De zeventiende eeuw, en daarmee de overgang tussen late renaissance en vroege barok, was een vruchtbare periode op muzikaal gebied in Italië en met dit nieuwe cd’tje brengt het barokensemble Concerto Italiano een ruw overzicht van wat die zeventiende eeuw allemaal te bieden heeft. Het ensemble, dat uit twee violen, altviool en continuo (cello, theorbe, klavecimbel en orgel) bestaat, bouwt haar selectie op deze plaat chronologisch op. Zo beginnen de muzikanten bij muziek van Giovanni Gabrieli (1554-1612) en Tarquinio Merula (1594-1665) maar komen ze uit bij hoogbarokke componisten als Giuseppe Torelli (1658-1709) en Giovanni Bononcini (1670-1747). Zo wordt kundig de overgang van vroege instrumentale muziek, in de vorm van ‘canzone’ en ‘cappricie’ naar barokke, vierdelige sonates geïllustreerd. 

Sommige werken komen wat zwakjes over in een uitvoering met enkel strijkers. Dat komt dan omdat men steeds meer gewoon is om muziek van bijvoorbeeld Giovanni Gabrieli of Giovanni de Macque met blazers uitgevoerd te horen, net zoals zulke muziek ook in de zestiende en zeventiende eeuw uitgevoerd werd. Bovendien wordt veel van deze vroege muziek van een barokke instrumentale aanpak voorzien. Waar het in werken als Gabrieli’s ‘Canzone a quattro detta la spiritata’ of Frescobaldi’s ‘Canzona quinta’ gebruikelijk is om het idioom van vocale muziek na te bootsen, ook in puur instrumentale werken, wordt op deze opname zuiver vanuit de verschillende strijkinstrumenten gedacht. Op zich is dat niet slecht maar het vervaagt de stilistische variatie die bestaat tussen deze muziek en stukken die meer dan honderd jaar later gecomponeerd werden. Dat neemt niet weg dat er heel wat vuur in deze uitvoeringen zit: Dario Castello’s ‘Sonata Decimasesta’ wordt pittig aangevat, met vinnige tempi en krachtige unisono’s.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw is men bij componisten aanbeland die specifiek en vaak erg virtuoos voor strijkers schreven en dat merkt men, in Zanetti’s ‘Il Scolaro’, een verzameling van korte, contrasterende dansen en karakterstukjes of in Biagio Marini’s ‘Passacaglio a Quattro’, een trage en gelaten uitgevoerde reeks variaties boven een baslijn in mineurtoonaard. Nog moderner zijn de vierdelige sonates van Giovanni Legrenzi of Giovanni Battista Bononcini, werken waarmee men comfortabel in de barokmuziek beland is. Een sonate van de – verder weinig gekende – Evaristo Felice Dall’Abaco (1675-1742), een Veronees die aan het Beierse hof werkte, bevat twee frisse en virtuoze snelle delen. Het is de perfecte illustratie van hoe flitsende Italiaanse vioolmuziek zich in de achttiende eeuw snel ten noorden van de Alpen verspreidde.

Deze collectie van ruwweg honderd jaar Italiaanse barokmuziek biedt een mooi stilistisch overzicht van wat de zeventiende eeuw op muzikaal vlak te bieden heeft. Het jammere van deze cd is de bezetting, die over de hele lijn dezelfde blijft, terwijl een componist als Gabrieli beslist met andere instrumenten moet gewerkt hebben als iemand als Torelli, die honderd jaar later leefde. Dat houdt deze uitgave nogal monochroom en soms eentonig maar daartegenover staat een erg capabele, muzikale en karaktervolle uitvoering door Concerto Italiano.

Meer over V/C


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.