Het koffiehuis van ene Gottfried Zimmerman in Leipzig speelde een belangrijke rol in het muzikale leven van de stad in de vroege achttiende eeuw. Van 1729 tot 1737 en enkele jaren later opnieuw leidde Johann Sebastian Bach er een ensemble van professionele en amateur-muzikanten die bij elkaar kwamen voor een reeks wekelijkse concerten die 's zomers in de buitenlucht plaatsvonden en tijdens de wintermaanden binnensmakers. Zulke concerten moeten een welkome afwisseling zijn geweest van Bachs officiële taken als kantor bij de religieuze autoriteiten van de stad, zeker ook omdat hij over goede muzikanten kon beschikken en hij er zich snel rekenschap van gaf at hij ook met zijn eigen kinderen alleen al een volwaardig instrumentaal ensemble kon samenstellen.

De instrumentale werken uit deze periode omvatten een hele reeks concerti voor klavecimbel en strijkers. Vermoedelijk gaat het om bewerkingen van eerder gecomponeerde concerti, waarbij Bach zoveel mogelijk de originele solopartij aanpaste, transponeerde en voor klavecimbel bewerkte. Zo kan het zijn dat van de vier concerti die het kleine Franse ensemble Stradivaria hier opnam het concerto in d mineur eerder bekend is als (postuum gereconstrueerd) vioolconcerto, dat in A majeur vaker als concerto voor oboe d'amore door het leven gaat of dat in g mineur bekend is als het wel bewaard gebleven concerto voor viool, BWV 1041.

Een kleine bezetting van twee violen, altviool, continuo (cello en bas) en klavecimbel solo is wel vaker de norm binnen barokmuziek en doet deze muziek heel licht en doorzichtig overkomen. Een voorkeur voor snelle tempi houdt veel leven en vaart in Bachs concerti. In het concerto in d mineur, BWV 1052, het werk waarmee de cd opent vallen de wat drammerig gespeelde figuraties in de klavecimbel op. Dit is een van Bachs meest dramatische concerti en een met machinale precisie uitgevoerde klavecimbelpartij in de hoekdelen helpt om een gevoel van drang in deze muziek te houden maar iets meer fijngevoeligheid was hier zeker niet overbodig geweest. Het traag deel zorgt echter voor afwisseling want de heldere, zuivere klank van de klavecimbel doet de eerder karige solopartij goed tot haar recht komen.

De vergelijking met het origineel dringt zich in dit soort van werken steeds op en zo blijft het wat vreemd om het concerto in g mineur, BWV 1058 (het origineel, BWV 1041 staat een toontje hoger) zonder vioolsolo te horen. Jammer ook dat men over het middendeel van dit concerto (en dat van het BWV 1056) wat lichtjes heen speelt. Dat de klavecimbel, met zijn korte aanslag en afwezigheid van nagalm geen al te traag tempo mag nemen is begrijpelijk maar ook de begeleiding speelt hier wat te steriel. Dat zijn echter details die een algemeen positieve indruk van deze plaat niet in de weg staan. Luister maar naar de vreugdevolle manier waarop de finale van het concerto in A majeur wordt vorm gegeven of het spel van vraag en antwoord waarrond het laatste deel van BWV 1056 is opgebouwd!

Meer over Johann Sebastian Bach


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.