Een selectie uit Shostakovich' oeuvre voor piano is wat de luisteraar hier te horen krijgt: originele werken, groot en klein, arrangementen van symfonische film- en balletmuziek en jeugdwerken scheppen een beeld van het minder gekende oeuvre van een componist die voornamelijk voor symfonieën en strijkkwartetten gekend is.
De cd opent groots met Shostakovich' tweede pianosonate uit 1942. Het is een klassiek werk dat duidelijk in de lijn van grote 19de-eeuwse componisten ligt. Van modernistische experimenten uit Shostakovich' beginjaren is hier weinig terug te vinden: de driedelige sonate is gebouwd rond een klassiek vormschema met groots openingsdeel, lyrisch tweede deel en een reeks variaties in het laatste. Dit is het meest ernstige werk van de hele cd: van parodieën op voorgangers of op het sovjetregime of van cynisme is hier weinig te merken.
Jeugdwerken zoals de 'Drie Fantastische Dansen' of de 'Vijf Preludes', geschreven tijdens Shostakovich' jaren van studie in Leningrad, tonen de componist als een miniaturist die in korte stukjes bondig vertellingen neerzet die bij momenten erg aan Ravel doen denken. De 'Drie Fantastische Dansen' zijn licht geschreven (alledrie hebben ze tempoaanduiding 'Allegretto') en liggen gemakkelijk in het gehoor. Van de epische symfonieën of de bittere parodieën die Shostakovich in latere jaren neerschreef is hier nog niets te merken. Modernisme daarentegen is troef in de Aforismen op. 13 die Shostakovich in 1927 schreef. Hij richt zich hier duidelijk naar Europese avant-garde: elk van deze 10 stukken is atonaal geschreven, vaak zonder duidelijke melodie of net met een erg grillige. Dit modernisme steekt dan erg af tegen de klassieke titels die deze korte werkjes meekrijgen: 'Serenade' (nr.2) 'Elegie' (nr.4) of 'Marche Funèbre' (nr.5). Die serenade bijvoorbeeld is zonder vast gevoel voor maat geschreven alsof de melodie zonder ordening uit de piano vloeit. De 'etude', nr.6 is een vingervlug werkje, terwijl de 'dodendans', nr.7 wordt opgebouwd vanuit de hamerende noten waarmee het stuk begint en de 'canon', nr.8 is nog nauwelijks als dusdanig herkenbaar.
Verder wordt deze cd gevuld met arrangementen van werken die origineel voor orkest geschreven waren, herschreven door de componist zelf. Het bekendste daaruit is waarschijnlijk de 'Spaanse Dans' uit de film 'de Horzel' (in het Engels 'The Gadfly'), een vrolijk lichtvoetig stukje dat geleend werd uit de tweede jazzsuite. Het 'korte stuk' uit diezelfde film is heerlijk lyrisch een heeft iets van Brahms in zijn melodielijn. De parodiërende Shostakovich toont dan weer zijn beste gelaat in een polka uit het ballet 'Het Gouden Tijdperk' uit 1930. De componist drijft zijn cynisme tot het uiterste met wat oorspronkelijk een Weense salondans was maar hier verwerkt wordt tot een groteske karikatuur. Ashkenazy speelt vlot en met gevoel, maar zonder de hardheid en cynisme die de muziek van deze componist, die de hardste jaren van het stalinisme heeft meegemaakt, zo typerend maakt. Maar misschien zijn korte pianostukken ook niet meteen zo representatief voor Shostakovich' muziek. Want een verzamelaar kan in deze cd misschien wel een goudmijn vinden van werkjes die weinig op cd zijn uitgebracht maar wat een gemiddelde muziekliefhebber hierop zal missen zijn – op de pianosonate na – grotere werken, pianomuziek die moeiteloos de vergelijking met symfonieën of kamermuziek van Shostakovich kan doorstaan.

Meer over Dmitri Shostakovich


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.