De manier waarop Michel Massot, Laurent Dehors en Michel Debrulle op het podium en in de studio humor en muzikale complexiteit weten te verenigen is ongehoord. Het is dan ook bijzonder jammer dat de opvolger van 'Signé' uit 2002 zo lang op zich heeft laten wachten, maar 'Un Matin Plein de Promesses' was het nodige geduld waard. Speels en buitengewoon intelligent worden jazz, klassiek, cabaret en walsjes met elkaar versmolten. De melodieën zijn vaak ongewoon en onvoorspelbaar en hier en daar wordt de muziek zelfs ronduit dissonant en atonaal, maar tegelijkertijd blijft het gheel opvallend lyrisch. De ritmische complexiteit en het onnavolgbaar draaien en keren verstoren de toegankelijkheid niet, wat van dit album een plaat voor iedere muziekliefhebber maakt.

Luisteraars die oververhit geraakten door 'Signé' doen er goed aan de kraan met koud water alvast open te draaien, want dankzij de aanwezigheid van de Britse pianist Matthew Bourne gaat het Trio Grande nog verder dan voorheen. Wie bij een gevarieerd gezelschap als het Trio Grande een rol van betekenis wil spelen, mag wat in huis hebben. Bourne heeft dat en legt het ook in de etalage. Hij kan als solist en als begeleider switchen van stuurse akkoorden naar Bachiaanse polyfonie of de atonale impressionist uithangen. Hij heeft Cecil Taylor waardige orkanen in huis en speelt zo koud over het metrum van de begeleiding heen dat het lijkt alsof Thelonious Monk een mathematisch bedacht stuk van Boulez speelt.

Met Bourne in de rangen is het Trio Grande (nu dus als kwartet) in staat om de catchy riffs en antidogmatische melodieën in knappe structuren en arrangementen te gieten. De technische mogelijkheden van Dehors (op twee saxen tegelijk spelen, bijvoorbeeld) en Massot (die door tegelijk spelen en zingen een didgeridoo-achtig effect genereert) zijn daar niet vreemd aan. Idem voor Debrulle, die steeds essentieel aanwezig is zonder ergens op te vallen. Neem hem echter weg en de leegte zal snel duidelijk worden.

Toch worden kleur en effecten niet gemakkelijk uitgespeeld: het is immers vooral de elegantie die de muziek zo verbluffend maakt. Opener 'L'Acrobate' is daarvan het sprekende voorbeeld: niet het spektakel, maar de souplesse van de artiest lijken hier centraal te staan. 'Valence Valse' is dan weer een heerlijk staaltje ingehouden ontstuimigheid, waarbij de muzikanten mankend en soms wat chaotisch door elkaar lopen in dissonante polyfonie, maar alles wel secuur, exact en virtuoos gespeeld wordt. Dat ook de semi-klassieke ernst van Bournes 'Le Bossu de Rossignol' perfect werkt, bewijst dat dit kwartet alles aankan.

Andere opmerkelijke verwijzingen zijn te horen in 'Caldédine' (polyfone thema's als in een inventie van Bach) of 'Le Ciel', waar een oosterse, sufi-achtige sfeer wordt opgeroepen door pianopercussie en -getingel en vooral een klarinetmelodie met fluitallures. Hoogst vermakelijk zijn de stukken waarin constant van stijl en sfeer gewisseld wordt: 'Un Matin Plein de Promesses', 'Menuet' en de hoempawals 'La Fin de L'Été'. Bij momenten lijkt het allemaal vrije improvisatie – tot de muzikanten plots uit het niets haarscherp gelijk zitten. Dit is woekeren met krachten zoals weinigen het het Trio Grande zullen nadoen. Zeldzame klasse.

Meer over Trio Grande & Matthew Bourne


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.