoete harmonieën balanceren op de rand van de kitsch, maar gaan er nooit over. Wat daarbij ook helpt, is het loepzuivere vioolspel van Wolfgang Redik, die zich nooit vergaloppeert in de expressieve en wel erg passionele melodieën. Jammer dat het Wiener Klaviertrio er niet in slaagt om de spanning en stuwing in dit deel te houden, terwijl net dat de kracht is van hun vertolking van het onstuimige slotdeel. Ook in Gustav Mahlers kwartet hebben ze vanaf de eerste noten de juiste sfeer te pakken, om die de komende tien minuten niet meer los te laten. Al is dit een jeugdwerk, toch is in de doorwrochten manier waarop de thema's worden verwerkt al de oudere Mahler te bespeuren. Vanuit een melancholisch hoofdthema, zachtjes ingezet door de piano, ontwikkelt de muziek zich tot bijna orkestrale climaxen. Het Wiener Klaviertrio, bijgestaan door altviolist Johannes Flieder, heeft in hun mooie uitvoering vooral aandacht voor de breed uitgesponnen lyriek van het werk.

Het perfecte samenspel van het trio komt het best tot zijn recht in Schönbergs 'Verklärte Nacht'. Dit strijksextet uit Schönbergs tonale periode werd in 1932 gearrangeerd voor pianotrio door zijn leerling Eduard Steuermann. Als basis gebruikte Schönberg een gedicht van Richard Dehmel, waarin een vrouw bij maanlicht aan haar geliefde bekent zwanger te zijn van een ander. De verschillende delen van het werk gaan zo goed als onmerkbaar in elkaar over, met het tweede en vierde deel als contrasterende tussenmomenten. De invloed van Wagners chromatische harmonieën is onmiskenbaar, al is vooral in de zachtere en soms bijna ijle passages, waarin de tonale grond verdwijnt, te horen welke richting Schönberg later zal kiezen. De uitvoering van het Wiener Klaviertrio is zonder meer schitterend: wondermooi gespeeld, een contrastrijk en uitgebreid kleurenpalet en met zowel ruimte voor krachtige uitbarstingen als voor momenten van ontroerende schoonheid. Alleen al daarvoor is deze cd absoluut de moeite waard!

Meer over V/C


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.