ADVERTENTIE

Jazzlab Series 2014 KC Belgie

Incubate is goed op weg niet enkel het meest veelzijdige, maar ook het meest alternatieve en mysterieuze festival van de Benelux te worden. Het vraagt enige moed om te duiken in het moeilijk bevattend geheel van zeven dagen vol multimedia, obscure muziekcreaties en inventieve projecten, maar doorheen het jaar werden geïnteresseerden alvast opgewarmd met maandelijkse Incubate-avonden in Paradox.

Met meer dan 250 aangekondigde acts zal Tilburg in elk geval op zijn grondvesten beven. Het thema voor 2011 is We Are Incubate, een gemeenschappelijk statement van artiesten die hun eigen weg bewandelen en die niet laten verstoren door de opslorpende muziekindustrie.  Van woord tot muziek, spektakel tot intiem, folk tot metal en ruig tot soft: dit avontuurlijke programma van onafhankelijke artiesten kan velen bekoren. Want uit dit thema blijkt ook: ‘Incubate’ staat voor een gezonde punkspirit, doe-het-zelfgeest en creatieve vernieuwingsdrang. Volg gerust de wegwijzers.

HANS BOCXSTAEL – Muziekprogrammator CHK Netwerk – http://www.netwerk-art.be

Met We Are Incubate focust het Tilburgse festival dit jaar op samenwerkingen tussen artiesten, publiek en organisaties. Van alle artiesten die op Incubate staan (en dat zijn er zo'n 269) spreekt Chris Corsano mij het meest aan, net omwille van dat “samenwerken”.  Het is geweldig dat hij de Paradox drie avonden op rij mag inpalmen met diverse bezettingen.

Ik heb Corsano voor het eerst ontmoet in het voorjaar van 2006 toen hij zelf contact opnam met Netwerk om als support te spelen van The No-Neck Blues Band, een concertavond die live werd uitgezonden op Klara.  Zijn 18 minuten durende wervelende solo liet een onuitwisbare indruk na.  Hij wisselde complexe en opzwepend agressieve ritmes af met hypnotiserende adempauzes. Hij zat aan de drum, blies met een rubberslang op zijn drumvel en streek op alles dat kon trillen. Het resultaat was de perfecte balans tussen punkgeweld en vernuftige avant-garde.  Als ik de concertopnames vandaag opnieuw beluister, kan ik nog bijna niet vatten dat dit werkelijk een solo was. Corsano slaagde erin om in zijn eentje, met zijn drum en een enorme batterij aan kleine instrumenten een heel orkest te vertegenwoordigen.

Sinds dat magische eerste concert in mei 2006 stond hij regelmatig op de Netwerkaffiche, telkens in een ander goed muzikaal gezelschap. In december 2006 met Paul Flaherty (sax) en C Spencer Yeh (viool en stem), in november 2008 met Mick Flower (Japanse banjo), in april 2009 met het drumtrio Voodoo Trance Soundsystem (met Eric Thielemans en Jeroen Stevens) en in juni 2010 samen met Rangda (met Sir Richard Bishop en Ben Chasny).

Corsano “zwemt” als het ware doorheen de geluidsmassa. Hij doorklieft de geluidsgolven met explosieve kracht en weet de beweging van de tijd ook om te keren. Hij kan ook als geen ander doseren en de muziek de nodige ademruimte geven. Corsano is een van de meest invloedrijke undergroundmuzikanten, enorm gedreven en strevend naar onverwachte ontmoetingen. Daarenboven is hij ook nog eens zonder meer sympathiek.

Op plaat klinkt het al allemaal fantastisch, maar Corsano live aan het werk zien is pas écht genieten: auditief, maar niet in het minst ook visueel, met heel typerende bewegingen, drumstok in de mond en ellebogen op het drumvel. 

Op Incubate speelt hij op 16, 17 en 18 september: eerst solo, in duo met afwisselende Mick Flower, Dennis Tyfus en Christine Abdelnour Sehnaoui en de derde avond in trio met Mats Gustafsson en John Edwards. 

VINCENT WELLEMAN – medewerker Kwadratuur

Het is altijd leuk om verrast te worden door een line-up. Vooral als er in het programma artiesten zitten waar uitvoerig over gesproken wordt, hoewel ze zelden van zich laten horen.

Zo zijn de albums van het duo :Zoviet*France: ondertussen niet meer te betalen waardoor de muziek vrijwel ontoegankelijk is geworden. Laat dat nu juist een argument zijn om dit monumentale optreden niet te missen. Met een anciënniteit die teruggaat tot begin jaren ’80 is de groep (die ondertussen al heel wat leden heeft gehad) diep geworteld in de wereld van de experimentele elektronica. Hun dark ambient krijgt meer textuur doordat ze wordt gemaakt met analoge geluiden. Deze composities van ruwe drones die bij wijlen aan het geluid van een versleten machine doen denken, blijven compromisloos doordraaien en trekken de luisteraar mee tot in de motor van de muziek. Dit zijn ervaringen die niet meer weg te krijgen zijn uit het hoofd van de toeschouwer. Wie hier niet naartoe gaat, mist een bijzonder intens en onvergetelijk moment.

Lustmord
Lustmord
Hiermee is verre van alles gezegd want de organisatie van Incubate doet er voor die dag zelfs nog een schepje bovenop en haalt Lustmord van onder het stof. Wie de reputatie van deze klankmeester een beetje kent, krijgt al kippenvel bij het lezen van de naam. En terecht: muziek die even reusachtig, duister en angstaanjagend klinkt als die van Lustmord is moeilijk te vinden. Als luisteraar sta je voor een gitzwarte kloof waaruit kilometersdiepe, brommende bassen in het gezicht worden geblazen. Elk organisme in de omgeving wordt onderworpen aan een kale, onaardse wereld met vernietigende krachten.

Het hoeft niet altijd zwart te zijn, gewoon donker kan ook. Het Canadese duo Nadja (Aidan Baker en Leah Buckareff) kiest voor de middenweg tussen loodzware doom metal zoals die van Sunn O))) en zachtaardige drone ambient. Dat levert een gematigde muziekstijl op met een massief karakter waarin geregeld subtiele klanken schitteren. Lagen van gitaarfeedback stapelen zich op en slepen zich voort op een traag en bijtend tempo. Met een nauwkeurige beheersing worden epische stukken uitgebouwd tot prachtige momenten.

De jonge en getalenteerde multi-instrumentalist (viool, piano, mandoline, banjo) Peter Broderick vervoegde in het verleden al artiesten en groepen zoals Efterklang, Machinefabriek en Nils Frahm. Als soloartiest is hij zeker even interessant omwille van zijn veelzijdige aanpak. Zijn rustige en ontroerende muziek schetst prachtige sferen waarin Brodericks zachte stemgeluid perfect thuishoort. Zijn poëtische verhalen hebben tegelijkertijd iets dromerig en intiem en worden begeleid door stukken die variëren van folk of singer-songwritermuziek tot neoklassieke pianosongs met gepaste melancholie.

Het label Tri Angle staat met artiesten als oOoOoOoo en Holy Other  bekend omwille van haar witch house stijl. Dit genre heeft zo’n ruime noemer dat het gissen is wat er precies onder valt. Kort en bondig samengevat mag de stijl gezien worden als een (sombere) industrial variant, voorzien van opvallende synths in combinatie met een drastisch verlaagd tempo van hiphop beats. De nummers van Holy Other doen erg denken aan die van het album ‘Untrue’ van Burial, met hun triestige sfeer en vervormde vocals. Perfect obscuur materiaal dus voor op Incubate. Actueel trouwens ook, want wie luistert er nog naar “zuivere” dubstep?

BERT MESTDAGH – medewerker Kwadratuur

Glen Hansard is een naam die bij velen niet onmiddellijk een bel doet rinkelen. Toch kent zijn alternatief rockende hobbyproject The Frames een aanzienlijke bekendheid. Bovendien werd de Ier enkele jaren geleden gelauwerd voor de soundtrack en de hoofdrol in de film ‘Once’. Dit project groeide uit tot een band (The Swell Season) dat twee albums op het actief heeft, waarin Hansard samen met tegenspeelster Markéta Irglová een resem lieflijke tot zelfs hartverscheurende nummers presenteert. Toen het koppel Irglová–Hansard uit elkaar ging, zag Glen Hansard zijn kans schoon om het ook solo te proberen. Tijdens de maanden juli en juni kleurde hij het voorprogramma van Eddie Vedder nog in en nu heeft hij als nagerecht van deze tournee in Tilburg nog een vrij exclusief optreden: een man met zijn gitaar en altijd een overtuigend verhaal, meer is er waarschijnlijk niet nodig voor een emotioneel krachtige set.

Peter Broderick
Peter Broderick
Net geen landgenoot van de frontman van The Frames is Alasdair Roberts uit Schotland. Hun muzikale ei is echter vrij verschillend. Waar Hansard eerder popgericht is, tapt Alasdair Roberts – met een dergelijke voornaam kan het ook haast niet anders – uit een meer traditioneel vaatje. Zo maakt hij ruimtelijk gitaarmuziek, waarbij met de nodige fantasie mooie Schotse landschappen zichtbaar worden. Tekenend zijn dan ook titels als ‘On The Banks Of Red Roses’, ‘The Old Men Of The Shells’ of ‘Down Where The Willow Wands Weep’, steeds vertolkt met een sappig Schots accent.

Er wordt duizenden mijlen verder gereisd tot bij het Amerikaanse Screaming Females. Anders dan de naam doet vermoeden, is dit Amerikaanse collectief geen all female band, maar bestaat deze uit één vrouwelijke vocalist en twee mannelijke muzikanten. Samen creëren ze een geluid dat te omschrijven is als avontuurlijke rock, die vaak tegen punk aanschuurt en soms door het rammelende wat ouderwets aandoet.

Wanneer opnieuw een kwartdraai terug wordt gekeerd, komt de affiche uit bij Talking To Turtles. Dit duo (Claudio Göhler en Florian Sievers) uit Leipzig maakte na haar debuut ‘Monologue’ zoveel indruk dat het mee werden gevraagd als opener voor Angus & Julia Stone. Het handelsmerk is de luchtige aanpak, met eenvoudige akoestische gitaarpartijen, waar nodig een melodica en als afwerking hier en daar wat handgeklap. Het is dé formule voor erg aanstekelijke en tevens verantwoorde folkpop.

In een hoek van hetzelfde universum situeert zich Rivulets, het eenmansproject van Nathan Amundson. Deze jonge Amerikaan maakt dromerige, minimalistische muziek met herkenbare ambient invloeden, waardoor het geheel erg actueel aandoet. Op basis van zijn uiterst breekbare nummers en de vaak erg donkere sfeer en thematiek, kan hij gezien worden als een adept van overleden gekwelde muziekzielen als Nick Drake en recenter Elliott Smith.

Iets avontuurlijker, maar zeker even innemend is Sam Amidon (VS). Enkele jaren geleden werd hij door Valgeir Sigurdsson en zijn Bedroom Community label onder de vleugels genomen. Sindsdien begon deze jongeman naam te maken in muziekminnende kringen. Wereldwijd host hij de podia af met in zijn achterzak Amerikaanse traditionele muziek. Zelf neemt hij het liefst de banjo ter hand – sporadisch de akoestische gitaar – terwijl hij meestal geruggensteund wordt door spaarzame percussie. Verder deinst hij er niet voor terug om het a capella te proberen en als bindingstekst durft hij de tragiek die in sommige van de nummers schuilt te doorbreken met een goed geplaatste grap: een spreekwoordelijke lach en een traan dus.

Ver weg van deze traditionele klanken is Picastro te vinden. Het Canadese vijftal heeft al verschillende goed onthaalde albums afgeleverd in een genre dat kan omschreven worden als fantasierijke droompop. Weemoed en melancholie zijn hier dan ook geen misplaatste termen. De sfeer die de band op het publiek loslaat doet wat denken aan een gouwgenoot als Broken Social Scene. Ook de onvermijdelijke Cat Power en vooral het stemgeluid van een slaperige Shannon Wright kunnen als referenties gelden. De zorgvuldig gelaagde muziek van Picastro lijkt zich bovendien uitstekend te lenen voor een erg intense live voorstelling.

Als het ten slotte wisselend iets harder en dan weer eerder ludiek of zelfs wat lo-fi mag zijn, dan is er op Incubate één band waar niet omheen kan gegaan worden: A Grave With No Name (VS). In alle door hen gebrachte genres tonen ze één rode draad en dat is het rammelende instrumentarium en de imperfecte – vaak echoënde – klanken. Toch leggen ze hiermee een aanstekelijke passie aan de dag, wat hen ergens in het universum van een band als Pavement toelaat, maar evengoed in de knotsgekke wereld van Animal Collective.

JASPER POSSON – medewerker Kwadratuur

Om even chauvinistisch te doen en ook wel omdat het een steengoede band is, mag True Champions Ride On Speed niet ontbreken op het dagschema van de muziekliefhebber. Wat deze jonge knapen tussen hun boterham steken is niet geweten, maar van jonge kaas ga je zo'n muziek niet schrijven in ieder geval. Hun muziek vormt een prachtige mengeling van sterke melodieën en meer experimentele stukken. Begonnen ze in hun eerdere dagen nog wat twijfelachtig met een postrock insteek, vandaag de dag zijn ze uitgegroeid tot een verrassend volwassen collectief dat de muzikale ballast overboord heeft gegooid en zorgvuldig de balans zoekt tussen de verschillende instrumenten en genres.

Nog meer Belgisch talent krijgt op Incubate zijn kans. Het viertal Codasync maakt zeker niet de meest toegankelijke muziek, het feit dat ze het volledig instrumentaal aanpakken draagt hier zeker toe bij. Hun nummers zijn inventieve, zorgvuldig opgebouwde constructies waar telkens opnieuw een verrassende wending aan wordt gegeven. Opperste concentratie is de boodschap, om de muzikale hoogstandjes te kunnen blijven volgen.

Weg uit het Belgenland dan, op zoek naar oorden waar het weer nog slechter is. Dan komt een mens al snel in het hoge noorden uit, pakweg Noorwegen. Om de mistige, donkere sfeer die in de Noorse bossen hangt te kunnen beschrijven werd de black metal in het leven geroepen. De nog vrij jonge formatie Obliteration speelt deze met verve, en doen daarbij hun naam alle eer aan. Alles verpletterende, groezelig gespeelde black metal naar het voorbeeld van Darkthrone, met een infuus van jeugdige energie.

Zij die nog even in de regionen van duistere sfeerschepping willen blijven, mogen ook zeker de passage van Dark Castle niet missen. Dit duo doet het iets rustiger aan dan het bovengenoemde Obliteration, maar is een even grote pletwals. De loodzware sludge metal die ze uit slechts twee instrumenten halen, is uitermate geschikt om even tot “rust” te komen. Monumentale geluidsmuren zullen Tilburg op haar grondvesten doen daveren terwijl de duistere burcht wordt opgetrokken.

Om de duistere krachten wat weerwerk te bieden zijn er ook wat lichter verteerbare brokken geprogrammeerd. Wheels On Fire brengt catchy garagerock die zo uit de jaren zestig lijkt geplukt. Zonder al te veel franjes maar met des te meer energie spelen ze hun mix van garagerock, blues en pop. Deze worden naadloos aan elkaar geweven door het kamerorgel, dat samen met de drums de achtergrond vormt voor de schreeuwende stem van Michael Chaney. Geen bas, maar die is in dit geval ook niet nodig.

JOHAN GIGLOT – medewerker Kwadratuur

Met de middelste vinger strak de lucht in, zo staat Crass-boegbeeld Steve Ignorant afgebeeld. En zo hoort het ook. Want Crass is hét symbool voor de anarchopunkbeweging uit de Londense arbeidersklasse in de jaren ’80. Zo was dit collectief, dat meer weg had van een sekte, één van de eerste om zijn platen en boodschappen te verspreiden zonder enige inmenging van de muziekindustrie en werd ze symbool voor de do-it-yourself beweging. Een echt optreden kan de verschijning van de nog steeds erg boze punker niet genoemd worden, maar het vuur dat BBC journalist John Robb hem aan de schenen legt in deze unieke spoken wordshow, zal niet min zijn. Gedurende drie dagen nodigt Ignorant vrienden en vijanden uit de muzieksector uit om zijn visie op ‘independent culture’ (het thema van Incubate) toe te lichten.

Megafaun
Megafaun
Al even anti-muziekindustrie is de veelbesproken Bill Drumond, oprichter van het losbandige elektronicacollectief The KLF dat er niet voor terugdeinsde zowel de hitparades te bestoken als een fabuleuze plaat vol omgevingsgeluiden en muziekflarden te maken, waarmee meteen de term chill out werd uitgevonden. Zijn symbolische daad om de volledige opbrengst van dit succesproject uit de jaren ’90 te verbranden (1 miljoen briefjes van 1 pond!) maakte Drumond meteen public enemy n° 1 van de sector. Op Incubate brengt Drummond een uniek project, genaamd 17: een samenwerking met een ad hoc koor van vrijwillige deelnemers die een speciaal geschreven werk zingen. Deze eenmalige gelegenheid is een muzikale reflectie van Drummonds mening dat het opnemen en verkopen van muziek onpersoonlijk en dus taboe is. Meer dan drieduizend mensen hebben inmiddels wereldwijd meegedaan in The 17.

Al even punk en legendarisch zijn de inmiddels 35 jaar meedraaiende postpunkers van The Fall, de Britse band rond de flamboyante en onvoorspelbare frontman Mark E. Smith die van medemuzikanten ruilt als van schoenen. Ondanks vele agressieve aanvallen, allicht te wijten aan jarenlang geëxperimenteer met drugs, blijft The Fall creatieve en aangrijpende platen uitbrengen (de teller staat inmiddels op zo’n 30 studioalbums) die een term als indierock naar een hoger niveau tillen. Hoekige structuren worden ingetoomd door krachtige maar esthetisch zeker te verantwoorden gitaarmelodieën en de heerlijk rauwe, cynische zang van Mark E. Smith: hét handelsmerk van deze levende legende. Het siert in elk geval een band als The Fall om in de Dommelsch zaal van 013 op te treden: beiden lijken een onverantwoord drankverbruik te willen promoten.

Megafaun gaat niet voor ruwe kracht, maar eerder voor broosheid. Nadat Justin Vernon zichzelf in Bon Iver ging verdiepen, stichtten zijn achtergebleven medemuzikanten dit opmerkelijke alt.country gezelschap. Met een grote voorliefde voor zowel traditionele country als americana grijpt dit trio naar instrumenten als akoestische gitaar en banjo. Dankzij subtiele bluestoetsen, popmelodieën en een experimenteel less is more- gevoel presenteert Megafaun inmiddels al vier albums lang ontroerend mooie, natuurlijk aanvoelende ballades die de ene keer een gevoelige snaar raken, maar een andere keer ook verrassend psychedelisch uit de hoek komen. Een concert van dit drietal is dan ook een intieme gebeurtenis waarbij de muzikale spanning vaak te snijden is.

Natuurlijk is Incubate ook niet vies van een gezonde dosis experimenteel avontuur. Daarvan is het legendarische Warp label nog steeds een boegbeeld. En als één hun de grootste knallers, Battles, dan nog Nederland aandoet, is er reden tot juichen. Incubate verwent Battles, want de tot een trio herleide artrockband mag de fabuleuze amfitheater van het Natuurtheater in het naburige Oisterwijk betoveren met zijn complexe ritmes, synthesizer- en gitaarpartijen en onvoorspelbare structuurwijzigingen. Zelfs met z’n drieën durven de heren van Battles het publiek verwennen met voortdurende verbijstermomenten vol instrumentwissels en onverwachte, nieuwe accenten zoals samples van de ter plekke geprojecteerde gastvocalist, new wave icoon Gary Numan. Maar Battles durft eveneens zijn mooi geconstrueerde structuren te bedelven onder een berg luidruchtig cimbaalgeweld en rafelende drumpartijen, dus is het afwachten welke sfeer het gezelschap ditmaal in dit unieke kader uit zijn hoed zal toveren.

SVEN CLAEYS – medewerker Kwadratuur

Battles
Battles
Brian Williams mag onder zijn alias Lustmord gerust de absolute meester van de duistere ambient worden genoemd. Sinds de vroege jaren '80 produceert deze Brit albums vol gitzwarte soundscapes van een superieure kwaliteit die de luisteraar bij zijn nekvel vastpakken en hem meesleuren in een onaardse wereld waar zonneschijn geen kans krijgt om in door te dringen. Geluidsmateriaal vond hij onder meer in slachthuizen, grotten en zelfs op de bodem van de oceaan. Absolute hoogtepunten zijn 'Heresy' en 'The Place Where The Dark Stars Hang'. Zijn stijl en klank is zeer vaak gekopieerd maar wordt slechts heel zelden geëvenaard. Williams leverde gedurende zijn carrière ook bijdrages aan muziekwerk van andere grootheden als Coil, Nurse With Wound en SPK. Tezamen met ambientmeester Robert Rich bracht hij ook de fel gesmaakte klassieker 'Stalker' uit. Verrassend maar geslaagd was ook de samenwerking met de Amerikaanse gitaarband The Melvins. Hij komt zeer zelden naar de lage landen afgezakt dus dit is een uitgelezen moment om zich te laten onderdompelen in de onwezenlijke wereld van Lustmord.

Het voorprogramma van Lustmord wordt verzorgd door het al even legendarische :Zoviet*France:. Dit Noord-Engelse collectief is ook al enkele decennia actief (met een creatief hoogtepunt van 1982 tot 2000) en opereert in het grensgebied waar abstracte geluidskunst, tribale muziek en ambient mekaar beïnvloeden. Muzikaal varieert hun geluid van repetitieve, gebroken ritmes en uitwaaierende dronegeluiden tot bizarre geluidsexperimenten. Kenmerkend is hun intuitieve aanpak – alles is geluid – en het bewust gebruiken en verbasteren van toevallig gevonden geluiden zoals van de radio geplukte stemmen. Zelfs op de meest ruige momenten ademen de geluidscollages een mystieke, subtiele schoonheid uit. Concerten van dit gezelschap zijn tegenwoordig zeldzaam dus ook dit meemaken is niet minder dan een buitenkans. 

Kevin Drumm is een experimentele geluidskunstenaar die al een mooi parcours heeft afgelegd. Oorspronkelijk is hij nog gestart als gitarist maar gaandeweg specialiseerde hij zich in elektronica. Naast zijn knap solowerk valt hij vooral op door zijn samenwerkingen met musici uit verschillende categorieën, waaruit ook zijn brede, open kijk op de muziekmakerij blijkt. Zo maakte hij deel uit van saxofonist Ken Vandermarks Territory Band project, werkte hij samen met gitaristen Taku Sugimoto en met Jim O'Rourke, maar evengoed collaboreerde hij met geluidsterroristen als Prurient of Daniel Menche. Op Incubate treedt hij aan met de Duits-Nederlandse geluidskunstenaar/saxofonist Thomas Ankersmit. 

Drummer Chris Corsano is een veelzijdig drummer die zich zowel thuisvoelt in freejazz/improv-middens als in noiserockbands. Zelfs Björk maakte al dankbaar gebruik van 's mans kunnen. Corsano krijgt op het Incubate festival een speciale rol toebedeeld. Als artist in residence mag hij drie dagen lang mooi volk uitnodigen. Zo zal hij duelleren met de Frans-Libanese saxofoniste Christine Abdelnour Sehnaoui, gaat hij in de clinch met de Belg Dennis Tyfus en speelt hij solo. Met zijn maatje Mick Flower produceert hij hemelse Oosters getinte improvdrones en het is ook uitkijken naar zijn ontmoeting met de Zweedse saxbrulboei Mats Gustafsson en de Engelse veelzijdige contrabassist John Edwards.

Main – al lang niet meer op een podium te zien – is aanwezig op Incubate. Main is het langlopende soloproject van Robert Hampson. Hampson speelde ooit nog in Loop, een zwaar onderschatte Engelse gitaarband die vaak te gemakkelijk en onterecht werd afgedaan als een Spaceman 3-kloon. Na de split van Loop startte Hampson met zijn Main-project dat in de begindagen nog refereerde aan het psychedelische gitaarfuzzgeluid van Loop. Gaandeweg werd de muziek van Main ijler en abstracter en schoof het meer en meer op richting pure geluidskunst. Kenmerkend voor de muziek is het fijne oor voor subtiliteiten en sfeer gecreëerd door totaal vervormde, uitgepuurde gitaarklanken en bizarre elektronicageluiden.

Meer over Incubate 2011


Verder bij Kwadratuur

Interessante links
Agenda