Dave Douglas is niet alleen de belangrijkste jazztrompettist van het afgelopen decennium, maar tevens een muzikant die in heel uiteenlopende combinaties en settings kan overtuigen en zichzelf kan blijven. Of het nu gaat om filmmuziek, subtiele kamermuziek of vrijere samenspelvormen, steeds klinken zijn geluid en benadering herkenbaar en integer.

Met zijn jongste groep, Brass Ecstasy, knipoogt Douglas naar de Brass Fantasy van zijn legendarische collega Lester Bowie. In tegenstelling tot Bowie’s grotere groep beperkt Douglas zijn ensemble tot een kwintet (trompet, hoorn, tuba, trombone en drums), wat een grote invloed heeft op het totaalgeluid. In vergelijking met de Fanatasy klinkt de Ecstasy opmerkelijk transparanter, waardoor jammer genoeg ook het “vettige” van Lester Bowie verdwijnt. Wat zo verloren gaat aan geluid wordt enigszins gecompenseerd door het intrinsiek sterkere soleerwerk van voornamelijk Douglas zelf en trombonist Luis Bonilla.

De muziek moet duidelijk heel direct werken. In arrangementen wordt niet te veel geïnvesteerd. De blazers werpen weinig riffs onder de solisten en spelen al eens in octaven, waardoor de muziek niet bepaald harmonisch rijker wordt. De basis voor de solisten wordt gelegd door een walking bass lijn in de tuba en een soepel lopende drumgroove van Nasheet Waits. Echt uitgewerkte scores zijn er zelden te horen, al wordt er in ‘Spirit Moves’ mooi gemikt op de kleur door het uitspelen van verschillende instrumentencombinaties. Het afsluitende ‘Bowie’ is duidelijk de meest ambitieuze compositie, met marsritmes, strak uitgeschreven, hoekige passages en naar New Orleans verwijzende collectieve improvisaties naast de solistische exploten. Niet toevallig dat deze track het hoogtepunt vormt van de cd en Douglas, Bonilla en Waits in grote vorm en in duidelijke onderlinge communicatie laat horen.

De grootste leveranciers van nuances en kleur zijn Nasheet Waits (met zijn bekende, fijnbesnaarde speelstijl die bol staat van de details) en tubaspeler Marcus Rojas. Deze laatste schittert niet alleen in zijn nauwkeurige intonatie en timing, maar ook in multiphonics en didgeridoo-achtige effecten in ‘Rava’ en ‘I’m so Lonesome I Could Cry’, waarin Douglas te midden van de hier wel mooi uitgewerkte, zachte harmonie helemaal in de huid van de klassieke Miles Davis kruipt.

‘United Front: Brass Ecstasy at Newport’ is niet Douglas’ eerste live plaat, maar wel een waarop de potentiële zwakheden van dergelijke opnames het meest naar voor komen. De oneffenheden in de balans tussen de verschillende instrumenten verstoren hier en daar de opbouw van de tracks, waardoor de spanningsboog al eens verloren gaat. Hierdoor en omwille van de “eenvoudige” muzikale aanpak is deze plaat zeker niet Douglas’ meest fascinerende album en Brass Ecstasy niet zijn meest beklijvende band. Toch laten de plaat en de groep opnieuw een specifieke kant van deze veelzijdige muzikale persoonlijkheid horen en alleen al daarom zal ‘United Front’ Douglasfans plezieren. 

 

Meer over Brass Ecstasy


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.