Het is inmiddels al bijna veertig jaar geleden dat José Padilla op het legendarische Ibiza neerstreek om te gaan dj’en. Snel ontwikkelde de Spanjaard een voorliefde voor muziek die paste voor of na een avondjes stappen, niet zozeer in de club zelf. Padilla zocht en vond geluiden die moesten weerklinken over tropische stranden bij zonsondergang en die het sensuele karakter van het Caraïbische eiland in de verf zetten. De naam “lounge” was geboren. De man zijn beroemde ‘Café Del Mar’-compilaties werden een voorbode van een commerciële tsunami die het genre volledig uitholde, tot ontsteltenis van veel producers die het goed meenden. José Padilla blijft na al die tijd echter ongestoord zijn ding doen.

De ingrediënten blijven natuurlijk grotendeels onveranderd: downtempo ritmen, zalvende, zwoele sfeermelodieën en een warme deken van galm en echo vormen een perfect chill out-kader. Een voorzichtig vleugje jazz, reggae of vrouwelijke vocale sensualiteit schijnen regelmatig door. Toch is Padilla duidelijk geëvolueerd. De klemtoon bij deze plaat -die specifiek werd samengesteld voor de Singita beachclub in Italië en via een Grieks label is uitgekomen- ligt immers niet meer op een loom, met softdrugs geassocieerd gevoel, maar eerder op melodieuze esthetiek en gelukzaligheid.

Dat gaat verschillende richtingen uit. In opener ‘Prem Joshua’ van de onbekende Tangerine Thurmi wordt sitarspel en Indische Raga samenzang. Opvolger ‘A Son’s Lament’ van het Griekse cowboyduo Smokey Bandits houdt dan weer vast aan heerlijke mariachitrompetjes in een hobbelende cadans en hinnikende paarden op de achtergrond. Op die manier maakt José Padilla een culturele wereldreis. ‘Mi Condena’ (Blundetto) goochelt met een cumbiapatroon en latinogezang en het mysterieuze ‘Remake’  (Blue Pilots Project) integreert een Spaans gitaartje en een sensueel toefluisterende lolita. Dat alles vindt plaats zonder dat aan de typische elektronische, zweverige touch die het werk van de loungeproducer kenmerkt, verzaakt wordt.

Helaas neemt halverwege het album de culturele diversiteit af en wordt meer en meer gefocust op de dansvloer. Dat betekent een pijnlijke vervlakking. ‘Worst Friends’ neigt richting trance met zijn stompende ritmen en verheven zweefklanken en opvolger ‘Basic Vox’ van Bostro Pesopeo is zelfs pure deephouse met droge clicks. Druppelende, onderliggende tunes zorgen nog voor enige zalving, maar met typerende, mannelijke machovocalen die een zogenaamd soulgevoul moeten oproepen, gaat het helemaal mis. Een tijd lang moet ‘Here Comes the Sunset Vol.4’ (dat geen voorgaande edities kent) het stellen zonder spitsvondigheid of expliciete melodieuze schoonheid, waarmee tegelijkertijd aan de identiteit van Padilla wordt ingeboet.

Dit album opent veelbelovend. Op de eerste helft bewijst Padilla dat hij nog steeds aan de top staat van de loungescene en heerlijk, onbekend werk weet op te sporen. Vreemd genoeg lijkt de inspiratie na een tijdje wat zoek en neemt het schijfje een duik in de vijver waar tal van housecompilaties uit vissen. Op naar de volgende verzamelplaat dan maar?

Meer over V/A


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.