Sedert het prachtige boek ‘Dies Irae: Kroniek van een Requiem’ door Pieter Bergé is geweten dat de wortels van het requiem een paar eeuwen geleden moeten gezocht worden. Vanaf eind 19e eeuw werd steeds meer afgeweken van de tot dan toe meestal traditioneel gebruikelijke formule, bijvoorbeeld door Brahms, die zelf teksten selecteerde op basis van de Lutherse Bijbel. Het requiem bij uitstek dat in het tweede deel van de 20e eeuw ontstond, is dat van Benjamin Britten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de kathedraal van Coventry verwoest geraakt, maar naderhand werd besloten om de ruïnes van het bouwwerk, dat dateerde uit de late 14e en vroeg 15e eeuw, te integreren in een nieuw bouwwerk. Dat zou uiteindelijk op 25 mei 1962 geopend worden, terwijl de officiële inhuldiging vijf dagen later werd gehouden met een opvoering van Brittens speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde ‘War Requiem’. Hierin neemt Britten zeer expliciet stelling tegen elke vorm van oorlog, en dit op meerdere manieren. Ten eerste zit het hem in de structuur van het werk, waarin de traditionele volgorde van de requiemmis – Requiem aeternam, Dies irae, Offertorium, Sanctus, Agnus Dei en Libera me – wel wordt gevolgd, maar continu wordt doorprikt door een tenor en een bariton die teksten van Wilfred Owen citeren, de tragische war poet die heel kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog kwam te overlijden. Dit gegeven drukt Britten door in de orkestpartij, die het Latijnse requiem begeleidt, terwijl een kamerensemble de bikkelharde poëzie van Owen becommentarieert. Over dat alles heen drapeert de componist orgel en kinderkoor, die als een louterend deken beide aspecten moeten samensmeden.

Britten ging nog verder in zijn anti-oorlog statement, door voor de première naar drie solisten te zoeken met een nationaliteit uit de landen die het meest hadden geleden onder de Tweede Wereldoorlog: een Duitse bariton, een Engelse tenor (wie anders dan Peter Pears?) en een Russische sopraan. De Sovjet Unie liet Galina Vishnevskaya het land echter niet verlaten om muzikaal te “verbroederen” met een Duitser, en last-minute moest Heather Harper voor de première nog inspringen. Vandaag zijn er vooral om technische redenen weinig uitvoeringen van het ‘War Requiem’ te horen. De bezetting is werkelijk gigantisch en weinig Belgische podia kunnen koor, kinderkoor, orkest én kamerorkest huisvesten. Een live-opname realiseren van het ‘War Requiem’ lijkt al helemaal te gek, want door de verschillende gelaagdheden is het een werk waarin constant heel wat kan verkeerd lopen. Jaap van Zweden durfde het echter aan en met het Nederlands Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlands Radiokoor en het Nederlands Kinderkoor liet hij het geheel in Utrecht vastleggen. Het is bewonderenswaardig hoeveel continuïteit van Zweden bereikt in zijn ‘War Requiem’. Geen enkel apparaat klinkt alsof het niet vlot mee kan in de uitvoering en alle spelers zijn uitstekend op elkaar afgestemd. Ook Reinbert de Leeuw, die de taak op zich nam om de zeer complexe kamermuziekpartij uit te pluizen, verdient wat dat betreft alle lof: Owens poëzie wordt lang niet altijd zo denderend begeleid als hier.

Enigszins jammer aan deze opname is de wisselende kwaliteit van de zangers. Sopraan Evelina Dobracheva klinkt over het hele register genomen niet erg glad, terwijl tenor Anthony Dean Griffey wat te scherp uit de hoek komt. Bariton Mark Stone is doorleefd en evenwichtig in de tweede reciterende rol, en het koor zingt opmerkelijk gevoelvol. Qua opname zitten de verschillende dynamieken ook vrij goed, toch voor wie met hoofdtelefoon naar de opname luistert. Met de speakers aan kan een partij al eens verdrinken, maar of andere technici dat hadden kunnen vermijden is nog maar de vraag. Aan Brittens eigen opname met Pears en  Fischer-Dieskau kan deze interpretatie niet tippen, maar ze blijft zeker een van de betere die nu in de rekken ligt.

Meer over Benjamin Britten


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.