In 2013 verscheen ‘Ik Ben Een Gemankeerde Saxofoon’, een boek met gedichten van en teksten over de Nederlandse dichter Lucebert. In die bundel zat ook een volledig album van Flex Bent Braam verborgen, de nieuwe formatie van pianist en componist Michiel Braam. ‘Lucebert’ heet die plaat toepasselijk en ondanks zijn verknochtheid aan het boek heeft hij ook een leven als zelfstandig album gekregen. Gelukkiger maar, want een aanstekelijker pleidooi voor spel, poëzie en plezier is er haast niet te vinden.

In 1965 vraagt Simon Vinkenoog aan een aantal experimentele dichters, de zogenaamde vijftigers, wat de voorbije jaren hun grootste invloed is geweest. Lucebert stuurt hem een telegram waarin hij de even jaartallen uit de voorafgaande vijftien jaar telkens van de titel van een jazzcompositie voorziet. 1950 stond voor hem in het teken van ‘Hot House’ van Tadd Dameron, 1952 in het teken van Dizzie Gillespies ‘Dizzy Atmosphere’ (en tussen haakjes ook een beetje van ‘Misty’ van Erroll Garner), enzovoort. Dit telegram vormde het uitgangspunt voor Lucebert. Op deze plaat voert de nieuwe, swingende formatie van Michiel Braam het telegram namelijk zo getrouw mogelijk uit. Ze lopen dus niet alleen de door Lucebert aangereikte tracklist af, maar volgen de dichter ook daar waar hij er voor bepaalde jaren niet helemaal uitkwam en twee titels suggereerde. In 1958 was Lucebert bijvoorbeeld in de ban van ‘I May Be Wrong’ van Henry Sullivan, maar luisterde hij ook graag naar Miles Davis’ ‘So What’. Dat is gesneden koek voor Michiel Braam, die als geen ander de kunst verstaat om muziek eerst te deconstrueren en vervolgens weer zo in elkaar te zetten dat het weer swingende muziek wordt. Zo ook in het geval van ‘I May Be Wrong – So What’. Op een briljante manier heeft hij de melodieën van het catchy liedje van Sullivan en Davis’ iconische jazz standard samengevoegd. Soms is de melodie van het ene liedje wat geabstraheerd en het volgende moment heeft de andere compositie de overhand, maar onder de handen van Braam verandert dit onverwachte duo in een wonderbaarlijk stuk muziek waarin poppy swing en Monk-achtige abstractie hand in hand gaan. Het is het soort muziek dat nog het best wordt omschreven door de gelukkige samenvoeging van de twee titels: ‘Ik kan het bij het verkeerde eind hebben, maar wat dan nog?’

Misschien is deze regel geen slechte typering van de plaat in zijn geheel. Ondanks de vaak bijzonder intelligente manier waarop de standards zijn gearrangeerd, staat bij elke track het speelplezier voorop. Of het nu om de vrolijke anarchie van Mingus gaat in ‘Better Git It In Your Soul’ of de compositorische waanzin van George Russels ‘The Stratus Seekers’ steeds zoekt Flex Bent Braam de ruimte op waarin ze de muziek letterlijk kunnen laten spreken. Het is namelijk opvallend hoe, met name de vijf blazers, hun instrumenten laten roepen, lachen, mopperen, huilen en tetteren. Jazz is lichamelijkheid, lijkt de band in elk nummer te willen zeggen, ook al gaat er een intellectueel proces aan vooraf.

Dat laatste blijkt helemaal in de acht originele composities van Michiel Braam, die als het ware de gaten opvullen die Lucebert had laten ontstaan omdat hij alleen de even jaren van favoriete platen had voorzien. Braam nam voor die composities de acht ‘Japanse Epigrammen’ van Lucebert uit 1959. Hoewel deze gedichtjes vaak niet meer dan drie regels beslaan (soms zelfs maar twee), behoren deze composities tot de langste tracks van het album. Wellicht is het de verbeelding die Lucebert met zijn korte tekstjes aan het werk zet, die tot de composities heeft geleid. Omdat de epigrammen allemaal een titel dragen die een emotie, een locatie of een jaargetijde aanduiden, zijn ze allemaal zeer duidelijk van sfeer en gevoel. Maar voorbij die letterlijke interpretatie lijkt het ook hier weer vooral de muziek zelf te zijn die door Braam en de zijnen voorop is geplaatst.

De tekst van ‘Drift’ luidt bijvoorbeeld: “regen beweegt het blad / dronkenschap mijn tong”. De track begint ietwat voorspelbaar met een harde klap op de drum en bevat heel wat glijders en andere effecten die dronkenschap verklanken, maar als de band eenmaal voorbij die verplichte nummers is, neemt de centrale gedachte van de plaat het weer over: hoe brengen we de stuwende kracht van de swing (en een beetje bebop) en de analytische moderne jazz bij elkaar? Het antwoord: door terug te gaan naar de oorsprong en de instrumenten, behalve als wiskundig gereedschap, vooral als verlengstukken van het menselijke lichaam te beschouwen. Daar is het de jazz ooit om begonnen, weet Flex Bent Braam. En na het beluisteren van Lucebert weet u het ook.

Meer over Flex Bent Braam


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda
Concertagenda
  • Geen concerten gevonden.