Wetende dat Jason Moran met zijn trio al bij zijn passage in De Bijloke met dit repertoire bezig was terwijl de muziek nu pas op cd verschijnt, is op zich misschien al een veeg teken. Men schrijve oktober 2008 als Moran met “the Bandwagon” (want zo noemt Moran zijn vaste begeleiders, bassist Tarus Mateen en drummer Nasheet Waits) de voormalige kloosterkerk met toppen en dalen ontroert, of juist niet. Meer dan een anderhalf jaar verder klinken de nummers iets fletser dan live het geval was, of toch minder “Moraniaans” dan waar een echte fan op hoopt. De scherpe kantjes zijn eraf gepolierd en wat overblijft is nog steeds spannende jazz, zij het zonder de typische experimenteerdrift die Moran tot een genie in de jazz maakte. De liner notes, waarin het ruwe grafische ontwerp van de vorige albums plaats heeft geruimd voor enkele sympathieke kiekjes van de muzikanten, spreken boekdelen.

‘Artist in Residence’, Morans laatste opname en door sommigen tot het grootste jazzmeesterwerk van het voorbije decennium gekroond, liet een muzikant horen die in elk nummer buiten de conventionele lijntjes van het genre kleurde en zocht naar een persoonlijk geluid binnen een halve eeuw traditie. Dat zoeken deed Moran anno 2006 door jazz te vermengen met klassiek en hiphop, waar hij bovendien gretig samples allerhande (van stemmen tot regelrecht pennengekras) doorheen mixte. Hij kwam bovendien met een sterke politieke boodschap, die de muziek van het trio nog extra beladen maakte. ‘Ten’ is in alle opzichten milder dan de briljante voorganger, wat zich misschien laat verklaren door het feit dat het album het tienjarig bestaan van de Bandwagon viert en als het ware recapituleert wat er in de voorbije jaren aan muzikale vreugde gepasseerd is, meer dan dat Moran verder borduurt op zijn eigen geluid.

Zelfverloochening is ‘Ten’ gelukkig niet. Jason Moran haalt nog steeds heftig uit, zoals in ‘The Subtle One’, ‘RFK in the Land of Apartheid’, ‘Gangsterism over 10 Years’ (een vaste compositie die op alle Moran-albums aanwezig is en meteen een van de allerbeste nummers van de cd), ‘Old Babies’ en nog enkele andere tracks. Alleen worden de vele escapades nu braafjes voorafgegaan door bevattelijke thema’s en zitten ze ingepakt in beheerste composities, wat ‘Ten’ ook voor het brede publiek te smaken moet maken. Ondanks vele lovende kritieken werd ‘Artist in Residence’ in bepaalde media immers “hermetisch-elitair” genoemd, een pad dat Moran met ‘Ten’ (helaas, helaas!) lijkt te verlaten. De zin voor experiment is er nog, zoals in het leuke ‘Old Babies’, waarin Moran nonsensgeluiden van zijn zoontje doorheen zijn improvisatie mixt, maar het mopje wordt niet verder uitgewerkt, noch muzikaal ontwikkeld. Ook de elektronica op ‘Feedback Pt. 2’ zijn aardig, maar alweer schuwt Moran heel duidelijk de extremen.

In alle opzichten vat ‘Ten’ een trio in goeden doen, maar het weerbarstige is bijlange na niet meer zo prominent aanwezig. Jason Moran pakt uit met enkele van zijn snedige lijnen en verheft bepaalde nummers tot grote klasse, terwijl Tarus Mateen zijn bas behoorlijk laat swingen en meesterdrummer Nasheet Waits Moran op de juiste momenten naar geweldige climaxen stuwt. Maar dat tikkeltje meer lijkt Jason Moran na vier jaar omzwervingen in tal van formaties en contexten kwijt geraakt. Dat het lichtende pad van de bloedstollende ideeën zich snel weer mag openbaren aan deze moderne held van de jazz… Amen.

Meer over Jason Moran


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.