Mahlers tiende symfonie geraakte nooit afgewerkt. Een volledige schets werd uitgeschreven in de zomer van 1910 maar in zijn laatste maanden hield Mahler zich bezig met het herwerken van zijn negende symfonie. Toen hij stierf op 18 mei 1911 was er weliswaar een complete symfonie klaar maar ontbrak de orkestratie grotendeels. Wanneer de Engelse musicoloog en componist Deryck Cooke in 1959 echter gevraagd werd de meer afgewerkte delen van de symfonie klaar te stomen voor een eerste uitvoering kwam hij tot de conclusie dat het volledig afwerken en orkestreren van dit werk eigenlijk niet zo geweldig veel problemen zou opleveren. In tegenstelling tot andere onvoltooide composities is Mahlers tiende van de eerste tot de laatste maat volledig – geen extra maten moeten verzonnen worden om de delen op een geloofwaardige manier aan elkaar te breien. Wat ontbreekt is een uitgeschreven orkestratie (al liet Mahler ook in dit opzicht voldoende aanwijzingen achter) en enkele contrapuntische lijnen, vooral in het tweede deel. Cookes orkestratie werd nadien verfijnd door zijn jongere collega componisten Berthold Goldsmith, Colin Matthews en David Matthews en hoewel er nog andere 'performing versions' van dit werk bestaan, is die van Cooke toch het meest algemeen aanvaard.

Maar vele puristen die ervan overtuigd zijn dat Mahlers ware bedoelingen nooit achterhaald kunnen worden, zijn niet zo wild van deze orkestratie en vinden dat men de tiende dan ook beter links laat liggen. Misschien daarom bestaan er slechts enkele opnames van dit magistrale werk. De versie met Simon Rattle en de Berliner Philharmoniker mag zich nog steeds, ons inziens, de beste noemen maar deze recente versie met de BBC Philharmonic onder leiding van dirigent Gianandrea Noseda is geen slechte tweede...

Het belangrijkste verschil ligt in het feit dat Noseda niet hetzelfde opwindende gevoel in zijn partituur kan steken en deze tiende dus wat klassieker, meer binnen de lijntjes gekleurd overkomt. Zo krijgt het trage openingsdeel een warme, romantische klank mee. Zelfs de openingsmelodie, a cappella in de altviolen en zo ambigu wat tonaliteit betreft als Mahler ooit schreef, heeft niets 'unheimlichs' maar weerklinkt vol en gemakkelijk. Het tweede deel, deels onstuimig bacchanaal, deels lieflijke ländler, lijdt wat aan een gematigd tempo dat de muziek nooit helemaal uit zijn voegen laat barsten. Zo komt de zwierige sprint naar het einde toe wat braafjes over.

Een erg kort derde deel dient om het belangrijkste melodische materiaal voor de volgende twee delen aan te brengen maar ook hier valt een beetje een gebrek aan theatraal gevoel op met voorzichtige, nooit overdreven flexibele tempi. Het turbulente vierde deel (Mahler schreef in de marge van de partituur 'de duivel danst met mij') wordt van alle vijf met meest overtuigend uitgevoerd, met wervelende walspassages, tedere momenten en passages van een razernij die het eerste deel van 'das Lied von der Erde' naar de kroon steekt. Het gemak waarmee deze contrasterende passages elkaar afwisselen en de natuurlijkheid waarmee dirigent Gianandrea Noseda dit laat gebeuren getuigen van een uitstekend begrip tussen muzikanten en dirigent. Ook de finale komt uitstekend over, een vijfentwintig minuten durende muzikale reis die de luisteraar terugneemt naar zowat elk voorgaand deel en een bijna een kleine symfonie op zichzelf is.

Zoals al eerder aangehaald: Rattles Mahler 10 blijft onze favoriet maar het virtuoze orkestwerk van de BBC Philharmonic en de goede opnamekwaliteit, die veel vergeten details naar boven haalt, maken van deze wat meer voorzichtige versie toch een warme aanrader.

Meer over Gustav Mahler


Verder bij Kwadratuur

Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.