Er zijn twee werken in Mahlers oeuvre die elkaar perfect aanvullen en dat zijn de eerste symfonie en de liedcyclus 'Lieder eines fahrenden Gesellen'. Thema's uit de eerste symfonie verwijzen namelijk naar de vier liederen uit deze cyclus, die op hun beurt de symfonie een duidelijk programma, een inhoud zeg maar, meegeven. Dirigent Benjamin Zander combineert beide werken op deze opname, uit 2004, gespeeld door het Londense Philharmonia Orchestra.

Een tweede cd is voorgehouden aan wat op het doosje 'Benjamin Zander discusses Mahler's Songs of a Wayfahrer and the First Symphony' genoemd wordt. Die tweede cd is echter veel meer dan dat: met behulp van piano- en orkestvoorbeelden, ontleedt Zander beide composities op een intelligente en verhelderende, maar steeds voor leken verstaanbare en erg verhalende manier. Een beetje als 'Peter en de Wolf' zeg maar, maar dan met Mahlers muziek als achtergrond én onderwerp. Enkele passages worden volledig uit elkaar getrokken, zodat Zander in staat is aparte groepen uit het orkest, ritmes of akkoorden te laten horen. Het geheel is bovendien slim in elkaar gemixt, zodat de muziek op de juiste momenten onder Zanders uitleg binnenkomt en stilletjes weer uitdooft. Deze uitleg toont ook op welke punten Zander aandacht besteedt in zijn interpretatie van Mahlers eerste symfonie.

Zo klinkt het trio uit het tweede deel heel lieflijk en zoet als een Weense wals, vol vrijheid en wisselingen van tempo. Het scherzo zelf zet dan weer in met een stevig tempo, heel robuust en blakend van gezondheid. Het hoofdthema uit het eerste deel echter, dat ontleend is aan de 'Lieder eines fahrenden Gesellen', wordt dan weer met heel veel zorg uitgevoerd, vol kleine tempoverschuivingen en subtiele dynamische verschillen. Hierdoor gaat deze melodie alleen maar vrolijker en onbezorgder klinken. Zanders favoriete deel is echter het derde, en daar worden alle registers opengetrokken. In deze dodenmars wisselen orkest en dirigent het groteske af met het trieste, het vulgaire met het hemelse. Fanfaremotieven, joodse en zigeunerwijsjes worden in een directe, bijna opdringerige stijl gespeeld en dit contrasteert erg mooi met troostende natuurbeelden (nog een citaat uit zijn liederen) die Mahler in de centrale sectie schildert. De koperblazers zijn in topvorm in het laatste deel, met scherpe trompetten en met hoorns die, zowel laag als hoog, uitzonderlijk stevig in hun schoenen staan. De opnamekwaliteit zit ook erg goed, met piano's die nog maar nauwelijks hoorbaar zijn (zoals het einde van het derde deel, waar alleen grote trom en cimbaal overblijven) en overweldigende tutti passages.

Ook de 'Lieder eines fahrenden Gesellen' worden uitstekend gespeeld. Bariton Christopher Maltman is heel verstaanbaar en articuleert erg duidelijk, zelfs misschien wat te scherp in het tweede lied, 'Ging heut' morgen über's Feld'. Bovendien wordt deze cyclus geïnterpreteerd met alle intimiteit van een liedbundel voor zang en piano. Dramatiek is er wel natuurlijk, zeker in het stormachtige derde deel, maar alles doet heel intimistisch en kleinschalig aan, veel eerder Schubert dan Wagner. Dit is dus een erg geslaagde cd, waarin goed de verbanden tussen Mahlers liederen en zijn symfonische muziek worden gelegd. Ook de uitvoering is de moeite waard, en de extra cd met uitleg van de dirigent is zeker welkom; die zou wel bij meer cd's geleverd mogen worden.

Meer over Gustav Mahler


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.