Het verhaal van Amatorski is genoegzaam bekend: zoals veel jonge Belgische groepjes gooiden ze voor het eerst hoge ogen tijdens rockcompetities als het Oost-Vlaamse Rockconcours en vooral Humo’s Rockrally. Tot hun eigen verbazing schopte hun eerste single ‘Coming Home’ (met een belangrijke bijdrage voor Bony King Bram Vanparys) het vervolgens tot alternatieve monsterhit in Vlaanderen. Zo werd het collectief meteen voor de leeuwen geworpen, stonden de drie heren en de frontvrouw over het ganse land op festivalaffiches en groeiden de verwachtingen – na het uitbrengen van de gigantisch goed ontvangen debuut-EP ‘Same Stars We Shared’ – tot haast onrealistische hoogtes.

Sinds dit debuut is er echter enorm veel veranderd. Niet alleen heeft Amatorski in korte tijd op en naast het podium een enorme maturiteit gekweekt. Ook wisten ze de voltallige Vlaamse muziekverzameling te verrassen met een muzikale stijlbreuk. Hun intimistische popfolk ruilden ze namelijk in voor zeer kwetsbare triphop.

Openen doen ze met een kolfje naar de hand van Inne Eyserman: ondanks dat zij doorgaans de vocalen verzorgd is het een publiek geheim dat ze de vocale inbreng vaak wil beperken tot een haast onhoorbare klank, een instrument zeg maar. Tijdens ‘Fading’ kan ze zich dan ook even volledig inleven in haar glockenspiel. De echte breuk met hun EP is te horen tijdens het zeer desolate ‘Soldier’, de eerste single van de plaat. Veel meer dan enkele droge, hoekige beats en wat synths is er niet nodig om op te bouwen naar een bloeiend refrein, waarin het klankenspectrum heel even wordt open getrokken om daarna weer af te dalen naar een koude donkere leegte.

Het straatje van de melancholie wordt vervolgens bereikt met ‘Never Told’, wat opvalt door nadrukkelijke drums, uitnodigende pianotoetsen tot ware -partijen en zowaar wat ingetogen samenzang. De stroperige strijkers dreigen naar het einde toe even te veel te worden, maar zijn al vlug vergeten bij het horen van ‘Peaceful’. Haast opzwepend en onheilspellend start dit van een dubstepondertoon voorziene lied. De breekbare stem van Inne is hier duidelijk ondergeschikt aan de algemene klank. Plots lijkt een hoopvolle toon hoorbaar in de speelse piano en de jazzy drumlijnen van ’22 Februar’. De stem is hier wat stoffig en klinkt galmend. Toch is de combinatie van deze ingrediënten het recept voor één van de hoogtepunten op TBC. Even later, op ‘8 November’ wordt de hoop eerst nog omgezet in een slaperig karakter. Naar het einde toe lijkt het te ontsporen in een klankenchaos, als was het een nachtmerrie, maar op de hoek van de ergernis gaat de sfeer over in een verdovend muziekdoosriedeltje.

‘The Cheapest Soundtrack’ klinkt effectief als een soundtrack. Het is ruisend en klinkt als de echo van de filmmuziek van ‘Terug Naar Oosterdonck’. Rustig krakend en zeer melancholisch heeft het de zweem om een mooie afsluiter te zijn, ware het niet dat het verborgen ‘Hop-è’ nog meer kraakt, liefelijker, minimalistischer en sympathieker fluisterend is. Het roept een herinnering op aan Hooverphonic uit de oude doos (Hoover dus), maar Amatorski is sterker én oprechter.

Na acht nummers stopt ‘TBC’ net op tijd, voor het saai of eentonig wordt. De slordige vijfendertig minuten muziek lijken een afdalen naar een donkere, kille kelder. Gelukkig is ‘TBC’ vervolgens wat meer dan melk en drie eieren nemen. Het is breekbaarder, avontuurlijker en veel minder grijpbaar.

Meer over Amatorski


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.