Na het startschot in Brussel op 25 september was het een dag later aan Leuven om de World Music Days te verwelkomen, meteen het begin van het TRANSIT festival.

Op de World Music Days die jaarlijks in een ander land gehouden worden, staat moderne muziek binnen de “klassieke” traditie centraal. Dat uitgerekend Leuven zo’n vooraanstaande rol in het programma van 2012 toebedeeld krijgt, mag niet verbazen. Met het festival TRANSIT heeft de stad immers het creatiefestival bij uitstek in huis. Bovendien moeten ze bij TRANSIT het bordje “uitverkocht” geregeld bovenhalen, iets waar sommige andere organisatoren zich beduidend minder zorgen om hoeven maken. Het was voor het openingsconcert niet anders: opnieuw een bomvolle Soetezaal in het kunstencentrum STUK voor een internationaal programma dat in handen gelegd werd van het ensemble Champ d’Action.

Op het programma stond deze keer slechts een première, een uitzonderlijk lage score voor een TRANSIT optreden, maar gelukkig werd de muzikale kwaliteit er niet minder om. Waar het eerste concert van het festival vorig jaar minder sporen in het muzikale geheugen naliet, was het dit jaar wel goed raak, van het eerste tot het laatste stuk.

Tatjana Kozlova
Tatjana Kozlova
Het begon eigenlijk nog allemaal vrij rustig, met ‘Horizontals’ van Tatjana Kozlova. Echt ver ging de Estse het niet zoeken. In het charmante en loepzuiver opgebouwde werk wisselden hyperbeweeglijke groepspassages elkaar af met solistische intermezzi voor viool en cello. De betrekkelijke eenvoud van het stuk hield het werk voor de duur van een tiental minuten boeiend, zeker met de verschuivingen die Kozlova voorzag voor de wriemelende ensemblepassages. Waar de eerste episode zich afspeelde in een hoog register dat tegen de pijngrens aanschurkte, zakte ze voor het tweede naar een meer conventionele tessituur om uiteindelijk te belanden in haast abstracte passages waarbij fluit en klarinet windgeluiden produceerden en pianist Yutaka Oya en violist Jeroen Robbrecht zich met wrijvende percussiegeluiden bij het slagwerk aansloten.

Voor ‘Kabuki’ van de Japanner Hikari Kiyama werd het gaspedaal dieper en langer ingeduwd. Of dat louter lag aan de het onderwerp van het werk (een legende over het ontstaan van Japan) of ook aan de leeftijd van Kiyama die pas twee weken geleden 29 geworden is, daarover kan alleen de componist zelf uitsluitsel geven. Feit was wel dat zijn constante energiestroom behoorlijk indrukwekkende klonk. De percussiepartijen leken te verwijzen naar de traditionele Japanse drummers à la Kodo, baritonsaxofonist Peter Verdonck kreunde en gierde als Mats Gustafsson en Yutaka Oya hamerde en raasde over de piano alsof hem gevraagd werd een imitatie te geven van Cecil Taylor.

De muziek was echter meer dan een loutere explosie. Kleine, repetitieve passages en haarjuist uitgevoerde tempoveranderingen hielden de luisteraar bij de les en zelfs enkele ronduit elegante slibberende bewegingen kregen hun plaats in het geheel. Bovendien was het fascinerend om horen hoe ritmische lagen synchroon of net niet synchroon tegenover elkaar geplaatst werden, waardoor het publiek meegezogen werd in de maalstroom van het stuk. Muziek als deze is uiteraard gebaat bij een gedreven, maar even goed exacte uitvoering en daarvoor was Kiyama bij Champ d’Action aan het juiste adres. De balans tussen overgave en controle zat perfect. Alleen een wat clichématige drumsolo tegen het einde maakte de muziek even goedkoper. Wie daarvoor verantwoordelijk gehouden mocht worden, hangt er maar vanaf in hoeverre deze passage uitgeschreven dan wel geïmproviseerd was, maar dan nog was ‘Kabuki’ een spektakelstuk van het betere soort: onderhoudend en muzikaal boeiend.

Champ d'Action
Champ d'Action
Even spectaculair, maar op een heel andere manier, kwam de Roemeense Mihaela Vosganian voor de dag. Bij haar geen Teutoonse volumes, maar een bij momenten psychedelische, bevreemdende maar wel steeds heel mooi klinkende verstrengeling van viool, cello, elektrische gitaar, accordeon en stem. De uit verschillende, soms sterk contrasterende passages  opgebouwde compositie liet verschillende invloeden horen, waarbij de soms elektronisch gemanipuleerde contratenorpartij van Jonathan De Ceuster weggelopen leek uit een barokopera. Retro werd het werk echter nooit: de desoriënterende klankcombinaties, de etherische mistigheid of de poppy ritmes (tot zelfs een expliciete popbeat toe) bogen de muziek telkens soepel in een nieuwe knoop.

De schriftuur van Vosganian bleek bovendien flexibel en speels genoeg om al die invloeden en verschuivingen te kunnen verdragen. Bovendien slaagde ze er in om de verschillende fragmenten tot een logisch geheel te smeden, waardoor haar werk geen lappendeken werd, maar een zinvol en vooral gave en elegante eenheid die ver uit de buurt van het goedkope en platvloerse bleef. 

De enige eerste uitvoering van het openingsconcert van TRANSIT kwam voor rekening van de Belg Serge Verstockt, artistiek leider van Champ d’Action en als componist iemand die door het goed gerichte gebruik van technologie, originele ideeën en vooral een indrukwekkende muzikaliteit al jaren laat horen hoe spannend en toegankelijk hedendaagse muziek kan zijn. Voor de uitvoering van zijn ‘Fingerfertigkeit. L’égalité des Doigts’ kreeg het publiek even de kans de benen te strekken, een zeldzaamheid tijdens TRANSIT concerten. De geste was niet zozeer ingegeven door een bezorgdheid voor de fysieke paraatheid van de toehoorders, maar wel door de change over die zich op de speelvloer moest voltrekken.

Voor Verstockts werk diende Champ d’Action immers in symmetrische opstelling geplaatst te worden. Centraal kwamen slagwerkers Marcel Andriessen en Reggie van Bakel als twee kemphanen oog in oog met elkaar te staan. Gitarist Nico Couck werd tegenhanger van accordeonist Ludo Mariën, pianisten Yutaka Oya en Benjamin Van Esser vormden als buitenposten elkaars tegenpolen, net als klarinettisten Vlad Weverbergh en Jaan Bossier. Deze laatste stond zijn functie als dirigent voor dit stuk af aan Verstockt die (zelf op synthesizer) een tegenpool vind in de kraak-, ruis- en piepelektronica van de iPad van Roel Das.

Serge Verstockt
Serge Verstockt
Het onderwerp van ‘Fingerfertigkeit. L’égalité des Doigts’ is de virtuositeit, het technisch beheersen van een instrument dat in het beste geval een middel tot musiceren is, in het slechtste een om fysiek te imponeren. Voor het werk vroeg Verstockt aan alle muzikanten om enkele studies te kiezen die ze in hun opleiding veel gespeeld hadden of nu nog spelen, kwestie van in conditie te blijven. Deze stukken werden door hem als basismateriaal genomen voor een werk waarbij de technische studiemuziek uiteengehaald en gecombineerd werd tot een fascinerend geheel dat geen enkele uitvoerder in toonladder- en arpeggiogeile muziek zou verwachten.

In eerste instantie zapte de muziek van de ene muzikant naar de andere: korte passages dwongen de luisteraar om de aandacht zigzaggend te verplaatsen van link naar rechts en van voor naar achter. Geleidelijk aan werden de fragmenten dichter op elkaar gedrukt tot er een compacter geheel ontstond dat uiteindelijk uitmondde in een roterende klankstroom. De vingervlugge muziek van elke muzikant afzonderlijk zorgde daarbij voor een extra element van eenheid, waardoor het leek alsof de muziek van bij het begin zo geconcipieerd was.

Vervolgens voerde Verstockt de intensiteit op om die naar Eustachiusverpulverende geluidsterktes te voeren (in het publiek werden hier en daar oren dicht geduwd) waarbij het tienkoppige ensemble klonk als een op hol geslagen bus kerkorgels waarvan de chauffeur te diep in het glas gekeken had.

In een tweede deel van het werk verschoof de aandacht richting tremolo’s. Het razende tempo van het eerste deel vertraagde en de muziek kwam terecht in een slow motion onderwaterwereld: niet door het terugschakelen van de vingervlugheid, maar door de meer statische harmonie die de snel herhaalde noten optrokken. Net als in ‘Kabuki’ van Japanner Hikari Kiyama flirtte Verstockt hier openlijk met de verworvenheden van de freejazz en de noise om voor het laatste deel van het werk terug te keren naar de virtuositeit van het eerste. Alleen werd die nu constant ratelend. Wat vertrok bij de omhoog kruipende pianisten deinde later uit naar de gitaar en het accordeon om tenslotte bezit te nemen van alle muzikanten.

De teksten omtrent virtuositeit die live gelezen of afgespeeld werden, pasten uiteraard mooi bij de gebrachte muziek en voorzagen die bovendien van een ironische lading. Toch was ‘Fingerfertigkeit. L’égalité des Doigts’ meer dan het spelen met virtuositeit en de ideeën daar rond. Het werk klonk boeiend en inventief, was rijk aan contrasten en maakte op een muzikale manier gebruik van elektronica: niet als spectaculair slagroom op de taart, maar als een essentieel onderdeel van de compositie. Dit op zich maakte ‘Fingerfertigkeit. L’égalité des Doigts’ al tot een ervaring, maar nog geen verrassing voor wie de muziek van Verstockt kent. Dat hij en Champ d’Action er in slaagden om Czerny als echte muziek te laten klinken was daarentegen wel de ontdekking van de avond en de bekroning van een bijzonder geslaagd startschot van TRANSIT.

Meer over World Music Days - TRANSIT: Champ d’Action


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.