Uitzonderlijk is het niet om bij uitvoeringen van stukken van Raphaël Cendo bezoekers hun oren te zien afdekken. De Fransman heeft immers een zwak voor monsterlijke volumes, gecombineerd met onorthodoxe klanken, uitgelokt door speciale speeltechnieken. Het resultaat is een muziek die eerder fans van industrial en noise zal aanspreken. Cendo tast dan ook de grenzen af: die van de uitvoerder met de technische eisen en die van de luisteraar omdat zijn muziek bij momenten echt voelbaar wordt.

Toch heeft zijn muziek zoveel dimensies meer dan loutere brutaliteit of virtuositeit. Wanneer Cendo met klank speelt, doet hij dat met verbeelding en beheersing. Of hij nu akoestisch werkt of met inbreng van elektronica, het palet dat hij voor zichzelf creëert is steevast rijk en geeft mogelijkheden, zeker met uitvoerders als het Ensemble Cairn.

Op deze cd zijn stukken te horen geschreven tussen 2006 en 2010, waarbij Cendo de touwtjes stevig in handen houdt. Alleen in ‘Décombres’ uit 2006 klinkt het geluid van elektronica en tubax (een (sub)contrabassaxofoon) heel vrij, alsof Cendo zich tevreden stelt met geluidsexperimenten. Het knarsen, kraken en schreeuwen (de elektronica klinkt als een zwerm agressieve vogels die het glas van een serre willen laten springen) draagt duidelijk zijn handtekening, zeker in contrast met de zachte, de diepte peilende geluiden.

In de andere stukken is de vormgeving helderder, zelfs volgbaar voor luisteraars die niet vertrouwd zijn met deze muziek. Cendo schuwt de extremen niet en durft melodieën en ritmes gebruiken die herkenbaar doorgegeven en hergebruikt worden, al krijgt de luisteraar ze natuurlijk wel in het gezicht gesmeten. Deze werkwijze is te horen in het elektro-akoestische ‘Charge’ waarin passages als statische monolieten afgewisseld worden met stukken vol beweging.

Dat de verf ook akoestisch pakt, maakt de muziek van Cendo extra aantrekkelijk. Het duo van piano en cello mag in ‘Furia’ lekker metalig klinken, snel inhaken en bliksemsnel reageren, waarmee de componist het aantal muzikanten dat deze muziek aankan meteen drastisch decimeert.

De precisie die in dit werk geëist wordt, is nog meer aanwezig in het strijkkwartet ‘In Vivo’. In het eerste deel wordt weer ingezet op grote contrasten: de strijkers vliegen heen en weer, belanden in vluchtige passages, maar klinken direct daarna weer beweeglijk en energiek. Meesterlijk scherp uitgevoerde, gelijkritmische flarden waarbij de muzikanten exact simultaan de gedetailleerde dynamiekveranderingen realiseren laten de kwaliteiten van de uitvoerende musici horen. In het tweede deel verheffen Cendo en die uitvoerders het knarsen van snaren tot een expressieve taal vol nuances en gradaties in dynamiek, dichtheid en gelaagdheid, ver boven het louter en gedateerde experiment. In het slotdeel vliegt het dak er helemaal af en lijken de vier strijkers als bezetenen achter elkaar aan te lopen waarbij de luisteraar binnen de kortste keren dol gedraaid wordt.

Al even straf is het afsluitende ‘Tract’ voor acht instrumenten. Na weer grof inzetten, ontstaat een knappe evolutie in kleur en opbouw in diverse geledingen. De homoritmische stops en andere momenten van messcherpe gelijkheid zijn ook nu weer present en staan (opnieuw) in contrast met ontketende passages waarbij de muzikanten al vechten over de grond lijken te rollen.

Dat Cendo’s muziek hier, ondanks alle eigenaardigheden op geen enkel moment chaotisch klinkt, onderstreept de klasse van de componist en zijn uitvoerder. Een schitterende cd, voor wie durft.

Meer over Raphaël Cendo


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.