Dirigent Osmo Vänskä plant om een volledige cyclus met Beethovensymfonieën op te nemen met zijn vaste orkest, het Minnesota orkest uit Minneapolis. Op de eerste uitgave, bij het Zweedse label BIS, staan de bekende vijfde en minder courante vierde symfonie van Ludwig van Beethoven.
Beide werken dateren uit dezelfde periode, namelijk de jaren 1804-1807 en zijn zelfs in opdracht (of tenminste onder invloed) van dezelfde mecenas, graaf Oppensdorf, geschreven. Toch zijn er belangrijke verschillen tussen de twee. Terwijl de vijfde symfonie een erg dramatisch en vooruitstrevend werk is dat invloed zal uitoefenen op de hele verdere 19de eeuw, is de vierde bescheidener in opzet, al is hij daarom niet minder origineel. Het eerste deel wordt ingeleid door een trage en weifelende inleiding, die nergens echt een rustpunt weet te vinden, tot de briljante beginakkoorden van het snelle deel uitkomst bieden. Vänskä weet het uiterste qua dynamiek uit zijn orkest te halen: het snelle allegro is net zo luid en vreugdevol als het voorgaande 'sotto voce' en ingetogen is. Deze bewonderenswaardige manier van stil spelen wordt later nog vaak overgedaan, bijvoorbeeld in het tweede deel, waar op een bepaald punt soloklarinet en -hoorn nagelbijtend stil de melodie dragen, of in de vijfde symfonie in de overgang tussen derde en vierde deel. Het Minnesota orkest weet ook op andere plekken zijn muzikaal kunnen te tonen. In het vinnige vierde deel bijvoorbeeld klinken fagot, fluit of strijkers altijd even zuiver, hoeveel snelle noten er ook door hun vingers vloeien.
In de vijfde symfonie laten de kopers, vooral dan hoorns (eerste en derde) en trompetten (tweede deel), flink van zich horen. Echt historisch verantwoord is zo'n een Amerikaanse 'turbo'klank wel niet – de instrumenten van die tijd waren er niet op gebouwd om immense concertzalen te kunnen vullen – maar het resultaat is wel indrukwekkend. Deze hele vijfde symfonie kan gezien worden als een grootschalige strijd waarin uiteindelijk, in de finale, de vreugde de bovenhand haalt. Jammer genoeg stelt net dit laatste deel, waarin het orkest zelfs extra versterkt wordt met piccolo en trombones, wat teleur. Vänskä bouwt namelijk hoge verwachtingen op in de drie vorige delen en weet die eigenlijk maar matig in te lossen. Dit ligt deels wat aan de moderne instrumenten waarop het orkest speelt, die gemakkelijk een egale maar weinig gedifferentieerde orkestklank produceren. Zo zal het feit dat er opeens trombones meespelen in het orkest, wat voor die tijd een primeur was, aan de meeste luisteraars gewoon voorbij gaan. Mooi is het zeker, maar echt interessant wordt het zelden. Ondanks alle technische perfectie van de uitvoerders blijft dit deel niet echt hangen en dat geldt een beetje voor de hele cd.
Slecht is deze opname alleszins niet: beide symfonieën zijn muzikaal en technisch goed gebracht, mooi in balans en met respect voor de partituur. Maar jammer genoeg verrast de cd zijn luisteraars in geen enkel opzicht. Ook die subtiele retoriek en frasering waar historische uitvoerders zo goed in zijn, ontbreekt wat op de cd. Geen slechte poging dus, maar de luisteraar kan zich beter, bijvoorbeeld, Norringtons Beethoven integrale met de London Classical Players aanschaffen.

Meer over Ludwig van Beethoven


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.