De pianoconcertos van Robert Schumann en Edward Grieg zijn altijd al graag met elkaar vergeleken geweest. De gelijkenissen zijn dan ook niet te missen en Grieg heeft zijn werk ongetwijfeld geschreven met dat van Schumann in het achterhoofd: beide concertos staan in de dezelfde toonaard, beginnen allebei met eenzelfde soort dalend motiefje in de piano en hebben beiden een soortgelijke melodie in het eerste deel.
Het grootste verschil tussen het ene en het andere concerto ligt in de schrijfstijl hun componisten. Terwijl Schumann in een romantische stijl schrijft die naadloos aansluit bij het late werk van Beethoven is Griegs muziek erg duidelijk Noors en tovert hij aan de hand van volksmelodieën een beeld van scandinavische natuur en legenden tevoorschijn. Zo is het eerste thema uit het eerste deel, zachtjes gedragen door houtblazers, zonder twijfel geïnspireerd door folklore. De fluitsolo van het derde deel, begeleid door lichte strijkers, is ook een prachtig voorbeeld van hoe een romantisch componist de natuur (herdersfluitjes) uitbeeldt. Het tweede deel vormt meditatieve dialogen tussen (solisten uit) het orkest en de piano tot lichte een rustig intermezzo. Volksmuziek is dan weer duidelijk hoorbaar in het snedige derde deel, opgevat als bij momenten erg tegendraadse volksdans. Als de muziek kalmer wordt en bijna uitsterft steekt het eerste, levendige thema weer de kop op en brengt het werk tot een groots einde. Het eerste concert van grieg is een jeugdwerk (op.16), onstuimig en licht maar dat van Schumann is een werk waarin de volle dramatische diepgang van de romantiek hoorbaar is, om dan nog maar de diepgang van Schumanns eigen geest buiten beschouwing te laten. Vanaf de eerste maten van dit werk ('Allegro Affettuoso') klinkt de muziek al stormachtig en voelt de luisteraar de waanzin die de componist uiteindelijk tot krankzinnigheid dreef. De muziek balanceert tussen diepe wanhoop en euforie, zoals in de heerlijk weemoedige hobomelodie van het eerste deel. Pianist Leif Ove Andsnes haalt het uitermate tragische, de vreugde die onmiddellijk kan omslaan in verdriet en andersom, als geen ander uit de muziek van Schumann. In het concert echter lijkt de vreugde het te halen, daarvan getuigt de uitbundige finale, met zijn typische stuigende figuraties en loopjes in piano en orkest.
Op de cd is het concerto van Grieg in een studio opgenomen terwijl dat van Schumann live gespeeld wordt. In het eerste geval brengt dat het voordeel met zich mee dat eventuele fouten in orkest en solist opnieuw genomen kunnen worden totdat alles perfect klinkt, maar een concertopname heeft dat 'extras' dat wel eens kan ontbreken in de studio wanneer iedereen in zijn hemdsmouwen zijn ding doet. Dat beide uitvoeringen op deze cd erg dicht bij elkaar liggen spreekt in het voordeel van de Berliner en dirigent en solist. Vooral het duivelse derde deel uit het Grieg concerto klinkt alsof het van een concertpodium komt. Meesterlijk.

Meer over V/C


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.