Hoe feestelijk! Een barstensvolle zaal anticipeert vol hoge verwachtingen door blij-enthousiast een opkomende dirigent te begroeten en verzinkt vervolgens in een bereidwillig-aandachtvolle stilte. Bozar was zelden zo verheugd met een dirigent-orkest combinatie: Valery Gergiev stond op zondag 18 maart voor het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam. Het resultaat zal nog lang heugen.
‘Métaboles’ is een compositie die zijn titel dankt aan het fysiologisch proces waarbij een chemische stof wordt omgezet in een andere. Henri Dutilleux poogt er een eigentijdse visie op de variatie in de muziek mee te benoemen. In vijf delen ondergaat het basismateriaal continu transformaties, waarbij elke groep van het orkest afzonderlijk wordt aangewend. De prachtige orkestkleuren die op die manier ontstaan zijn typisch Frans. Neem hierbij Dutilleux’ zin voor coherentie en vorm en er ontstaat een topwerk. Hoewel Gergiev in dit repertoire ietwat verkrampt aanvoelt, kon hij toch de verfijnde orkestratie tot zijn recht laten komen. Hij evoceerde een heel zintuiglijke versie van het stuk, met uitzondering van het deel met voornamelijk slagwerk, waarin hij een magische oase van rust bracht voordat het turbulente finale deel moest klinken.
Van alle twintigste eeuwse componisten had Sergey Prokofiev misschien wel het sterkste gevoel voor melodie en kleur. Hij week vroeg uit naar de VS en Parijs, waar hij samenwerkte met Diagilev, om in 1933 terug te keren naar Rusland. Een slechte keuze, want hij moest zich aanpassen aan de stijl van het “sociaal realisme”. Zijn 5e symfonie is in 1944 geschreven, hetzelfde jaar als de 8e symfonie van Shostakovich. Deze laatste werd in het kader van de Zhdanov-doctrine totaal afgekraakt en de arme componist werd tot op de grond vernederd. In tegenstelling met de monumentale 8e, klonk Prokovievs 5e helder en heroïsch en ze werd dan ook bejubeld. Het werk is een kolfje naar de hand van Gergiev. Als geen ander weet hij de lange melodische lijnen, de messcherpe humor en de passie in dit werk tot expressie te brengen. Als een toporkest hem hierin naadloos volgt, staat dat garant voor vuurwerk. En zo reageerde ook het publiek, met een spervuur van geklap, tot de maestro zelf er een einde aan moest maken door de muzikanten de coulissen in te dwingen.