In het voorjaar van 2013 gaf de Cubaanse pianist Aruán Ortiz een herinneringswaardig optreden in de Hnita-hoeve. Exact een jaar en een dag later stond hij er opnieuw op het podium met zijn Orbiting Quartet. Door onvoorziene omstandigheden begon die groep weliswaar ietwat gehavend aan haar concert.
Aruán Ortiz (foto: Guy Van de Poel)
Ongeluk komt zelden alleen, ook niet in de stille Kempen. De lading cd’s die Ortiz voor en na het concert zou gaan verkopen was ergens bij de koerierdienst blijven hangen en zou pas enkele dagen later worden afgeleverd. De Cubaan zag hierdoor een belangrijke bron van inkomsten door zijn neus geboord. Als klap op de vuurpijl was ook Cleaver in vertraging en nog geen klein beetje. De Amerikaan had enkele treinen gemist en bevond zich rond half negen (het uur waarop de band er normaliter aan zou beginnen) nog ergens tussen Luik en Leuven met een rugzak vol cimbalen. Een kleine ramp dus voor groep en organisator.
In de eerste set, die met enige vertraging begon, kreeg het publiek bijgevolg een drumloos trio te zien en dat in een aangepast (of nood-)repertoire. De openingsminuten hadden wat weg van een worstelpartij en beloofden niet veel goeds. De drie stortten zich op de bekende standard ‘If I Should Lose You’ en dat kwam vooral neer op veel zoeken en weinig vinden. Ortiz, Abbasi en Ginsburg deden er alles aan om de losse eindjes aan elkaar te knopen, maar helaas. Slechts door de muziek heel expliciet af te bakenen (via walking bass of het bekende thema) klikte alles een keertje in elkaar. Het feit dat de geluidsbalans op dat moment nog niet ideaal was, had daar ongetwijfeld ook mee te maken.
Rez Abbasi (foto: Guy Van de Poel)
Het laatste stuk voor de pauze was een compositie van Ortiz. Gedurende de eerste minuten leek het zo goed als doorgecomponeerd, enkel Abbasi kreeg wat ruimte voor een persoonlijke invulling. Het uiteindelijke thema had een hoge moeilijkheidsgraad: een ingewikkelde constructie van alweer twee aparte lijnen van de linker- en rechterhand, unisono gevolgd door respectievelijk bas en gitaar. Dat opvallend trucje bleek later ook in andere composities terug te komen.
De pauze nam iets meer tijd in beslag dan anders. Daardoor kon Cleaver - die nota bene klokslag 23u pas arriveerde - zich nog net installeren op het podium vooraleer de trein terug in gang werd getrokken. Vanaf dan was er alleen nog Orbiting-repertoire te horen, dat gekenmerkt werd door een heel grillig ritmisch verloop en een behoorlijk cerebrale vibe. Het werd al snel duidelijk dat een drummer geen overbodige luxe is binnen deze uitdagende muziek. Ortiz componeerde voor deze band namelijk geen simpele deuntjes maar onvoorspelbare rollende, veelgelaagde grooves die zonder percussieve afbakening tot een soepje zouden worden herleid.
Nu zat het wel meteen snor wat de groepsinteractie betreft. Cleaver had alles minutieus onder controle en leek nog het meest relaxed van alle muzikanten op het podium. Ortiz legde hem nochtans het vuur aan de schenen door bepaalde passages stil te leggen en opnieuw op te starten, zonder rekening te houden met tempo of ritme. De intuïtie en het reactievermogen werden hiermee serieus op de proef gesteld. Cleaver had er allemaal weinig moeite mee en kletste het hele gebeuren op een imponerende manier vol. Zelfs Abbasi was onder de indruk en liet zijn collega dat ook merken met een goedkeurend knikje, waarin ook een beetje verbazing leek te zitten.
Ondertussen was het al na middernacht, maar dat weerhield het publiek er niet van om na afloop van de tweede set nog een bisronde te vragen. Zo werd het meteen een van de langste concertavonden ooit in de Hnita-hoeve. Voor zij die de pianist vorig jaar al hadden bezig gezien was Ortiz’ passage in Heist-op-den-Berg duidelijk een bevestiging. Anderen deden er een interessante ontdekking mee. Op z’n minst.